Magnetische omkeringen en evolutionaire sprongen

Play

Magnetic-Reversals-Cover-front-WEBVergeet de evolutietheorie van Darwin. De soorten zijn ontstaan in bruuske stappen waarbij plots hele soorten verdwenen en andere soorten in de plaats kwamen. Deze veranderingen waren het gevolg van omkeringen van het aardmagnetisch veld. Door die omkeringen wordt de aarde tijdelijk blootgesteld aan kosmische straling waardoor er heel veel mutaties op korte tijd ontstaan. Deze theorie wordt onderbouwd door het samenvallen van de historische magnetische omkeringen met de grote evolutionaire veranderingen, omdat er nooit fossielen gevonden worden van halve vleugels en halve ogen, en door uitspraken van onder andere Richard Goldschmidt en zelfs Stephen Jay Gould. Alleen hebben Goldschmidt en Gould nooit het mechanisme achter die evolutionaire sprongen uitgelegd. En dat is de revolutionaire ontdekking van dit boek.

Intro
Goeiedag, het is vandaag zondag 9 februari 2014, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 181ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet, de muziek is van Niek Lucassen en Emile Dingemans verzorgt de website en de facebookpagina.
Mededelingen

In de voorbije weken hebben Emile en ik enkele problemen met de website opgelost. We hadden problemen met het mailingsysteem, waardoor je soms lang moest wachten tot je antwoord kreeg als je iets op het contactemailadres plaatste. Een ander probleem was dat als je je registreerde op de website, je geen bevestigingsmail kreeg, zodat je je paswoord niet kon aanpassen en dus maar één keer kon reageren. Deze problemen zijn nu opgelost, dus, als je een gebruiker aanmaakte, kan je best nog eens proberen in te loggen of op ‘wachtwoord vergeten’ klikken. Dat zou het moeten oplossen.

We zijn ook van plan om de mailservice Blogtrotter te deactiveren, want die geeft heel wat problemen. Dus, als je een e-mailabonnement op de website hebt via Blogtrotter (dat zie je aan het verzendadres) kan je beter daar je abonnement opzeggen en opnieuw abonneren via de website.

Magnetische omkeringen en evolutionaire sprongen

Vandaag bespreken we het boek Magnetic Reversals and Evolutionary Leaps: The True Origin of Species van Robert W. Felix

De echte oorsprong der soorten
Ik schreef deze boekbespreking oorspronkelijk in een verkorte vorm voor Wonder En is Gheen Wonder, het tijdschrift van Skepp. Tijdens een discussie over innovatie wierp iemand op dat veel van het innovatieproces te vergelijken is met Darwins theorieën, waarbij het mutatie- en voortplantingsproces zich voordoet omdat men ideeën van anderen kopieert en recombineert tot nieuwe. De marktwerking staat voor het selectieproces. Die zorgt ervoor dat slechte ideeën verdwijnen en goede ideeën gretig gekopieerd worden omdat ze goed verkopen. Toen wierp een goede vriend en succesvolle ondernemer tot ieders verbazing de opmerking op tafel:

”Ja, maar is die theorie wel juist? Er bestaat toch niet zoiets als een halve vleugel?”

Dat is ondertussen al twee jaar geleden en ik herinner me niet meer helemaal hoe de discussie verder liep, maar korte tijd later gaf hij me een boek met het korte commentaar:

“Hier, lees dit eens, en weet me te vertellen wat je ervan vindt.”

Als goede skepticus met een open geest heb ik dat boek dus aangenomen, beloofd dat ik het zou lezen en hem mijn conclusies erover opsturen, maar dat het eventjes zou kunnen duren. Het heeft een jaar geduurd eer het boekje uitgelezen was. Nochtans telt het slechts 166 bladzijden en is het in een groot lettertype geschreven. Maar tijdens dat lezen heb ik toch wel respect gekregen voor al die redactieleden van skeptische tijdschriften die de moeite nemen om boeken vol onzin te lezen ter wille van een recensie. Nadat het was uitgelezen, was het opnieuw heel lastig om mijn commentaar te schrijven. Skepticisme rijmt op masochisme. Volgens Daniel Kahneman doet cognitieve dissonantie fysiek pijn. Als je echt wil weten hoe cognitieve dissonantie aanvoelt, moet je ook maar eens zo’n boek lezen. In ieder geval, nu ik er mij toch doorgeworsteld heb, deel ik mijn bevindingen maar met jullie. Dat bespaart jullie dit het lezen van dit boek .

Nochtans heeft de auteur, Robert W. Felix, zijn huiswerk gemaakt. Tenminste als je zijn indrukwekkende lijst referenties erop naleest en als je nagaat hoeveel verschillende wetenschappelijke disciplines hij opsomt om zijn gelijk te halen. Dat maakt het de skepticus soms knap lastig om zijn standpunten te ontkrachten. Als je het internet afzoekt naar zijn naam kom je algauw terecht op ‘RationalWiki’ dat hem beschrijft als

”een extraordinaire gek die zijn eigen merk van aardse veranderingen promoot, dat hij als een passe-partout gebruikt voor allerlei andere onzin. Al zijn ‘theorieën’ draaien rond de omkering van de aardse magnetische polen.” [1]

Hij schreef ook een boek waarin hij door middel van dezelfde theorie beweert dat we niet op weg zijn naar een opwarming van de aarde, maar wel naar een nieuwe ijstijd als gevolg van… je raadt het al: de omkering van de polen.

Het aardse magnetische veld.  Afbeelding door NASA Goddard Photo and Video (CC BY 2.0)
Het aardse magnetische veld.
Afbeelding door NASA Goddard Photo and Video (CC BY 2.0)

‘Darwin had het mis’
‘Magnetische omkeringen’ begint, wat dacht je, met ‘argumenten’ op te sommen waarom de evolutietheorie van Darwin verkeerd is. Hij stelt dat de geleidelijke evolutie, zoals Darwin die zag, niet bewezen is omdat overgangsfossielen nooit gevonden zijn. In de inleiding beweert hij al dat geleidelijke evolutie nutteloos is, want ‘wat is het nut van een halve vleugel of een half oog?’ Het is me niet helemaal duidelijk of hij ‘Over de oorsprong der soorten’ heeft gelezen, dan wel of hij bewust misbruik maakt van misconcepties over evolutie. Tenslotte spendeert Darwin er meerdere pagina’s aan om uit te leggen hoe een oog zou kunnen evolueren. Bovendien kent men ondertussen talrijke diersoorten met ogen in verschillende evolutionaire stadia: van een rudimentaire fotoreceptor tot het bijna perfecte oog van een octopus. Dit verklaart waarom Felix van mening is dat er geen overgangsfossielen zijn. Die halve ogen hebben inderdaad nooit bestaan. Alhoewel we in het fossielenbestand een duidelijke geleidelijke evolutie zien van de vleugel van de dinosaurussen (die gebruikt werden voor het evenwicht, om zich af te koelen of voor seksuele aantrekking) tot de volmaakte vleugel van een albatros, mag het duidelijk zijn dat er geen fossielen zijn met halve vleugels (tenzij de andere helft niet fossiliseerde). Dat was een gemakkelijke.

Verderop in het boek maakt hij nog regelmatig gebruik van een fout begrip van de evolutietheorie. Een van zijn tegenwerpingen is dat onze vingers niet geëvolueerd zijn om gitaar te spelen. Hij vraagt de lezer waarom de emoe drie tenen ontwikkelde om sneller te lopen, terwijl de struisvogel daar slechts twee tenen voor nodig heeft. Ook vermeldt hij dat dinosaurussen geavanceerde intelligente diersoorten waren, waarmee hij suggereert dat dat tegenstrijdig is aan de evolutietheorie. Hij schijnt niet te begrijpen dat deze argumenten net door de evolutietheorie onderbouwd worden. De onafhankelijke evoluties van het loopgedrag van de emoe en de struisvogel leiden ertoe dat er in beide soorten onafhankelijk van elkaar variaties ontstonden, die in elk van beide soorten succesvol bleken te zijn. Opnieuw blijkt hij niet te begrijpen dat evolutie geen ladder is naar steeds hogere complexiteit, maar eerder een chaotische struik, waarbij ‘hogere’ soorten soms verdwijnen omdat ze minder goed aangepast zijn. Volgens datzelfde foute beeld betoogt Felix dat haaien gedurende bijna 370 miljoen jaar niet evolueerden en daarom een groot probleem stellen voor ‘darwinisten’. Ze evolueerden namelijk niet tot iets ‘beter’.

Volgens Felix hebben Richard Goldschmidt en Stephen Jay Gould geopperd dat evolutie niet geleidelijk gaat, maar in sprongen (evolutionary leaps), waarbij de soorten gedurende lange tijd niet evolueren. Volgens Felix zou Goldschmidt in zijn boek ‘The material basis of evolution’ geschreven hebben:

“Welk nut heeft een halve vleugel?”

Goldschmidt dacht dat de gestage evolutie zoals door Darwin vooropgesteld zich alleen voordoet binnen soorten (micro-evolutie) en betoogde dat er een soort ‘macro-evolutie’ nodig was om de soortvorming te verklaren (een hoopvol monster). Goldschmidt was controversieel tussen evolutiebiologen en zijn theorieën horen niet bij de wetenschappelijke consensus. De interessantste tegenwerping tegen Goldschmidts idee was de vraag hoe zo’n ‘hoopvol monster’ een partner kon vinden waarmee het vruchtbare nakomelingen kon krijgen. [2]

In zijn betoog probeert Felix aan te tonen dat soorten plots ontstaan. Hiervoor haalt hij Stephen Jay Goulds theorie van ‘punctuated equilibrium’ aan. Wat Felix er echter niet bij vertelt is dat de term ‘plots’ bij Gould moet geïnterpreteerd worden op een geologische schaal. Met ‘plots’ bedoelde Gould enkele tienduizenden jaren. Stephen Jay Gould is waarschijnlijk de evolutiebioloog die het vaakst fout geciteerd wordt door creationisten. Ook haalt Felix de klassieker van de Cambrische explosie aan waar opnieuw ‘plots’ uit het niets miljoenen soorten ontstaan. Ook hier moet het woord ‘explosie’ begrepen worden in geologische context. Die ‘explosie’ nam toch zo’n tien miljoen jaar in beslag. Bij het begin van het tijdvak Cambrium ontstonden er soorten met een skelet. Deze strategie bleek zo succesvol dat deze soorten al snel een dominante rol gingen innemen. Bovendien moet de ‘explosie’ ook gezien worden in het kader van het fossielenarchief. Skeletten fossiliseren nu eenmaal beter dan weke delen, zodat er vanaf het Cambrium plots veel meer fossielen te vinden zijn. Maar niet omdat er daarvoor geen leven was.
In de volgende hoofdstukken geeft Felix een opsomming van allerlei soorten waarvoor het fossielenarchief geen evolutionaire lijn zou geven (onder andere: kikkers, salamanders, brontosaurussen). Volgens hem zou Robert T. Baker beweerd hebben dat er geen overgangsfossielen voor dinosaurussen bestaan. Baker stelde dat de evolutie van dinosaurussen snel gegaan was, wat hij gebruikt om te argumenteren dat ze warmbloedig waren, niet dat ze daar plots stonden. Op een leek die al deze gelauwerde paleontologen niet kent, maken dergelijke argumenten natuurlijk indruk. Hij beweert dat allerlei soorten zoals paarden, bevers, lemmings, vossen, mammoets etc. pas tijdens de laatste 2 miljoen jaar verschenen ‘zonder tijd om te evolueren’. De mens bestaat 200.000 jaar zonder enig bewijs van evolutie. Ook dit wordt met Gould beargumenteerd. Ik zal hier niet op ingaan, maar de geïnteresseerde kan de tegenargumenten gemakkelijk vinden op www.talkorigins.org (Engelstalig).

Hij stelt aan de lezer ook de vraag of het niet eigenaardig is dat steeds weer ongeveer hetzelfde aantal nieuwe soorten de oude vervangt. Maar dat verschijnsel wordt door de evolutietheorie verklaard en door Darwin in ‘over het ontstaan der soorten’ de ‘economie van de natuur’ (economy of nature) genoemd.

De juiste evolutietheorie
De ‘theorie’ die Felix daartegenover stelt is eigenlijk geen theorie. Op regelmatige tijden keren de magnetische polen van de aarde om en volgens Felix zorgt dit ervoor dat het aards magnetisme gedurende een tijd uitvalt. Hierdoor krijgt de aarde een onevenredig grote hoeveelheid radioactieve straling van de zon te verduren en deze straling zorgt voor een verhoogd aantal mutaties en extincties bij de levende organismen waardoor plots totaal nieuwe soorten ontstaan.

Volg je nog? Volgens Felix zijn mutaties wel degelijk de motor van de evolutie van de diersoorten, waardoor nieuwe soorten evolueren uit vorige soorten. Alleen zegt hij dat er een periode is waarin deze evolutie zich versneld voordoet. Hij legt niet uit waarom bepaalde mutaties overleven en andere niet (dat doet Darwin wel).

Het poollicht te zien in Tromsø, Noorwegen Foto door Andi Gentsch (CC BY-SA 2.0)
Het poollicht te zien in Tromsø, Noorwegen
Foto door Andi Gentsch (CC BY-SA 2.0)

Hij gebruikt weer allerlei argumenten om te ‘bewijzen’ dat hij gelijk heeft. Zo is de wetenschappelijke consensus rond de verhoogde hoeveelheid iridium in de kleilagen van de Krijt-Tertiairgrens de theorie van Luis Alvarez over de impact van een meteoriet. Maar volgens Felix is dit het gevolg van… juist: een magnetische omkering. Tijdens zo’n omkering wordt de atmosfeer bestraald waardoor er allerlei nieuwe stoffen ontstaan. Dit standpunt beargumenteert hij met een halve waarheid. Hij zegt dat we weten dat koolstof-14 op die manier ontstaat, wat juist is. Door kosmische bestraling van stikstof wordt C14 gevormd. Maar kosmische straling is afkomstig van hoogenergetische astronomische verschijnselen zoals supernova’s en niet van de zon. Hij lijkt geen verschil te maken tussen kosmische straling en de zonnewind. De energie van de deeltjes uit de zonnewind is veel te laag om een kernreactie uit te lokken. Wat zonnewind doet, is luchtdeeltjes ioniseren (een elektron in een hogere energie brengen). Dat kan zorgen voor het spektakel dat we noorderlicht noemen, storing van radiocommunicatie, beschadiging van elektronische apparatuur, vooral in satellieten, en schade aan het DNA van levende organismen, maar niet voor de vorming van C14. Bovendien blijkt hij het niet nodig te vinden om een onderscheid te maken tussen radioactieve straling en elektromagnetische straling en vergeet hij dat de deeltjes in de zonnewind geïoniseerd zijn, niet noodzakelijk radioactief. Maar dat komt hem beter uit voor zijn betoog, want nu kan hij ook beweren dat het Krijt-Tertiairgrens-iridium ontstaan is door kosmische straling tijdens een magnetische omkering en niet uit de ruimte kwam als gevolg van een meteorietinslag. Ook de lagen van allerlei andere materialen passen wonderwel binnen zijn theorie.

Op een kalkstenen rots in de buurt van Gubbio, Italië, onderzoeken natuurkundige Luis Alvarez en zijn zoon geoloog Walter, de kleilaag die hun theorie 'The Great Dying' deed ontstaan. Verrassend hoge concentraties van iridium in de klei in Gubbio en vele andere locaties geven aan dat de massa-extinctie het gevolg was van een botsing tussen Aarde en een enorme buitenaards object. Foto door Berkeley Lab (CC BY-NC-ND 2.0)
Op een kalkstenen rots in de buurt van Gubbio, Italië, onderzoeken natuurkundige Luis Alvarez en zijn zoon geoloog Walter, de kleilaag die hun theorie ‘The Great Dying’ deed ontstaan. Verrassend hoge concentraties van iridium in de klei in Gubbio en vele andere locaties geven aan dat de massa-extinctie het gevolg was van een botsing tussen Aarde en een enorme buitenaards object.
Foto door Berkeley Lab (CC BY-NC-ND 2.0)

Kortom, Alvarez zou zijn Nobelprijs aan Felix moeten doorgeven. Verder beweert hij ook dat de Tunguska-ontploffing uit 1908 evenmin het gevolg was van een meteoriet, maar van, jawel, plotse lokale veranderingen in het aardmagnetisme die zorgde voor een hoge productie van radioactief C14 in de atmosfeer, wat op zijn beurt voor een nucleaire explosie zorgde. Dat er een nucleaire reactie was, onderbouwt hij met het feit dat er in de buurt uranium gevonden werd. Blijkbaar weet hij ook niet dat uranium een grondstof voor een nucleaire reactie is en geen residu. En zeker niet van een hoogst onwaarschijnlijke reactie met koolstof14. Is dit geen argument van ‘specifiek pleiten’?

Op het gebied van de vorming van koolstof maakt hij het nog bonter, want dat kosmisch gevormde koolstof wordt aardolie en steenkool. Dat je daarvoor enkele complexe, niet nader verklaarde, chemische reacties nodig hebt, lijkt hij bijzaak te vinden. Hij vergeet er bovendien bij te vertellen dat C14 opnieuw vervalt tot stikstof en dat dit proces dus niet verklaart waarom olie en kolen bijna uitsluitend het isotoop C12 bevatten. Sommige extincties zouden trouwens het gevolg zijn van olieoverstromingen en bedolven worden door steenkool. Dat laatste wordt beargumenteerd met het feit dat Charles Lyell al gewag maakte van rechtopstaande bomen in steenkoollagen.

Ter argumentatie wordt zelfs opperskepticus Carl Sagan geciteerd:

“De chemie van kolen is nog steeds niet goed begrepen.”

En als kosmische straling (of was het zonnewind?) koolstof kan produceren, waarom moeten we dan die moeilijke oefening maken om zware elementen te verklaren als het gevolg van supernova’s? Strontium, iridium, beryllium, uranium, en noem maar op, ontstaan tijdens magnetische omkeringen.

Op pagina 64 probeert hij de creationisten aan zijn kant te krijgen door te insinueren dat God die magnetische omkeringen teweeg bracht en zo de mutaties in de juiste richting stuurt. Felix heeft er blijkbaar geen problemen mee om tegenstrijdige beweringen te gebruiken als hem dat zo uitkomt. Zo had hij eerder beweerd dat de mens slechts 200.000 jaar oud is en er geen bewijzen van zijn evolutie bestaan of van gemeenschappelijke voorouders met de primaten. Maar op pagina 73 erkent hij plots dat de mens zich 5 miljoen jaar geleden van de mensapen afsplitste en dat Homo habilis 2 miljoen jaar geleden verscheen. Hier wordt dit feit wel aanvaard omdat het als bewijs kan gebruikt worden dat deze evolutionaire mijlpalen samenvallen met magnetische omkeringen. Maar je kan toch niet eerst een feit ontkennen om één deel van je theorie te bewijzen en dan datzelfde feit gebruiken om een ander deel van je theorie te bewijzen…

‘De zon zorgt voor de magnetische omkeringen’
Hij maakt het nog bonter als hij ook gaat beweren dat de nucleaire activiteit van de zon het gevolg is van magnetisme. Fout. De motor van de nucleaire activiteit van de zon is de zwaartekracht die de deeltjes zoveel energie geeft dat er een fusiereactie op gang komt in de kern. De hitte van de zon zorgt ervoor dat atomen ioniseren. Dat betekent dat ze elektronen op de buitenste schil verliezen, waardoor ze elektrisch geladen worden. De thermische energie en de elektrische afstoting zorgen voor stormen in dit elektrisch geladen gas. En als elektrisch geladen deeltjes bewegen dan ontstaat er, volgens de wetten van Maxwell, loodrecht op die beweging een magnetisch veld, net zoals in een stroomvoerende spoel. (Vergeef me de simplificatie om het kort te houden).

Video: Bekijk hoe het magnetisch veld van Aarde ons beschermt tegen een zonnestorm en ons op spectaculair poollicht trakteert.

Tijdens dit betoog haalt hij allerlei fysische processen door elkaar. Zo kent hij blijkbaar het verschil niet tussen ionisatie en kernsplijting (de splitsing van een atoom in meerdere atomen met een lagere atoommassa), tussen elektromagnetisme en radioactiviteit, en zo verder.

Zoals het een echte pseudowetenschapper betaamt, gooit hij op een onverwacht moment de beroemde formule van Einstein E = mc² op tafel zonder uit te leggen waarom en wat de relevantie ervan is. Maar het staat wel goed en geeft de indruk dat materie overal zomaar kan ontstaan.
Om nog meer indruk te maken, geeft hij allerlei verbanden tussen magnetische omkeringen en het begin van de ijstijden, de baan van ons zonnestelsel door de Melkweg en de precessie van de aardrotatie.

Hij bewijst zijn gelijk door aan te tonen dat de historische polaire omkeringen precies overeenkomen met de paleontologische periodes, maar het aantal polaire omkeringen is zo groot dat je altijd wel een omkering in de buurt van zo’n paleontologische overgang vindt.

Om met een positieve noot te eindigen: ik heb één ding uit dit boek geleerd: in België is er een dorpje dat Senzeilles heet. Het is een deel van Cherfontaine en daar woont de paleontoloog Jean-Georges Casier.

Conclusie
Zoals de meeste pseudowetenschappelijke theorieën is dit een theorie van alles. Ze verklaart niet alleen hoe het leven echt evolueerde, ze legt ook uit dat we op weg zijn naar een ijstijd in plaats van een opwarming van de aarde, hoe uranium, iridium en strontium op de Aarde ontstonden, dat petroleum en steenkool anorganische mineralen zijn die onuitputtelijk zijn omdat de atmosfeer ze voortdurend aanvult, en dat alle paleontologen, evolutionair biologen, deeltjesfysici en geologen onnozelaars zijn.

Tot slot
Dit boek is een prachtig voorbeeld van hoe je pseudowetenschap verkoopt. Je vertelt de lezer wetenschappelijke feiten waar de gemiddelde leek niet van op de hoogte is, je voegt er feiten aan toe waarvan je beweert dat ze onbegrepen zijn, citeert een hoop wetenschappers uit hun context gerukt en kruidt het met verwarring tussen onderscheiden termen (ionisatie en kernsplijting, EM-straling en radioactieve straling, elektronvolt en volt) zodat je verbanden kan leggen die er niet zijn. Tenslotte bekogel je de lezer met een hoop vragen waarop je geen antwoord geeft. En je gebruikt dat materiaal om er je eigen onzintheorie in te camoufleren en te verzwijgen dat je eigen theorie die vragen (ook) niet beantwoordt.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Kevin Verstrepen, een medewerker van het centrum voor microbiologie van de Universiteit van Leuven.
Verstrepen zei:

Darwin is voor de biologie wat Newton en Einstein samen voor de fysica betekenen

Tot de volgende keer.

Referenties

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *