Klimaatverandering: Kunnen we er iets aan doen? Deel 2: landbouw

Dit artikel is deel 10 uit de 11-delige serie Klimaatverandering
Play

In de vorige afleveringen van deze reeks zijn we door de bewijzen en mechanismen gelopen die de klimaatverandering teweeg brengen. Nu we weten dat klimaatverandering als gevolg van de menselijke activiteit een feit is en onaangename gevolgen zou kunnen geven, is de volgende logische vraag: kunnen we er nog iets aan doen? Vandaag bekijken we wat we in de landbouw kunnen doen.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 21 februari 2021, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 416de aflevering van deze podcast.
Deze aflevering heeft wat op zich laten wachten. Mijn excuses daarvoor. Zoals jullie weten heb ik een fulltime job en de voorbij periode was erg lastig. Als ik ’s avonds gedaan had met werken was ik te leeg om nog verder te schrijven aan deze aflevering. Mijn werkdag begint zich weer een beetje te normaliseren, ik hoop dus dat de volgende aflevering wat sneller zal komen.
Nog een praktische mededeling. Veel luisteraars willen met mij contact opnemen om commentaar te geven over een aflevering, interessant materiaal te leveren of gewoon om mij te vertellen hoe graag ze naar mijn podcast luisteren. Dat kan. Er zijn meerdere manieren. De eerste is door een reactie te plaatsen op de webpagina van de aflevering, je kan je daarvoor registreren, maar dat hoeft niet. Je kan me ook contacteren via het emailadres dat je in de contactpagina kan vinden of door te reageren op de facebookpagina Russells Theepot. Je kan me ook contacteren via twitter, door me te taggen, te reageren of een post van mij of via een persoonlijke boodschap. Er zijn drie manieren waarop ik niet reageer: een vriendschapsverzoek naar mij op facebook. Ik kan onmogelijk weten of je een luisteraar bent dan wel een willekeurige persoon die me probeert te vrienden. Ik accepteer vriendschapsverzoeken enkel van mensen die ik al op een andere manier ken. Een LinkedIn-connectieverzoek, om dezelfde reden. En ik reageer ook niet op mails naar mijn professioneel emailadres. Ik hou werk en persoonlijke leefwereld zoveel mogelijk gescheiden en bovendien is de kans groot dat jouw email niet door de spamfilter van mijn werkgever zal geraken.
We weten nu dat klimaatverandering een feit is. Dat wat het IPCC zegt niet is gebouwd op drijfzand, maar is onderbouwd met stevige wetenschappelijke feiten en mechanismen die we goed begrijpen. Zo goed dat we diezelfde mechanismen ook gebruiken in dagelijkse technologie.
Het is ook klaar dat de gevolgen van de klimaatverandering voor de mens niet echt goed uitkomen. Als we niets doen gaan we naar een wereld waar het minder goed is om als mens te wonen dan nu. En minder goed dan nu betekent automatisch dat ook de economie eronder zal leiden. Volgens het IPCC is het duurder om alles zijn gang te laten gaan dan om de kosten te dragen nodig om de klimaatverandering te stoppen. Met verwacht zelfs een opflakkering van de economie als gevolg van de innovatieve activiteiten die nodig zullen zijn om het klimaatprobleem te bekampen.
De vraag dringt zich dus op: kunnen we er nog iets aan doen?
En wat kunnen we eraan doen? Vandaag kijken we specifiek naar de landbouw.
Klimaatverandering: Kunnen we er iets aan doen? Deel 2

Even recapituleren: om de uitstoot van broeikasgassen op aarde te verminderen, kunnen we verschillende zaken doen: zorgen dat er minder mensen op de aarde zijn, minder dingen doen die energie nodig hebben, de dingen die we doen, met minder energie doen.

Het laatste dat we kunnen doen om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen is om energie te maken die minder, of liefst zelfs geen CO2 uitstoot. Maar vooraleer we daarover beginnen, moeten we het hebben over de impact van landbouw op de klimaatverandering.

Landbouw heeft ook een grote impact op andere milieuproblemen dan de klimaatverandering, zoals biodiversiteit, verwoestijning en zo verder. Die komen vandaag ook aan bod, maar omwille van de vlotheid van mijn tekst heb ik niet altijd duidelijk het onderscheid tussen beiden gemaakt.

Hoeveel impact landbouw heeft op de klimaatverandering is niet altijd zo eenvoudig te zeggen. Zoals we vorige keer zagen, zijn er belangrijke variaties in de manier waarop je de impact van methaan op de opwarming van de aarde berekent omdat methaan een zeer sterk broeikasgas is, ongeveer 70 keer krachtiger dan CO2, maar tegelijk is methaan in tegenstelling tot CO2 een onstabiel gas waardoor het niet zo lang in de atmosfeer blijft hangen. De formule van methaan is CH4, wat betekent dat het bestaat uit één koolstofatoom en vier waterstofatomen. Uiteindelijk zal het reageren met de zuurstof uit te lucht en vormt elke molecule methaan één molecule CO2 en twee moleculen waterdamp. Dat zijn beide ook broeikasgassen, maar waterdamp hoeven we hier eigenlijk niet in rekening te brengen omdat die hoeveelheid verwaarloosbaar is in vergelijking met de waterdamp die door het weer in de atmosfeer terecht komt door verdamping. Bovendien bestaat er een dynamisch evenwicht tussen gasvormig water en ‘neergeslagen’ water (vloeibaar en vast) waardoor die extra hoeveelheid waterdamp weer uit de atmosfeer zal verdwijnen als andere parameters niet veranderen. Maar CO2 is wel een stabiel gas en kan duizenden jaren in de atmosfeer blijven hangen zoals we enkele afleveringen geleden hebben uitgelegd.

Dit om te zeggen dat de impact van methaan op de klimaatverandering afhangt van het tijdsvenster waarin je het bekijkt. Op korte termijn heel hoog, op lange termijn minder.

De reden waarom ik over methaan begin is dat methaan een belangrijk bijproduct van de landbouw is. Koeien laten methaanboeren, ja het komt er langs voor uit, minder langs achter. En er komt methaan vrij tijdens allerlei rottingsprocessen van mest en compost. Er komt ook wat lachgas, N2O uit landbouwactiviteit vrij. Dat is ook een broeikasgas. Maar ook lachgas verdwijnt na een tijdje uit de atmosfeer en vervalt in stikstof en zuurstof, de hoofdbestanddelen van de atmosfeer.

Dat betekent dat als je op een bepaald ogenblik de uitstoot van methaan en lachgas stopzet, het na enkele jaren tot decennia vanzelf uit de atmosfeer verdwijnt. Dat betekent dus ook dat als we allemaal zouden stoppen met melk en biefstuk te eten, dit op redelijk korte tijd een meetbaar effect zou hebben op het klimaat. De vraag is dan natuurlijk of het realistisch is om de ganse wereldbevolking te doen stoppen met rundsvlees te eten.

Hoe dan ook, door minder vlees, en dan vooral rundsvlees en melkproducten, te eten kan je een bijdrage leveren aan het verminderen van het klimaatprobleem.

Daarnaast komt er ook vrij veel CO2 vrij door landbouwactiviteiten. Door de verbrandingsmotoren van de landbouwmachines, bij het vrijmaken van de bodem, door de bemesting en door ontbossing. Tenslotte verandert de landbouw ook de albedo van de aarde. Weet je nog? De mate waarin de aarde straling van de zon terug reflecteert in de ruimte. En door ontbossing wordt niet alleen veel CO2 in de lucht geblazen bij verbranding van de bossen, ook de CO2-captatiecapaciteit van de aarde vermindert erdoor. Tenslotte wordt in de serreteelt CO2 uitgestoten door de verwarming van de serres, maar ook omdat de CO2 in de serres verhoogd wordt om de groei van de teelten te stimuleren. Planten maken namelijk suiker met behulp van zonlicht, CO2 uit de lucht en water.

Als je alles bij elkaar neemt, dan blijkt volgens een rapport van de Vlaamse milieumaatschappij dat landbouw verantwoordelijk is voor ongeveer 10% van de totale CO2-emissie in Vlaanderen. Daarmee stoot de landbouw ongeveer evenveel CO2 uit als de gezinnen.

Wereldwijd dient 26% daarvan voor energieproductie, dus het verbranden van fossiele brandstoffen voor verwarming of om machines te doen werken. Maar in Vlaanderen is dat 71%. Een belangrijke reden daarvoor is de verwarming van serres. Je mag ervan uitgaan dat dit in Nederland, met zijn grote glazen landerijen niet anders is. Herinner je dat we in aflevering 86 zeiden dat “landbouw niets anders is dan het gebruik van grond om aardolie om te zetten in voedsel.” En dat is wat we dringend moeten aanpakken. Deze serres hebben de meeste warmte nodig in de winter, bij een oostenwind. Dus wanneer het donker is en niet hard waait. Die energie zal dus niet van zonnepanelen en windturbines komen.

Maar een interessante conclusie die je hieruit kan trekken, is dat het niet noodzakelijk milieuvriendelijker is om lokaal geproduceerd voedsel te kopen. Ik spit dit hier niet verder uit, maar in de notities is een link naar een artikel voor wie er meer over wilt weten.

Met de energie die nodig is om serres te verwarmen kan je de tomaten uit Spanje per schip aanvoeren en nog steeds minder energie nodig hebben en dus minder CO2 uitstoten. Zeeschepen lijken heel veel energie te slurpen, maar als je dat uitdrukt per getransporteerd gewicht is dat weinig. De grootste schepen kunnen tot 300 000 ton transporteren. Dat is evenveel als tienduizend vrachtwagens en eenmaal in beweging wordt weinig energie verbruikt. Dat neemt natuurlijk niet weg dat schepen een ander milieuprobleem hebben. Ze varen namelijk met het vuilste deel van de olieraffinage waardoor de meeste schepen heel veel roet uitstoten. Maar dat probleem is technologisch perfect op te lossen en wacht enkel nog op betere internationale regelgeving.

Maar het geciteerde rapport van de Vlaamse Milieumaatschappij heeft het enkel over CO2-uitstoot, terwijl de impact van de landbouw op het klimaat complexer is. In een artikel in EOS gaat Dieter De Cleene dieper in op de verschillende bronnen en specifiek op de veeteelt.

Hij refereert naar een artikel in Nature dat stelt dat de voedselproductie verantwoordelijk is voor een kwart van alle broeikassen. Ik ben zelf op zoek gegaan, maar het is zeer lastig om directe bronnen te vinden. Als je kijkt naar websites dan spreken landbouworganisaties over 10 tot 14% en milieuorganisaties spreken van 35 tot 50%. Het lijkt dus dat die 25% waar Dieter De Cleene over spreekt wel een realistisch cijfer is dat ergens in het midden ligt.

Vleesproductie is minder efficiënt omdat niet alle voedsel dat aan dieren wordt gegeven omgezet wordt in vlees. Zeker bij warmbloedige dieren zoals zoogdieren en gevogelte dient die energie ook om het dier op temperatuur te houden. Dieren verliezen ook energie door beweging en andere activiteiten dan vlees produceren. Bij runderen en schapen is het rendement het laagst. Door je biefstuk te vervangen door een kotelet halveer je ongeveer de impact van jouw vlees en als je het varken vervangt door gevogelte halveer je de impact nog eens. Met koudbloedige dieren zoals vis heb je algemeen je impact nog eens door drie gedeeld ten opzichte van kippenvlees. Daar hangt het er dan weer vanaf of je roofvis zoals zalm of tonijn kiest dan wel haring of makreel. Tonijn moet je trouwens sowieso mijden omdat het bedreigde diersoorten geworden zijn.

En insecten eten is nog rendabeler, temeer omdat je die veel gemakkelijker kan voeden met afval.

Ik geef hier geen precieze cijfers over de impact van dierlijk voedsel omdat je daar vrij veel verschillen in ziet afhankelijk van de bronnen, maar zowat alle onderzoeken zijn het erover eens dat rundsvlees de grootste impact op het klimaat heeft, gevolgd door varkensvlees, gevogelte en daarna vis, schaaldieren en insecten.

Over het algemeen zal daardoor plantaardig voedsel minder impact hebben op het klimaat dan dierlijk voedsel. Maar het is complexer dan dat.

De intuïtieve redenering van mensen is dat we misschien beter overschakelen op biovoedsel. Laat de natuur doen en laat ons er de vruchten van plukken. Maar spijtig genoeg werkt het zo niet.

Om te beginnen is het niet zo dat zogenaamde biolandbouw gewoon de natuur laten doen betekent.

Biolandbouw heeft een veel lagere opbrengst dan intensieve landbouw, maar elke mens op aarde moet zo’n 2400 kilocalorieën of 10 000 kJ voedsel eten om gezond te leven. Als een hectare grond minder opbrengst heeft, dan kunnen we echter niet anders dan meer landbouwgrond bewerken. Aangezien de oppervlakte van de aarde een gegeven is en we geen genocide willen om minder mensen te moeten voeden, gaat dat ten koste van natuurgebied. Biolandbouw betekent dus minder natuurgebieden.

“Ja, maar biolandbouwgronden zijn meer biodivers dan intensieve landbouwgronden” is dan het argument. Dat is voor een stuk waar, maar ook een biolandbouwgrond heeft heel weinig biodiversiteit in vergelijking met een goed beheerd natuurgebied. Door de opbrengst van landbouwgrond drastisch te verhogen, kan je de algemene biodiversiteit veel meer verbeteren dankzij het extra natuurgebied dat je op die manier creëert.

Het is onmogelijk om de volledige wereld te voeden met biolandbouw. Daarvoor is er onvoldoende grond op aarde. En als de ganse wereld veganistisch wordt? Probeer maar. Vertel al die Chinezen die nu eindelijk de middelen hebben om vlees te kopen dat ze niet mogen. Bovendien, als je geen kunstmest wilt en geen dieren teelt, waar ga je de mest halen om de gewassen te doen groeien?

Het is een mythe dat biolandbouw geen pesticiden gebruikt. Zo denken mensen dat biowijn beter voor het milieu is dan gewone wijn. Druiven hebben veel last van meeldauw. Dat is een schimmelziekte. Het gevolg is dat in Frankrijk wijngaarden slechts 4% van de landbouwgrond innemen, maar verantwoordelijk zijn voor 80% van het gebruik van fungiciden.(de gekipte genen p106) Bij moderne landbouw worden hiervoor fungiciden gebruikt die biologisch afbreekbaar zijn. Die producten worden aan een strenge Europese wetgeving onderworpen vooraleer ze op de markt mogen komen. In de biolandbouw wordt bordeauxse pap gebruikt. Het klinkt misschien raar, maar bordeauxse pap is niet biologisch afbreekbaar. Want bordeauxse pap wordt gemaakt met kopersulfaat, een tussenproduct uit de koperproductie. Koper is een zwaar metaal dat de grond vergiftigt en niet meer verdwijnt. En die strenge Europese wetgeving? De biolandbouw krijgt daar een uitzondering op.

Maar het zou nog beter zijn dat we helemaal geen fungicide meer zouden nodig hebben. Dat zouden we kunnen oplossen door met behulp van gentechnologie nieuwe druivenrassen te maken die bestand zijn tegen meeldauw. Maar ook daar zijn bioadepten tegen.

Een ander probleem van biolandbouw is dat door het minder gebruik van pesticiden en kunstmatige meststoffen, die bovendien minder efficiënt zijn, de grond meer bewerkt moet worden waardoor er meer brandstof verbruikt wordt door de tractoren die ingezet worden, bovendien komt er lachgas vrij bij die bewerkingen.

Steven Novella zegt dat de ganse biolandbouw of organic, zoals ze het in het Engels noemen, één grote marketingstunt is om mensen teveel te laten betalen voor voedsel dat niet gezonder is en niet beter voor het milieu. Tal van studies maken de beweringen over de voordelen van biovoedsel met de grond gelijk.

Voor alle duidelijkheid: dat betekent niet dat intensieve landbouw geen problemen heeft. Wel dat je die problemen niet zal oplossen door over te schakelen op biolandbouw. Je zal ze oplossen door wetenschappelijk onderzoek te doen naar de problemen, de mechanismen van de groei van gewassen beter te begrijpen en die inzichten te gebruiken om technologieën te ontwikkelen om aan betere landbouw te doen. Meer opbrengst per hectare, minder inzet van pesticiden, pesticiden die meer specifiek zijn en sneller afbreken, minder uitloging van meststoffen, minder impact op de ondergrond, efficiënter watergebruik en zo verder.

Er zijn diverse technologieën die ons hierbij helpen, maar een van de meest veelbelovende is gentechnologie. Eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende technieken om organismen te veredelen.  Een aantal onderzoekers van ITIF publiceerden in september vorig jaar nog een overzichtsstudie met de titel “Gene editing for Climate: Biological solutions for Curbing Greenhouse Emissions”. Merk op dat het woord “Biological” in deze titel correct gebruikt wordt, namelijk om levende organismen aan te geven, niet als new-age woord om slecht geteelde producten duur te verkopen. Het woord ‘organisch’ dat in het Engels gebruikt wordt om bio te benoemen is trouwens ook gestolen van de wetenschappelijke wereld. Het verwijst naar alles wat een verband heeft met levende organismen. Zo is organische chemie hetzelfde als koolstofchemie, omdat levende organismen opgebouwd zijn uit koolstofverbindingen.

Deze onderzoekers roepen op om de onwetenschappelijke belasting en barrières voor de ontwikkeling van veilige genetisch gewijzigde producten te verwijderen. Volgens Dirk Inze is dat een algemene consensus onder biowetenschappers.

In deze studie wijzen ze op de mogelijkheden om gentechnologie te gebruiken om de fotosynthese van planten te verbeteren. Fotosynthese heeft bij gewassen typisch een rendement van ongeveer 1%, er zijn echter wieren, die een veel hoger rendement halen via een andere cyclus, de zogenaamde C3-en C4-planten. Het rendement van C4-planten is tot vier keer hoger dan dat van klassieke gewassen. Als we de genetische code van die planten in voedingsgewassen konden inbrengen, dan zouden we het rendement van gewassen drastisch kunnen verhogen en zo de hoeveelheid landbouwgrond sterk verminderen waardoor er plaats komt voor natuur en biodiversiteit. Lijkt onmogelijk? Het experiment is al gedaan. Spijtig genoeg met tabak, maar de stap naar eetbare gewassen is dan niet meer zo groot. De reden dat dit met tabak gebeurt is omdat de tabaksplant heel goed bestudeerd is door biotechnologen en omdat de tabaksindustrie veel geld heeft om uit te geven. Ironisch genoeg zijn het net de milieuactivisten die hier tegen zijn.

We kunnen voedergewassen maken om de methaanemissies van koeien te verminderen, maar ook om gewassen te kweken die beter bestand zijn tegen droogte, die voedzamer zijn. Zo maakten meer dan 20 jaar geleden gentechnologen de zogenaamde gouden rijst, een rijstvariëteit die betacaroteen produceert. Betacaroteen is een precursor voor vitamine A, dat betekent dat ons lichaam betacaroteen gebruikt om vitamine A te produceren. Dit product verspreiden onder de arme bevolking die voornamelijk afhankelijk is van rijst zou enorm veel ellende vermeden hebben. Jaarlijks zouden wereldwijd naar schatting 600 000 kinderen sterven en vijfhonderdduizend kinderen blind worden als gevolg van een vitamine A tekort. De onderzoekers werkten bij door de Rockefeller foundation en de overheid gesubsidieerde universitaire onderzoekscentra en ze zouden deze wonderzaden gratis en zonder patentrechten verspreiden in de landen die ze hard nodig hebben… Maar het mocht niet van de milieuactivisten

Nochtans hebben de tegenstanders van genetisch gewijzigde gewassen geen been om op te staan. Meer dan 20 jaar aan veldproeven en gedetailleerd onderzoek hebben niet één incident gemeld. In de notitiepagina van deze aflevering verwijs ik nog eens naar een overzichtsartikel in ScienceAlert waarin men meer dan 6000 grondige studies aanhaalt die systematisch tot de conclusie komen dat genetisch gewijzigde mais geen negatieve effecten, maar wel zeer veel voordelen, heeft getoond. Voor de opbrengsten van de boeren, voor het milieu, voor de voedzaamheid en zelfs voor de gezondheid.

Ik heb hier al verschillende afleveringen aan besteed. Ik ga de argumenten niet herhalen, maar in de notitiepagina vind je de lijst. 1 2 3 4 5 6

Dus: met behulp van landbouwtechnologie kunnen we een belangrijke bijdrage leveren in onze strijd tegen klimaatverandering en bescherming van het milieu. En wel op twee manieren. Door betere opbrengsten kunnen we meer grond aan de natuur teruggeven terwijl we toch de groeiende bevolking kunnen blijven voeden. Door gewassen te verbeteren kunnen we de hoeveelheid broeikasgassen verminderen doordat we minder machines nodig hebben, minder serres moeten verwarmen, minder meststoffen en pesticiden moeten gebruiken en voedergewassen kunnen maken die ervoor zorgen dat koeien minder methaan produceren. Tegelijk kunnen we nieuwe variëteiten ontwikkelen die beter bestand zullen zijn tegen de veranderingen in het klimaat die er toch zullen komen. Maar het mag niet van de milieuactivisten.

Ik herinner me een dubbelinterview in De Standaard Weekblad met Johan Braeckman en Petra De Sutter. Op een bepaald ogenblik gaat het over gentechnologie. Petra De Sutter is professor gynaecologie en nu is ze minister van ambtenarenzaken voor de partij groen in de Belgische federale regering. Petra De Sutter moest toegeven dat gentechnologie veilig is en veel mogelijkheden biedt, maar de reden waarom ze het toch liever niet heeft, is omdat het in het voordeel van grote bedrijven speelt en boeren van hen afhankelijk maakt.

Daar komt de aap uit de mouw. Waarschijnlijk was het probleem van de gouden rijst ook dat Rockefeller er zijn geld had in gestoken.

Kijk, dat begrijp ik niet. Als dat het probleem is, moet je niet de gentechnologie zelf in vraag stellen, maar wel de manier hoe we ondernemingen en patenten reguleren.

Zo volgende keer gaan we dieper in op energieopwekking.

Het citaat

Het citaat van vandaag komt van Hetty Helsmoortel.

Helsmoortel was tot voor kort een kankeronderzoeker. Ze was erg bezig met genetische technologieën en in die context schreef ze onlangs een boek over Crispr: “De geknipte genen”. Een aanrader.

Tegenwoordig is ze wetenschapcommunicator en een vaste gast bij de podcast “Nerdland Maandoverzicht” van Lieven Scheire. Ze won ooit een prijs in een wedstrijd waar wetenschappers en docenten een moeilijk onderwerp aan kinderen moeten proberen uit te leggen. En dat zie je ook in haar boek. Zo helder uitgelegd. Je moet echt geen achtergrond van chemie of biologie hebben om haar uitleg te begrijpen.

Helsmoortel zei:

Zullen gemodificeerde planten honger compleet de wereld uithelpen? Nee. Zijn ze een wonderoplossing voor álle uitdagingen waar de landbouw voor staat? Uiteraard niet. Maar ze kunnen wél een deel van de oplossing zijn. Een deel dat we niet per definitie op voorhand mogen uitsluiten, enkel en alleen omdat het gemodificeerde planten zijn.

Bronnen

De vorige aflevering over klimaatverandering.

In deze aflevering hebben we uitgelegd dat CO2 lang in de atmosfeer blijft hangen.

Lachgas en methaan zijn ook broeikasgassen.

Wat is lachgas

Het rapport van de Vlaamse milieumaatschappij over de impact van landbouw

In aflevering 86 ging het over exponentiele functies en zeiden we dat “landbouw niets anders is dan het gebruik van grond om aardolie om te zetten in voedsel.”

In dit artikel kan je lezen dat het niet noodzakelijk milieuvriendelijker is om lokaal geproduceerd.

In een artikel in EOS gaat Dieter De Cleene dieper in op de impact van de veeteelt.

Hier kan je lezen dat Vlees eten minder goed is voor het milieu dan veganistisch leven.

In dit artikel in Nature kan je lezen dat je de biodiversiteit meest helpt door de opbrengst van de landbouw te verhogen.

Dat in Frankrijk wijngaarden slechts 4% van de landbouwgrond innemen, maar verantwoordelijk zijn voor 80% van het gebruik van fungiciden las ik in De gekipte genen van Hetty Helsmoortel op p106

Wat is bordeauxse pap

Tal van studies maken de beweringen over de voordelen van biovoedsel met de grond gelijk

De overzichtsstudie met de titel “Gene editing for Climate: Biological solutions for Curbing Greenhouse Emissions

Wat zijn C3-en C4-planten.

Wat is gouden rijst.

In dit overzichtsartikel in ScienceAlert haalt men meer dan 6000 grondige studies aan die systematisch tot de conclusie komen dat genetisch gewijzigde mais geen negatieve effecten, maar wel veel voordelen, heeft getoond

Een lijst van zes vroegere afleveringen waarin het belang van gentechnologie nog eens wordt uitgelegd 1 2 3 4 5 6

Het dubbelinterview in De Standaard Weekblad met Johan Braeckman en Petra De Sutter.

Het boek “De geknipte genen” van Hetty Helsmoortel is een echte aanrader voor wie meer wilt weten over gentechnologie.

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.