Klimaatverandering: Kunnen we er iets aan doen? Deel 3: industrie

Dit artikel is deel 11 uit de 11-delige serie Klimaatverandering
Play

In de vorige afleveringen van deze reeks zijn we door de bewijzen en mechanismen gelopen die de klimaatverandering teweegbrengen. Nu we weten dat klimaatverandering als gevolg van menselijke activiteit een feit is en onaangename gevolgen zou kunnen geven, is de volgende logische vraag: kunnen we er nog iets aan doen?
Vandaag bekijken we hoe we met energie omgaan.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 14 maart 2021, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 417de aflevering van deze podcast.
We weten nu dat klimaatverandering een feit is. Dat wat het IPCC zegt niet gebouwd is op drijfzand, maar onderbouwd is met stevige wetenschappelijke feiten en mechanismen die we zeer goed begrijpen. Zo goed dat we die mechanismen ook gebruiken in de technologie.
Het is ook duidelijk dat de gevolgen van de klimaatverandering voor de mens niet echt goed uitkomen. Als we niets doen, gaan we naar een wereld waar het voor mensen minder goed is om te leven. En minder goed betekent automatisch dat ook de economie eronder zal leiden.
De vraag dringt zich dus op: kunnen we er nog iets aan doen?
En wat kunnen we eraan doen? Wat met de industrie?
Klimaatverandering: Kunnen we er iets aan doen? Deel 3

Dus, even recapituleren: om de uitstoot van broeikasgassen op aarde te verminderen, kunnen we verschillende zaken doen: zorgen dat er minder mensen op de aarde zijn, minder dingen doen die energie nodig hebben, de dingen die we doen, met minder energie doen.

Tenslotte kunnen we uitstoot van broeikasgassen verminderen door energie maken met minder, of liefst zelfs geen CO2 uitstoot. Maar niet alleen energie produceren die minder CO2 uitstoot. Er zijn ook verschillende productieprocessen die CO2 uitstoten.

Staalproductie is daar een voorbeeld van. Bij de productie van staal wordt een hoogoven gevuld met voornamelijk cokes en sinter. Cokes is niets anders dan kolen die gedurende 18 uur in een cokesoven op 1200°C verhit werden. Op die manier worden alle vluchtige bestanddelen uit de kolen gehaald zodat je een sponsachtige materie krijgt die bijna uitsluitend uit koolstof bestaat.

Sinter is simpel gezegd ijzererts dat samen met kolen gebakken worden op een band waardoor je een sponsachtige koek krijgt die rijk is aan ijzer. In de technologische eigenschappen van sinter en cokes zitten nog een hoop details die deze processen veel complexer maken dan deze twee zinnen laten uitschijnen.

De cokes en de sinter gaan in afwisselende lagen in de hoogoven en onderaan wordt er hete lucht ingeblazen waardoor de koolstof in de cokes verbrandt tot koolstofmonoxide, CO. CO is zeer reactief bij die hoge temperaturen en verbindt zich met de zuurstof van het ijzeroxide, dat in de sinter of het erts zit, om CO2 te vormen. Daarom ook dat de cokes en sinter een stijve sponsachtige massa moeten vormen, zodat er een groot contactoppervlak met het gas is, waardoor de chemische reactie met de vaste stof beter verloopt.

Op die manier wordt ijzeroxide uit ijzererts gereduceerd tot ruwijzer, een vloeibare massa ijzer met veel koolstof erin. Die loopt onderaan de hoogoven eruit. Daarna wordt in een convertor met zuivere zuurstof het overtollige koolstof in het ruwijzer verbrand tot koolstofmonoxide dat wordt opgevangen en naar een elektriciteitscentrale gevoerd waar het verder verbrandt om elektriciteit te produceren.

De kolen die in de staalindustrie ingezet worden zijn dus geen brandstof, maar een grondstof. Hun eerste functie is niet om energie te produceren, maar wel als onderdeel van het chemische proces om het ijzer te winnen uit het erts.

Ik hoor je al denken: “Maar waarom maken we nog staal uit ijzererts? Waarom recycleren we niet gewoon oud ijzer?”

Staal is het meest gerecycleerde materiaal. Meer dan 90% van het oud ijzer wordt gerecycleerd. Het productieproces van nieuw staal kan zelfs niet zonder schroot. Schroot is voor de staalindustrie zo waardevol dat de prijs ervan enorm kan stijgen als gevolg van een tekort op de markt. Het hoogovenproces zal dus nog even noodzakelijk blijven.

In de cementindustrie wordt kalksteen, calciumcarbonaat of CaCO3, na een aantal stappen van vermalen, zuiveren en mengen in een oven op 2000°C omgezet naar calciumoxide, CaO. Zoals je uit deze twee chemische formules kan afleiden, komen er dan uit de kalksteen een koolstofatoom en twee zuurstofatomen vrij als CO2. Het calciumoxide wordt in volgende processtappen verder gebonden met siliciumdioxide (zand), aluminiumoxide en ijzeroxide om het uiteindelijke cement te vormen.

Zo zie je dat ook hier de CO2 niet ontstaat als gevolg van een verbranding om energie op te wekken, maar wel als een bijproduct in het chemisch proces. De CO2 komt hier vrij uit het gesteende dat als grondstof dient.

Dergelijke processen zijn niet eenvoudig om te zetten naar een CO2-neutraal proces. Als je calciumoxide wilt produceren, moet je de koolstof en de zuurstof die in de steen zit verwijderen en komt die vrij in de vorm van CO2. Eigenaardig genoeg spreken klimaatactivisten nooit over dat probleem. En ik denk dat daar een reden voor is.

We hebben dat beton en staal nochtans nodig om onder andere windmolens te maken.

De enige manier om cementproductie klimaatneutraal te maken bestaat erin om de vrijgekomen CO2 opnieuw in de grond te duwen. In de technische wereld heet dat carbon capture and sequestration.2 En dat is de grootste nachtmerrie die je je kan inbeelden als milieuactivist. “Stel je voor dat na enkele honderd jaar die CO2 ongecontroleerd weer vrij komt in het milieu, dan zijn de gevolgen niet te overzien”. Ik was ook heel lang die mening toegedaan. Totdat ik vorig jaar een lezing volgde van Mark Saeys, professor chemische technologie in Gent, die uitlegde dat, wanneer je CO2 in deze holten perst, deze geleidelijk aan in de rots geabsorbeerd zal worden en na 2 tot 20 jaar, afhankelijk van het gesteente, er geen ongebonden CO2 meer voorkomt in de bodem. Het kan dan ook niet meer ontsnappen. Het feit dat deze technologie bestaat is geen vrijgeleide om dan toch maar vlotjes fossiele brandstoffen te blijven verbranden. Het is wel een manier om bepaalde industrieën sneller klimaatneutraal te krijgen in afwachting dat we alternatieve methoden vinden om bijvoorbeeld cement te produceren.

Er zijn zo nog mogelijkheden. Zo bestaat er het Fisher Tropsch-proces waar men bij hoge temperatuur koolstofmonoxide en waterstof kan omzetten in langere koolstofketens. Tijdens de tweede wereldoorlog gebruikten de Duitsers dat proces om van kolen benzine te maken voor hun tanks omdat de import van olie uit olieproducerende landen opdroogde. Ook Zuid-Afrika deed dat tijdens de isolatie als gevolg van de apartheid. Mits handig gebruik van katalysatoren — dat zijn materialen en stoffen die een chemisch proces versnellen — kan je op die manier zelfs CO2 gebruiken om organische moleculen te produceren.

Maar dat proces kan je ook gebruiken om de CO2 uit een productieproces om te zetten in andere nuttige stoffen. Het spreekt voor zich dat deze processen meer energie kosten dan wat je zou kunnen produceren als je die organische moleculen zou verbranden. Anders zou je een perpetuum mobile hebben, en jullie weten sinds aflevering 72 dat dat onmogelijk is.

Er zijn nu al proefinstallaties — onder andere in verschillende staalbedrijven — waar dat op industriële schaal wordt uitgetest. In ArcelorMittal in Gent wordt een industriële test gedaan waarbij de CO2 aan bacteriën wordt gegeven die daar ethanol van maken. Die ethanol kan dan verder gebruikt worden om andere koolstofketens te maken. Deze koolstofketens kan je bijvoorbeeld als een synthetische brandstof gebruiken in processen waar je moeilijk anders kan werken. In een ideale wereld zou je dan die koolstofketens kunnen gebruiken om in de hoogoven de koolstof te leveren die noodzakelijk is om het ijzer te reduceren. Maar op dit moment is het interessanter om het aan de chemische industrie als grondstof te verkopen. Aan de universiteit van Gent is er zelfs een onderzoek lopende om deze stoffen om te zetten tot dierenvoeding.

Het is ook mogelijk om staal te reduceren met waterstof in plaats van koolstof. Ook dat proces is in volle ontwikkeling. Er zijn nog geen industriële installaties die dat doen omdat waterstof alsnog vrij duur is. Het gevolg daarvan is dan ook dat er op dit moment geen ervaring is met dat te doen op industriële schaal. Maar veel staalbedrijven zijn al volop bezig met waterstof te injecteren in hoogovens om minder koolstofhoudende grondstoffen te moeten gebruiken en zo de CO2-uitstoot te verminderen.

Ik hoor je je al afvragen waarom waterstof zo duur is, er is toch voldoende water waar je dat uit kan halen? Ja dat klopt, maar het vraagt heel veel energie om water te splitsen in waterstof en zuurstof.

Dat gebeurt door elektrolyse. Het is een vrij eenvoudig proces dat je thuis kan proberen, mijn broer en ik deden dat al in onze slaapkamer toen we 14 en 12 jaar waren:

Vul een potje met water. Doe er een beetje zwavelzuur toe in om de geleidbaarheid te verbeteren. Steek twee elektrische draden met één gestripte kant in het potje. Neem twee bokaaltjes die in het potje passen, vul die helemaal met water en zet ze ondersteboven in het potje zonder dat het water eruit loopt, zodat ze nog helemaal gevuld zijn met water, door de luchtdruk zouden ze tot boven gevuld moeten blijven. Verbind de andere kant van de draadjes aan elke pool van een batterij. Je zal zien dat er aan het uiteinde van de draadjes gasbelletjes ontstaan.

Aan de negatieve kant, de kathode, zal waterstof ontstaan en aan de positieve kant, de anode, ontstaat er zuurstof. De batterij zal de elektronen die de zuurstofatomen van de waterstofatomen had gepikt aan de pluskant wegnemen waardoor de zuurstofatomen een ander zuurstofatoom zullen zoeken om mee te binden tot zuurstofgas.

De waterstofatomen die geen elektron hebben — in de chemie noemt men dat positief geladen ionen — zullen door de negatief geladen elektrische draad aangetrokken worden waar ze een elektron terug krijgen en zo samen met een ander waterstofatoom waterstofgas vormen.

Als je de twee bokaaltjes goed geplaatst hebt, zullen die gasbelletjes mooi in de bokalen stijgen en aan de bovenkant het water verdringen. Je zal zien dat het water in het bokaal boven de negatieve pool, de kathode, dubbel zo snel zal zakken als die van de anode. Dat is zo omdat er dubbel zoveel waterstofmoleculen gevormd worden als zuurstofmoleculen en volgens de gaswet neemt een bepaalde hoeveelheid moleculen van gelijk welk gas steeds evenveel volume in bij dezelfde druk en temperatuur. Er ontstaan dubbel zoveel waterstofmoleculen dan zuurstofmoleculen omdat water bestaat uit twee atomen waterstof en één atoom zuurstof. Twee watermoleculen vormen dus 2 waterstofmoleculen en 1 zuurstofmolecule.

Als je dit proces optimaliseert, kan je op dit moment een rendement halen van zo’n 50%. Dat betekent dat de helft van de elektrische energie die je erin stopt verloren gaat onder de vorm van warmte of onbedoelde bijproducten.

Waterstof kan ook gemaakt worden door methanol te kraken, maar dan ben je niet klimaatneutraal omdat de koolstof uit CH4 die overblijft in de vorm van CO2 wordt afgescheiden. Op dat moment is het beter om het methaan direct in de hoogoven te injecteren… En dat wordt ook al gedaan.

Een derde manier om aan waterstof te komen is als bijproduct van de chemische industrie, maar die hoeveelheden zijn erg beperkt. Vroeger werd dat waterstof afgefakkeld, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor allerlei andere processen.

Waterstof produceren vraagt dus heel veel energie. Om alle energie te produceren die nodig is om het waterstof te kunnen leveren aan ArcelorMittal in Gent en alle koolstof te vervangen, heb je twee kerncentrales nodig zo groot als Doel 4.

 

Wat we dus moeten doen om onze maatschappij klimaatneutraal te krijgen is alles zoveel mogelijk elektrificeren en dan die elektriciteit klimaatneutraal produceren.

Ik heb nu twee industriële processen opgenoemd die niet zomaar elektrificeerbaar zijn. Het is dus toch niet zo eenvoudig als wat groene partijen denken.

De industrie heeft ongetwijfeld nog veel andere processen die CO2 uitstoten en waarvoor elektrificatie niet zomaar voor de hand liggend is. Vaclav Smil, die ook raadgever was voor Bill Gates voor zijn boek over klimaatverandering, legt dat uit in een korte video in de notitiepagina.

Zo kunnen ook vliegtuigen niet geëlektrificeerd worden. Een straalmotor produceert stuwkracht door materiaal achteraan het vliegtuig weg te blazen. Om dat te doen wordt vooraan door de turbocompressor lucht in de motor gezogen. In het motorcompartiment wordt daar brandstof aan toegevoegd die ontsteekt waardoor het gas in dat compartiment uitzet en via de uitlaat achteraan het vliegtuig wordt uitgestoten. De impuls die aan dat materiaal gegeven wordt is gelijk aan de impuls die het vliegtuig krijgt in de tegengestelde richting volgens de wet van Newton (behoud van impuls). Dat kan je niet met een elektrische motor die op batterijen werkt. Bovendien zou een batterij die de nodige energie voor een vliegtuig kan stockeren zo zwaar zijn dat het vliegtuig niet meer in de lucht geraakt. Op één of andere manier zullen we hier dus nog brandstof nodig hebben. Waterstof zou een optie kunnen zijn, maar het probleem is dat waterstof moeilijk comprimeerbaar is om mee te nemen in een vliegtuig. Daarom zal het nodig zijn om toch koolwaterstoffen te maken, synthetische brandstoffen die dan gebruikt kunnen worden in vliegtuigen. Bijvoorbeeld synthetische brandstoffen zoals deze die ik daarnet besprak.

Om een dergelijk proces klimaatneutraal te krijgen zou je dit kunnen combineren met technologie om CO2 uit de lucht te halen en de luchtvaartsector belasten om decarbonisatie van de lucht te financieren. Dat is niet ondenkbaar. Deze technologie bestaat en is minder duur dan men aanvankelijk dacht. Het kan nu al voor een kostprijs van 80-200 €/ton. Het moet alleen nog opgeschaald worden

Maar denk eraan: CO2 uit de lucht halen kost energie. En die energie zal CO2-arm geproduceerd moeten worden, anders riskeer je dat je het probleem alleen maar erger maakt en meer CO2 in de lucht brengt dan je eruit haalt.

Daarna kan je die CO2 opnieuw gebruiken om synthetische brandstof te maken waarmee je opnieuw de processen, die de decarbonisatie van de lucht financierden, kan voorzien van brandstof. Zo krijg je een circulair model.

Sommige mensen denken ook dat deze synthetische brandstoffen nog een hele tijd in het wegtransport zullen nodig zijn. Batterijen zijn namelijk erg zwaar en het duurt heel lang om een auto op te laden.

Reken maar even mee. Een gemiddelde elektrische personenwagen heeft een batterij van 80 kWh waarmee je zo’n 300 à 400 km ver kan mee rijden. Als je die in één uur wilt opladen — wat in sommige snellaadstations mogelijk is — heb je een vermogen van 80 kW nodig, dat is evenveel als 100 waterkokers tegelijk aanzetten.

Hoelang zou het duren om de benzinetank van een dieselwagen, waar je dubbel zo ver mee kan rijden, vol te tanken? Een minuut? Ok, laten we nog eens rekenen. Een liter diesel bevat ongeveer 10 kWh aan energie. Een dieseltank van 50 liter bevat dus 500 kWh aan energie, zes keer meer dan een autobatterij. Je vult de tank in 1 minuut, dus één 60ste van een uur. Het laadvermogen van een dieseltank aan het tankstation is dus 500 kWh gedeeld door 1/60 uur of 30 000 kW of 30 megawatt. Dat is een vermogen dat je in de vorm van elektriciteit nooit in de buurt van jouw auto op een openbare parking wilt zien.

Bij een personenwagen kunnen we er nog mee leven dat je een uur moet wachten tot die opgeladen is. Ondertussen een koffietje drinken, benen strekken om weer fit te zijn voor de rest van de reis.

Maar een vrachtwagen moet rijden. Die kan je niet laten wachten. Wachttijd kost geld.

Veel ecologisten dromen ook van de groene meter die ervoor zorgt dat je elektriciteit verbruikt wanneer deze goedkoop is omdat er overschot is. Ze hopen dat we op die manier ervoor kunnen zorgen dat de elektriciteit verbruikt wordt wanneer de wind waait en de zon schijnt.

Maar dat is een illusie. Dat systeem kan in zekere mate werken, maar zeer beperkt. Wie denkt dat we dankzij dergelijke werkwijzen ons volledige elektriciteitsnet kunnen doen draaien op windenergie en zonne-energie heeft nog nooit de berekening, of beter, een simulatie van zo’n model gedaan op basis van echte historische weersgegevens.

De aanhangers van dit model denken dat ze de verschillen die dan nog overblijven kunnen compenseren door de batterijen van de elektrische wagens intelligent te gebruiken en deze als elektriciteitsopslag voor het huishouden kunnen gebruiken door de autobatterij op te laden bij overschotten en te ontladen bij tekorten.

Om te beginnen wordt de levensduur van een batterij bepaald door het aantal laad- en ontlaadcycli. Op die manier zal je dus de levensduur van de batterij sterk verminderen. Maar ongetwijfeld zullen toekomstige ontwikkelingen het aantal cycli van een batterij verder verbeteren.

Maar in werkelijkheid zullen mensen hun elektrische wagen overdag gebruiken en ’s nachts opladen, dus als er geen zon is. En dat ’s nachts opladen is niet zomaar ergens op een kort moment ’s nachts wanneer er even overschot aan stroom is doordat het hard waait en de bedrijven stil gaan. Nee, het is een groot deel van de nacht. Zoals gezegd heeft een autobatterij een capaciteit van zo’n 80 kWh aan energie. De batterijlader die ingebouwd zit in je wagen en waarmee je hem dagelijks thuis oplaadt heeft een vermogen van 11 kW. Dat betekent dat als je thuis komt met een lege batterij, het systeem er acht uur over doet om de batterij op te laden. Zoals ik al zei, een groot deel van de nacht. En dat is niet zo maar een beetje opladen. 11 kWh betekent dat jouw wagen gedurende acht uur 16 A stroom trekt op 3 fasen. Maar ook uw linkerbuur, uw rechterbuur en uw achterbuur willen hun wagen opladen. Die autobatterij zal natuurlijk niet elke avond volledig leeg zijn, maar het geeft je een idee waarover we spreken.

En als het winter is, verbruikt de wagen meer elektriciteit, is er minder zonne-energie en als er dan nog weinig wind is, zoals in februari dit jaar over gans Europa en over lange perioden, heb je echt wel een probleem.

Natuurlijk wil je ook dat jouw warmtepomp je huis ondertussen warm houdt. Maar die heeft ook elektriciteit nodig, vooral in de winter wanneer de zon niet schijnt, en op die ijskoude heldere dagen zonder wind.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben voorstander van warmtepompen, ze zijn veel zuiniger en klimaatvriendelijker dan andere manieren om je huis te verwarmen. Ik ben voorstander van een slimme elektriciteitsmeter die beslist om je wasmachine en andere toestellen te doen draaien wanneer er overschot op het net zit. Dat is goed voor de portemonnee en het helpt om zware pieken op het net af te vlakken. En ik heb eind vorig jaar mijn elektrische auto besteld.

Als we onze maatschappij willen decarboniseren, zullen we heel veel processen moeten elektrificeren.

Het Europese jaarlijkse verbruik aan energie is gelijk aan 12 miljoen GWh. Daarvan is 2,5 miljoen GWh elektriciteit. Eurostat heeft daar prachtige grafieken over. In de notitiepagina vind je een link.

Dus dekt elektriciteit slechts 21 procent van alle energie. Dat betekent dat als we alles willen elektrificeren, we ongeveer vijf keer meer elektriciteit moeten produceren. Dat is natuurlijk een schatting, want het rendement van een warmtepomp is groter dan het rendement van een gasketel. Bovendien moeten we dringend onze huizen veel beter isoleren zodat ze minder energie nodig hebben om op temperatuur te blijven. Het rendement van een elektrische wagen is hoger dan dat van een wagen met verbrandingsmotor.

Maar verschillende processen in de industrie zullen net minder rendement hebben. Zo legden we al uit dat we voor allerlei toepassingen heel veel waterstof zullen nodig hebben. Waterstof als reductor bij de staalproductie, in de chemie om van CO2 opnieuw hoogwaardige koolwaterstoffen te maken. Dat waterstof zullen we moeten maken door elektrolyse van water met klimaatneutrale elektriciteit. Veel elektriciteit…

We zullen ook elektriciteit nodig hebben voor allerlei processen, die we nu niet of nauwelijks doen, maar in de toekomst zullen moeten opschalen om de klimaatverandering tegen te gaan of om ons te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering.

Zo zullen we CO2 uit de lucht moeten halen en zoals ik eerder vertelde, bestaat die technologie en is ze minder duur dan eerder gedacht, maar er is elektriciteit voor nodig. Heel veel elektriciteit.

We zullen veel meer water uit de zee moeten ontzilten om onze watervoorraden aan te vullen tijdens de lange droge perioden die er meer en meer zullen komen. Water ontzilten is een proces dat gekend is en al lang bestaat. Er zijn twee methoden. Je kan water ontzilten door het te verdampen en opnieuw af te koelen zodat het condenseert. Dat proces heet ‘destillatie’. Het is zeer energie-intensief.

Een ander proces heet inverse osmose. Osmose is het proces dat door planten gebruikt wordt om water uit de grond vanuit de wortels naar zijn bladeren te trekken. Een heel fijne filter waarvan de gaatjes te klein zijn om zoutionen door te laten, maar groot genoeg om water door te laten noemt men een halfdoorlaatbaar membraan. Verdeel nu een vat in twee delen met een halfdoorlaatbaar membraan ertussen, en je vult beide helften even hoog met water, maar in het linkse deel voeg je zout toe, dan zal na een tijdje het water van het zoete rechtse deel van het vat naar het zoute linkse deel gaan waardoor het waterniveau daar stijgt. Doordat de cellen van planten een hogere concentratie hebben aan opgeloste stoffen en de celwand halfdoorlatend is kunnen die op die manier water van de grond naar hun bladeren pompen.

Bij inverse osmose doet men net het omgekeerde. Aan de zoute kant van het membraan zal men een druk op het water uitoefenen zodat het water door het membraan geperst wordt en het zout achter blijft.

Dat proces heeft minder energie nodig dan destillatie. Maar die druk moet je bekomen met behulp van pompen en die pompen moeten aangedreven worden door elektriciteit… veel elektriciteit…

Zoals we eerder zeiden zal de bevolking nog groeien tot 2060. Al die mensen moeten eten krijgen. Om niet alle natuur te vernietigen voor landbouwgrond zullen we woestijnen vruchtbaar moeten maken. Ook om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Technisch is dat perfect mogelijk. De Israëli’s hebben dat aangetoond. Maar om die woestijnen vruchtbaar te maken, hebben we water nodig. Veel water. Zoet water dat er niet is in de woestijn. Dus zullen we water moeten ontzilten om deze gebieden te irrigeren. En om dat water te ontzilten hebben we, ja, allemaal in koor: veel elektriciteit nodig.

Ja, juist, en we gingen ook stoppen met dieren te kweken voor vlees. Nu de technologie om kweekvlees te produceren aan het doorbreken is, wordt die stap veel gemakkelijker. Maar dat productieproces vraagt energie. Veel energie…

Dit om te zeggen dat we veel elektriciteit zullen nodig hebben en dat die vijf keer meer dan wat we nu produceren, die we daarnet even snel hebben ingeschat, waarschijnlijk een onderschatting is.

We gaan dus veel energie moeten produceren. CO2-vrije energie. CO2-vrije energie bestaat eigenlijk niet, maar als ze voldoende CO2-arm is kunnen we het deel dat nog wordt uitgestoten opnieuw verwijderen.

Volgende keren bekijken we welke opties we hebben voor die CO2-vrije energie.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Henry Louis Mencken.
Mencken was een invloedrijke journalist uit de eerste helft van de 20ste eeuw.
Menchen zei

Voor elk complex probleem bestaat er een antwoord dat duidelijk, simpel en verkeerd is.

Bronnen

In de cementindustrie wordt kalksteen omgezet naar calciumoxide waardoor CO2 vrij komt.
Koolstofdioxide opvangen en in de grond duwen heet carbon capture and sequestration. Ook Wikipedia legt dat goed uit.
Mark Saeys, professor chemische technologie in Gent.
Het Fisher Tropsch-proces.
Aflevering 72 is echt wel belangrijk om te begrijpen wat energie is.
De standaard over de innovaties bij ArcelorMittal Gent om de CO2 voetafdruk te verlagen.
Steelanol in ArcelorMittal in Gent is een proefinstallatie om CO2 om te zetten in methanol.
Filmpje van een onderzoek  om CO2 om te zetten tot dierenvoeding.
Wat is elektrolyse. En elektrolyse op WikipediA.
Vaclav Smil is één van de vele experts die ook raadgever was voor Bill Gates legt in deze korte video uit waarom we niet zomaar van CO2 zullen af geraken.
technologie om CO2 uit de lucht te halen
Een liter diesel bevat ongeveer 10 kWh aan energie.
Prachtige infographic over de Europese jaarlijkse energiestromen.
Enkele afleveringen geleden heb ik uitgelegd wat het Carnot proces is.
Wat is een brandstofcel?
Wat zijn destillatie, Osmose en inverse osmose.
Dit is van Henry Louis Mencken
Het citaat vind je hier.

Een reactie

  1. Henk Blankers zei:

    Dag Jozef

    Je potcast vind ik erg goed maar ik heb een vraag m.b.t. de inhoud.

    In je potcast beweer je dat het thermische energie rendement niet boven de 35% uitkomt.
    In onderstaand link een artikel waar wordt beweerd dat de gas centrale Irsching 4 in het zuiden van Duitsland een elektrisch rendement haalt van 60,75% dus veel hoger dan 35%.

    https://www.wingas.nl/grondstof-aardgas/stroom-uit-aardgas.html

    Ook het artikel in onderstaande link wordt beweerd dat een elektrisch rendement van 50 à 60 % gehaald kan worden bij gas centrales.

    https://www.milieurapport.be/sectoren/energieproductie/sectorkenmerken/energiebalans-en-rendement-centrale-stroom-en-warmteproductie

    M.b.t. H2 elektrolyse staat in het artikel in onderstaande link dat een rendement van 70% en een totaal rendement van ongeveer 50%. (elk==>H2 ==> elk)

    https://www.hieropgewekt.nl/kennisdossiers/waterstof-waar-staan-we-feiten-op-een-rijtje

    Heb je een verklaring voor de verschillen in rendement tussen bovenstaande artikelen en de rendementen genoemd in je potcast?

    Je reactie met belangstelling te gemoed ziend.

    Met vriendelijke groet

    Henk Blankers
    henk@blankersfamily.com

    15 maart 2021
    Antwoord

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.