Homeopathie: Niet meer voor de britten

Richard Dawkins en het brits parlement willen geen homeopathie meer

Je kan deze podcast downloaden door met met de rechtermuisknop op de link te drukken en dan “Save link as” te selecteren. (op een Mac moet je klikken met CTRL ingedrukt):
of abonneren:
Je kan ook voor informatie naar mijn website.

Hier is de transcript:

Goeiedag, het is vandaag zondag 28 februari 2010, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 48ste aflevering van deze podcast.
Vandaag lees ik een aantal actuele artikels voor over homeopathie.
Rik Delaet en Herman Boel hebben het vertaald.

1. Het Probleem met Homeopathie.

Vrij naar Richard Dawkins (http://richarddawkins.net/articles/5139)
Sta me toe even uit te leggen waarom ik er persoonlijk van overtuigd ben dat homeopathie niet werkt.
De beste manier om na te gaan of enige voorgestelde therapie effectief is is de DubbelBlinde placebo-geControleerde en geRandomiseerde Test (DBCRT). Ik ben er inderdaad van overtuigd dat dit de enige onfeilbare manier van testen is. Spijtig genoeg is deze werkwijze in de praktijk niet altijd haalbaar. Bij acupunctuur bijvoorbeeld kan je je moeilijk voorstellen hoe je kan beletten dat patiënten te weten komen of ze bij de experimentele dan wel bij de controlegroep behoren. Hoe moet je een nep of placebo prik toedienen?

Maar bij homeopathie heb je dat probleem niet. Homeopathie leent zich perfect voor dubbelblind onderzoek. Zeg maar: is er kwetsbaar voor. Er even over nadenken hoe je de test moet uitvoeren toont al dadelijk de bijna onmogelijkheid van de werking ervan aan. Het punt waar het om gaat is dat het grondbeginsel van homeopathie erin bestaat dat hoe meer verdund het ‘actieve’ bestanddeel is, des te effectiever het is. Daarom zijn de doseringen, waarvan verondersteld wordt dat ze het meest effectief zijn, zo extreem verdund dat, om met enige waarschijnlijkheid één molecule van het goedje binnen te krijgen, je zowat een volume gelijk aan alle materie in het hele zonnestelsel zou moeten opdrinken of opeten. Daarom is het ook waarschijnlijk dat je in doodgewoon leidingwater hogere dosissen van gelijk welk homeopathisch middel gaat aantreffen dan in de verkochte middelen van extreem hoge verdunning. Je kan zelfs stellen dat het voor de verdunning gebruikte water nooit zover gezuiverd kan worden dat de aangegeven extreme verdunning kan worden bereikt. Een leukerd heeft ooit berekend dat je veilig kan stellen dat in elk glas water dat je drinkt er minstens één molecule zit die ooit door de blaas van Julius Caesar is gepasseerd. Dat volgt uit het eenvoudige feit dat in één glas water meer moleculen water zitten dan dat er glazen water zijn op deze wereld. Eén glas water bevat meer moleculen dan het getal van Avogadro (ongeveer 6 met 23 nullen achter) en zoveel glazen water vertegenwoordigen meer water dan er op de aarde is.
Daaruit volgt dat er chemisch geen na te gaan verschil is tussen de experimentele dosis en de controledosis. Als een DBCRT experiment toch een verschil in effectiviteit zou te zien geven zouden we heel wat uit te leggen hebben.
Homeopaten zijn zich bewust van dit probleem en hun antwoord hierop is, om het zacht uit te drukken, vergezocht. Ze gaan ermee akkoord dat er chemisch geen verschil is tussen de experimentele en de controledosissen. De chemie achter zich latend gaan ze hun heil zoeken in de fysica. Tijdens het verdunnen (‘succussie’ of ‘potentiëring’) en voordat het te verdund wordt om nog enige invloed uit te oefenen zou het actieve ingrediënt een ‘herinnering’ van zichzelf achterlaten op de moleculaire structuur van het water: een herinnering opgeslagen in het patroon waarin de watermoleculen ten opzichte van elkaar zouden zijn opgesteld. Het doet er niet toe hoe onwaarschijnlijk dit is. Het is te testen.
Zonder de moeite te nemen om de structuur van de watermoleculen rechtstreeks te gaan onderzoeken, kan het volgende DBCRT onderzoek met echte patiënten worden uitgevoerd. En zou ook moeten uitgevoerd worden, denk ik. Als homeopathie ook maar enig effect heeft dan zou dat door volgend experiment moeten worden aangetoond. Als het experiment een positief resultaat geeft dan kunnen we ons alsnog bezig houden met moleculaire geheugens en dergelijke. Maar dat is dan wel een heel grote ‘als’.
Hier volgt mijn voorgestelde experiment:

1. Neem een groot, vooraf afgesproken, aantal patiënten, liefst mensen die zich voor een homeopathische behandeling hebben aangeboden en door homeopaten als behandelbaar geklasseerd zijn. Ze hoeven niet allemaal aan dezelfde kwaal te lijden al zou het resultaat duidelijker afgetekend zijn, mocht dat wel zo zijn. Elke patiënt moet voorafgaand door de beste homeopaten onderzocht worden en in een verslag worden beschreven. Voor elke patiënt moeten de behandelaars het eens zijn over de beste homeopathische behandeling. De voorschriften voor de verschillende patiënten hoeven niet dezelfde te zijn. Voor elke patiënt en elke klacht wordt een op maat ontworpen homeopathische remedie opgesteld, zodat niemand later kan beweren dat de behandeling niet ‘holistisch’ genoeg was of niet genoeg rekening hield met individuele vereisten.

2. Wijs op willekeurige wijze de helft van de patiënten toe aan de experimentele en de andere helft aan de controlegroep toe. Het is van vitaal belang dat niemand, die betrokken is bij het experiment, kan te weten komen welke patiënten bij de experimentele en welke bij de controle groep behoren: noch de homeopaten, noch de patiënten, noch het verzorgend personeel, noch iemand betrokken bij het noteren van de data. De keuze met op willekeurige wijze door een computer gebeuren, ongeweten door enige levende persoon en veilig opgeslagen worden in de computer.

3. Voor elk van de voor de individuele patiënten opgeschreven voorschriften moeten professionele homeopathische technici (de besten van hun beroep) de medicatie voor zowel de experimentele als voor de controle op identieke manier bereiden. Dat wil zeggen dat het moet gebeuren met dezelfde manier van succussie (opeenvolgend verdunnen en schudden) met het enige verschil dat de procedure voor de bereiding van het experimentele medicijn begint met het beweerd actieve ingrediënt terwijl de controlegroep begint met eenzelfde volume zuiver water. Behalve dit verschil moeten beiden aangemaakt worden met precies dezelfde procedure van verdunnen en schudden. Tijdens de hele bereiding moeten de dosissen door ervaren homeopathische technici worden aangemaakt, zoals ze het gewoon zijn om te doen, maar zonder in elk stadium te weten of ze met de experimentele of met de controle dosissen bezig zijn.

4. Op het einde van de succussie procedure worden de medicaties door de technici gebotteld, tot pillen verwerkt of wat ook de normale werkwijze is. Vervolgens krijgt elke patiënt ofwel de experimentele ofwel de controleversie van zijn persoonlijk voorschrift, terwijl noch de patiënt noch iemand anders weet of hij de experimentele of de controle dosis krijgt. De behandeling duurt zolang als de homeopaat heeft voorgeschreven.

5. Na afloop hiervan worden alle patiënten opnieuw onderzocht door dezelfde homeopaten als die hen voor het experiment hebben onderzocht en wordt er genoteerd of de patiënt verbeterd, verslechterd of hetzelfde is gebleven. Dat resultaat wordt, eens genoteerd, verzegeld zodat er niets meer aan veranderd kan worden nadat de codes openbaar werden gemaakt.

6. De computercodes worden nu bekend gemaakt en de resultaten geanalyseerd door statistici die alleen maar weten of een patiënt ij ‘Groep A’ of bij ‘Groep B’ behoort. Als er enig statistisch significant verschil wordt gevonden tussen de twee groepen dan mogen de identiteiten van de twee groepen worden bekendgemaakt. Ik durf er bijna mijn hoofd op verwedden dat dat niet het geval zal zijn. Als het toch zo zou zijn en het effect is verifieerbaar herhaalbaar, dan eet ik mijn hemd op!

Nu en dan werden experimenten die lijken op het hierboven beschrevene uitgevoerd. Af en toe werd er een verschil gevonden. Mij overtuigen deze resultaten niet deels omdat de positieve resultaten vaag en onherhaalbaar zijn en ook omdat, voor zover ik kan nagaan, geen enkel experiment aan de hierboven aangehaalde criteria voldeed. Vooral omdat het belangrijk is dat de controles volgens precies dezelfde succussieprocedure bereid moeten zijn als de experimentele dosissen. De controles mogen zeker niet bestaan uit gewoon leidingwater of gedistilleerd water. Ze moeten op precies dezelfde manier geschud worden als de experimentele dosissen. Anders zou je kunnen veronderstellen dat alleen het schudden al enig effect zou hebben – misschien door lucht op te lossen in het water; maar ik hoef hier niet in te gaan op de details. Het is van vitaal belang dat het enige verschil tussen de dosissen de aan- of afwezigheid is van de beweerd actieve stof bij het begin van de potentiëringsprocedure.
Het gaat ook niet op om maar één enkele voorraad controledosissen voor alle toekomstig gebruik tijdens de loop van het experiment aan te maken. Zelfs als de controledosis door hevig schudden wordt bereid dan nog gaat het niet op een groot vat met controlemateriaal aan te maken. Dat zou betekenen dat alle controlepatiënten iets gemeen zouden hebben, wat niet het geval zou zijn voor de experimentele patiënten.
Als de hoop van de homeopaten zou uitkomen en als de experimenten, zo zorgvuldig gecontroleerd als hierboven beschreven, steeds weer betrouwbaar zouden aantonen dat extreem verdunde homeopathische substanties een positief effect hadden, wat zouden we dan moeten besluiten? Vermits er chemisch geen verschil zou zijn tussen de dosissen zou dit betekenen dat een totnogtoe onbekend fysisch fenomeen zou zijn ontdekt. Dit is zeer onwaarschijnlijk maar niet totaal uit te sluiten. De homeopaat die zo’n verbazende ontdekking zou doen zou zowel de Nobelprijs voor fysica als voor geneeskunde krijgen. Met een dergelijke heilige graal in het vooruitzicht is het dan niet eigenaardig dat niet elke homeopaat, als hij er echt in gelooft, dag en nacht in zijn lab de beuk erin zet om het effect aan te tonen? En doen ze dat? Nee. Ze zijn meer geïnteresseerd om geld te incasseren van patiënten die in de behandeling geloven omdat die – zoals elk placebo – soms lijkt te werken.
Het door mij voorgestelde experiment is technisch niet moeilijk uit te voeren en het zou ook geen bom geld kosten als je ziet welke bedragen voor dit soort onderzoek door de medische industrie worden uitgetrokken. Prins Charles, wiens ondersteuning van homeopathie er grotelijks toe bijgedragen heeft dat die behandeling een zekere respectabiliteit in Brittannië heeft verworven, en ook tegemoetkoming door de ziekenfondsen, zou zonder veel moeite het onderzoek kunnen financieren. Hij zou het moeten doen. Niets in het beschreven experiment schendt de voorkeur voor de ‘holistische’ aanpak van de geneeskunde. Integendeel mijn ontwerp doet er alles aan om eraan tegemoet te komen, zelfs in die mate dat voor elke patiënt een behandeling op maat wordt geknipt.
Als homeopathie echt zou werken zou het makkelijk en goedkoop aan te tonen zijn. Het besluit lijkt onontkoombaar. Duidelijker dan voor elke andere ‘alternatieve’ therapie is aan te tonen dat de kans dat homeopathie werkt infinitesimaal klein is. Niet alle homeopaten zijn charlatans; velen onder hen zijn waarschijnlijk oprecht net als hun patiënten. Maar totdat is aangetoond dat homeopathie werkt (wat waarschijnlijk nooit het geval zal zijn) zou het niet door de ziekenkassen mogen worden terugbetaald.
(Hierna vraagt Richard Dawkins om contact op te nemen met parlementsleden om de actie tegen homeopathie te steunen.)

2. Homeopathie in de ban in Groot-Brittannië

Dit artikel komt van de website Sereniteit en is gebaseerd op een artikel uit The daily Telegraph en uit het satirisch tijdschrift “The daily mash”.

Het origineel kan je hier vinden.

3. Het citaat
http://nl.wikipedia.org/wiki/Thomas_Jefferson

Het citaat van vandaag komt van Thomas Jefferson. Jefferson was de derde president van de Verenigde Staten en de Amerikaanse grondwet is voor een groot stuk zijn verdienste. Er wordt soms gezegd dat Obama hem als voorbeeld ziet.
In een brief aan Francis Adrian Van der Kemp schreef Thomas Jefferson:
“Ridiculiseren is het enige wapen dat kan gebruikt worden tegen ondoorgrondelijke stellingen. Ideeën moet helder zijn vooraleer de rede erop kan werken, en niemand had ooit een helder idee over de Drievuldigheid. Het is eerder een abracadabra van de charlatans die zich priesters van Jezus noemen.”

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *