Logische misvattingen deel 11

Dit artikel is deel 11 uit de 12-delige serie Drogredenen
Play

De eerste 10 afleveringen van deze podcast gingen over logische misvattingen. Na meer dan 200 afleveringen wordt het tijd om dat lijstje weer verder aan te vullen.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 20 september 2015, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 244ste aflevering van deze podcast.
Misschien weet je het niet meer, maar deze podcast begon met een lijstje logische misvattingen of drogredenen. Na die eerste 10 afleveringen hebben we er nu en dan nog wel één opnieuw gebruikt, maar het lijkt me ondertussen hoog tijd om dat lijstje nog eens verder te actualiseren. Daarom gaan we vandaag het lijstje uitbreiden. Deze extra drogredenen heb ik in de loop van de vorige jaren verzameld, maar ik was er tot nu toe nog nooit toe gekomen om er een tekst rond te schrijven en die dan in te lezen.
Ik heb ondertussen weer materiaal verzameld voor meerdere afleveringen over misvattingen die ik regelmatig zal inlassen als extra aflevering.
De termen die ik hier behandel zullen niet altijd drogredenen of misvattingen in de strikte zin van het woord zijn. Soms gaat het over psychologische fenomenen die kritisch denken in de weg staan. Maar deze fenomenen zijn zo interessant dat ik het spijtig vind om ze niet te delen en ik dacht dat ik ze beter in deze lijstjes opneem dan om er aparte afleveringen over te maken. De eerste in dit lijstje is er al zo één.
Hier gaan we.
Logische misvattingen deel 11

1. Verboden de trollen te voeden

Internettrollen zijn mensen die zich in internetdiscussies mengen, niet met de bedoeling om een constructieve bijdrage te leveren, maar net om een discussie in de problemen te brengen… Omdat ze productieve discussies in de weg staan, lijkt het beter om ze te negeren. Je ziet ze op discussiegroepen opduiken in de meest diverse domeinen. Er bestaat een ongeschreven wet dat je deze trollen niet mag voeden. Ze voeden, doe je door in te gaan op hun reacties. Door ze te negeren, hoopt men dat deze mensen op den duur hun activiteit zullen stoppen. Een beetje zoals je een kind dat lastig is geen aandacht mag geven omdat je daarmee bevestigt dat lastig doen werkt, waardoor het gedrag versterkt wordt.
Of dat bij trollen ook werkt, is volgens mij nog niet onderzocht. Bovendien is het soms moeilijk om onmiddellijk te weten of iemand een bepaalde reactie plaatst uit trolgedrag, dan wel omdat hij deze reactie authentiek wil plaatsen als eerlijke deelname in de discussie.
Volgens RationalWiki heeft een trol weinig of geen interesse om aan de discussie bij te dragen en wil hij vooral één of meer van de volgende zaken bereiken:
– Mensen bewust kwaad maken, schofferen, met als doel kwade reacties terug te krijgen.
– De normale gang van de discussie verbreken.
– De vlotte werking van de website verstoren.
– Opzettelijk vervelend doen om te irriteren. Bijvoorbeeld door foutieve namen te gebruiken om naar alle leden van de site te refereren.
– Van zichzelf het belangrijkste onderwerp van de discussie maken.
– Zich beklagen over het feit dat hij het slachtoffer is van inflammatoire reacties.
Als iemand dingen post als: “Zien jullie dan niet hoe dom jullie zijn.” of “Ik lach me hier kreupel.”, dan is dit waarschijnlijk een trol.
Een klassieke reactie op trollen bestaat erin eenmaal de zin: “Ik voed geen trollen.” te posten.

2. Band wagon of orkestwagen-effect

Dit staat ook wel bekend als sociale druk of kuddegeest. Mensen geloven dat iets waar is omdat iedereen denkt dat het waar is. Het is een verschijnsel dat veel voorkomt in de zakenwereld. Zo zijn er veel bedrijven die een welbepaald programma in hun bedrijf implementeren omdat ze gehoord hebben dat ook een aantal andere grote bedrijven, zoals Toyota, Google, General Motors of General Electric dat programma ook hebben ingevoerd en die zullen het toch wel goed bestudeerd hebben zeker? Wel, ik werk ook in een multinational en ik kan jullie verzekeren dat heel veel van die dingen helemaal niet bestudeerd worden. Het gevolg hiervan is dat op den duur bijna iedereen het doet omdat iedereen het doet.
Het kan zich ook tussen individuen voordoen. Mensen beginnen dingen te doen of te geloven omdat al hun buren het ook volgden. Op den duur doen mensen het om niet uit de groep gesloten te geraken.

3. Regressie naar het gemiddelde

Daniel Kahneman vertelt in zijn boek hieromtrent een interessant verhaal. Op een dag wordt hij door de Israëlische luchtmacht uitgenodigd om een speech te geven. Als hij zegt dat mensen beter presteren als ze beloond worden voor de goede resultaten dan als ze gestraft worden voor de slechte resultaten, reageert één van de instructeurs dat hij helemaal niet akkoord is met deze stelling. Zijn ervaring leert hem net het tegengestelde. In zijn meer dan 20 jaar ervaring heeft hij vastgesteld dat als je een piloot die goed presteerde een schouderklopje geeft, hij de volgende keer dat hij vliegt slechter zal presteren, terwijl als je een piloot die slecht presteerde een uitbrander geeft, hij de volgende keer beter presteert. Dat is een typisch voorbeeld van regressie naar het gemiddelde. In feite zal een piloot altijd presteren rond zijn gemiddelde, soms beter dan gemiddeld, soms minder goed dan gemiddeld, maar zijn prestaties zullen een stuk afhangen van het toeval. Als hij op een dag beter dan gemiddeld presteert, is de kans groter dat hij de volgende keer minder zal presteren omdat zijn prestatie opnieuw ergens rond zijn gemiddelde prestatie zal liggen. Als hij op een dag slechter presteert dan gemiddeld, is de kans groter dat hij de volgende keer opnieuw wat beter zal presteren. De vlieginstructeur was dus verblind door de regressie naar het gemiddelde.
Regressie naar het gemiddelde kan je ook als volgt inzien: als je met een dobbelsteen een 5 of 6 gooit, dan is de kans groter dat je de volgende keer minder ogen zal gooien. Meer bepaald is de kans respectievelijk 4/6 en 5/6 dat je lager gooit. Terwijl als je 2 of één gooit, is de kans groter dat je de volgende keer meer ogen gooit. De kans dat je meer ogen gooit bij een 2 is 4/6 en bij een 1 is dat 5/6.

4. Gokkers misvatting

De gokkersmisvatting steunt eigenlijk op hetzelfde mechanisme als regressie naar het gemiddelde, maar het effect is net het omgekeerde.
Misschien weet je nog wel dat ik in één van de eerste afleveringen over homeopathie vertelde dat ik ooit een homeopathisch middel had gekregen van mijn toenmalige tandarts. (ik was toen 18, denk ik). Diezelfde tandarts vertelde me dat hij een systeem had ontwikkeld om op de lotto te spelen en zijn kansen te vergroten. Dat ging zo:
Hij hield bij hoe dikwijls elke bal al gevallen was in het verleden. Zijn redenering was dat als dit een volledig willekeurig proces is, de ballen die eerder het minst gevallen waren meer kans hadden om te vallen dan de ballen die al dikwijls gevallen waren. Hij argumenteerde dat dit zo wel moet zijn omdat het proces anders niet volledig willekeurig kan zijn want in een eerlijk toevalsspel moeten op lange termijn alle ballen evenveel vallen.
Waar zit de fout in de redenering? Het probleem is dat de ballen geen geheugen hebben. Ze weten niet of ze bij de vorige trekking gevallen zijn of niet. De voorbije gebeurtenissen hebben bij een willekeurig proces totaal geen invloed op toekomstige gebeurtenissen. In feite lijkt het me meer aanvaardbaar om aan te nemen dat een bal die al lang niet meer gevallen is net minder kans heeft om te vallen, want het zou kunnen zijn dat die bal een beetje anders is dan de andere waardoor het mechanisme hem minder gemakkelijk grijpt. Maar meest waarschijnlijk is dat het gewoon toeval is. Vooral omdat die installaties gekeurd worden.
Algemeen is het gekend dat gokverslaafden de neiging hebben te denken dat ze de volgende keer wel zullen winnen omdat ze al lang niet meer gewonnen hebben.
Anders is het natuurlijk bij een kaartspel zoals Black Jack (eenentwintigen) omdat daar de kaarten die getrokken zijn niet meer in de stapel zitten, waardoor de kans voor de kaarten die wel nog in de stapel zitten groter wordt.

5. Beschikbaarheidseffect

Het beschikbaarheidseffect is onder andere door Daniel Kahneman en Amos Tverski bestudeerd.
Als mensen proberen in te schatten hoe groot een risico is of hoe dikwijls een bepaalt feit voorkomt, dan doen ze dit niet op basis van de werkelijke statistische feiten. In plaats daarvan zullen ze de inschatting laten afhangen van hoe goed ze zich een gelijkaardig feit of risico kunnen inbeelden. Zo zal iemand bijvoorbeeld steeds overschatten hoeveel mensen er een gelijkaardig beroep doen als zijzelf, omdat ze vooral veel mensen rond zich zien die een gelijkaardig beroep doen.
Wanneer je een beslissing op basis van geheugen neemt dan denk je dat je alle argumenten die je al bestudeerd hebt mee in rekening brengt. In werkelijkheid zal je onbewuste je een beperkt aantal feiten voorleggen en je zal de beslissing nemen op basis van de 4 of 5 feiten die op dat moment toevallig uit je geheugen worden opgeroepen.
Het beschikbaarheidseffect zorgt er ook voor dat mensen bereid zijn om meer geld te geven aan een hulporganisatie die je een foto tonen van één schattig meisje dat honger lijdt of nood aan onderwijs heeft, dan aan een hulporganisatie die je statistieken over duizenden kinderen tonen die honger hebben.
Op dezelfde manier overschat iedereen het belang van zijn eigen beroep, de impact dat die heeft en het aantal mensen die datzelfde beroep uitoefent.
Daarom ook dat getuigenverslagen zo aantrekkelijk zijn en het zo moeilijk is om die als argument te weerleggen. Ze appelleren aan het beschikbaarheidseffect.

5.1. Het recentheidseffect

Het recentheidseffect is een speciaal geval van de beschikbaarheidsmisvatting. Daarbij ga je te veel aandacht geven aan zaken uit het nabije verleden en dingen die verder in het verleden zitten, onderschatten. Zo schatten mensen de risico’s op vliegen veel hoger in wanneer net de week ervoor op het nieuws een vliegtuigcrash te zien was. De reden is dat mensen zich op dat moment zeer levendig een concreet geval van het risico kunnen inbeelden. Dat er in diezelfde tijd wereldwijd honderden doden in het verkeer gevallen zijn die niet in het nieuws kwamen, doet er niet toe.
Op dezelfde manier werd in de periode kort na de aanslagen op Charlie Hebdo het risico op aanslagen sterk overschat.

5.2. Valse equivalentie

De valse equivalentie heeft zijn effect door de beschikbaarheidsmisvatting.
Journalisten zullen in het kader van de neutraliteit dikwijls aan twee kampen 50% van de tijd geven of elk een even grote kolom in een krant. Dat is een faire manier van werken als het bijvoorbeeld over politiek gaat of over onderwerpen die een zekere subjectiviteit hebben. Het is ook fair als het onderwerp duidelijk controversieel is en je twee experts aan het woord laat die elk een ander standpunt verdedigen. Maar bij een onderwerp waarbij er een duidelijke wetenschappelijke consensus is zoals bvb evolutie – creationisme, klimaatopwarming – klimaatontkenning, krijgt in een foutieve poging tot neutraliteit één kant onevenredig veel aandacht.

5.3. De historische misvatting

Voorspellingen maken is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat.” is een bekend citaat van Niels Bohr, een van de grondleggers van de kwantummechanica. Dat citaat legt ook voor een stuk uit wat de historische misvatting is.
Iemand die de historische misvatting begaat, veronderstelt dat beslissingsnemers uit het verleden gebeurtenissen uit het verleden op dezelfde manier bekeken als de degenen die de feiten achteraf analyseerden.
De historische misvatting is een voorspelling na de feiten.
We hebben de neiging om verrast te zijn over het feit dat mensen belangrijke gebeurtenissen nooit zagen aankomen, zoals bijvoorbeeld de Franse Revolutie, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, de grote depressie, de aanslag van 11 september 2001 op het WTC of de financiële crash van 2008.
Nu we de opeenvolging van gebeurtenissen aan de vooravond van die grote gebeurtenis kennen, lijkt het bijna onbegrijpelijk dat de mensen het toen niet hebben zien aankomen. Met de wetenschap van wat er echt gebeurd is, krijg je pas oog voor alle gebeurtenissen die gekoppeld zijn aan het historische feit. Het gevolg is dat je ook blind wordt voor de chaotische werkelijkheid waarbinnen die feiten zich echt voordeden.
Daardoor veroordelen wij nogal gemakkelijk mensen voor de fouten die ze in het verleden maakten omdat wij achteraf niet begrijpen dat je zo’n schijnbaar domme beslissingen kon nemen.
Onlangs nog was er weer een rel in de Belgische politiek omdat een kersverse minister had gezegd dat collaboratie tijdens de oorlog in de gegeven omstandigheden te begrijpen is.
Inderdaad. Waarschijnlijk is er een grote groep van mensen die collaboreerden die op dat eigenlijke moment zich helemaal niet bewust waren van de gevolgen van hun beslissingen. Achteraf gezien wordt het heel moeilijk om dat in te zien.
Voor alle duidelijkheid: als je hiermee denkt dat ik collaboratie heb goedgekeurd, dan heb je de kern van mijn uitleg niet begrepen.
Gelijkaardige situaties kom je ook tegen in je dagelijkse leven en in je professionele leven. Als je leiding geeft aan mensen, en één van je medewerkers heeft een foutieve beslissing genomen, dan is het oneerlijk om na de feiten de persoon aan te wrijven dat het toch duidelijk was dat het een verkeerde beslissing was. Wat nog erger is: de persoon zelf zal alleen maar kunnen toegeven dat hij fout was en niet meer begrijpen waarom hij die beslissing nam.
Aan het begin van de industriële revolutie stond er centraal in de fabrieken één grote stoommachine die zorgde voor alle mechanische energie voor het bedrijf . Die werd dan via perslucht, hydrauliek, tandwielen, kettingen en riemen overgebracht naar de te aan te drijven installatie. Toen de elektrische motor uitgevonden werd, hebben industriëlen die centrale stoommachine vervangen door een grote centrale elektrische motor. Het was pas veel later dat Henry Ford inzag dat het veel efficiënter was om in plaats daarvan aan de installaties zelf kleinere elektrische motoren te plaatsen waardoor de machines veel efficiënter en flexibeler werden. Als we echter nu, met ons huidig beeld van een fabriek en de alomtegenwoordigheid van elektrische motoren in ons dagelijks leven terug kijken naar die situatie, lijkt het ons bijna onbegrijpelijk dat het zo lang geduurd heeft eer men het nut van die nieuwe configuratie met elektrische motoren inzag.
Beursgoeroes zijn zeer goed in het verklaren waarom de beurs dit of dat deed. Hun uitleg klinkt altijd zeer logisch. Toch slagen ze er niet beter in dan het toeval om voorspellingen over de beurs te maken.
En nog een laatste: er bestaan heel veel raadseltjes die erg populair zijn, maar bijna niemand slaagt erin om ze op te lossen. Zoals bijvoorbeeld het beroemde raadsel van de kool en de geit: je moet met een boot een kool, een geit en een wolf naar de overkant van een rivier brengen. Maar je kan maar twee passagiers tegelijk meenemen. Hoe kan je ervoor zorgen dat de drie passagiers veilig aan de andere kant geraken. Merk op dat als je de kool en de geit samen aan de kant laat, de geit de kool zal opeten terwijl als je de wolf en de geit samen aan de kant laat wachten, de wolf de geit zal opeten. Denk er maar eens over na. Het antwoord kan je ongetwijfeld op het internet vinden. En je zal verbaasd zijn hoe het mogelijk is dat je het zelf niet vond.
De historische misvatting is ook onderzocht door Kahneman en Tverski die concludeerden dat het een speciaal geval is van het beschikbaarheidseffect.

5.4. Professorvertekening

De professorvertekening is eigenlijk een bijzonder geval van de historische misvatting. Wanneer men expert wordt in een bepaald domein is het heel moeilijk om zich in de schoenen van een leek in dat domein te plaatsen. Een professor kan zich niet meer voorstellen hoeveel moeite hij zelf heeft moeten doen om de stof onder de knie te krijgen.

6. De scherpschuttersdrogreden

Als je eerst iets doet en dan pas bepaalt wat de doelstellingen van die activiteit zijn, maak je gebruik van de scherpschuttersdrogreden. In de letterlijke zin gaat het erom dat je eerst schiet en dan een roos tekent rond de plaats waar je kogel is terecht gekomen.
Een interessant voorbeeld van deze drogreden zagen we in de zaak Seralini die we in aflevering 136 van oktober 2012 besproken hebben.
In dat onderzoek hebben de onderzoekers eerst wat tests gedaan met kankerratten en genetisch gewijzigde maïs, en daarna hebben ze in de verkregen data gezocht welke resultaten ze naar hun hand konden zetten. In een goed uitgevoerd onderzoek ga je net omgekeerd te werk. Je gaat op voorhand bepalen welke resultaten je verwacht te vinden. Je bepaalt dus eerst waar je doel is. En daarna ga je experimenten uitvoeren waarmee je hoopt te bekomen wat je voorspeld hebt. In het Popperiaanse beeld ga je eerst een voorspelling doen en daarna probeer je deze voorspelling te falsifiëren.

7. Het dodo-effect

Verwant aan de scherpschuttersdrogreden is het dodo-effect. Het dodo-effect verwijst naar de dodo uit het verhaal van Alice in Wonderland die een loopwedstrijd organiseert, maar niet vastlegt in welke richting er moet gelopen worden en waar de finish is. Aan het einde heeft iedereen gewonnen.
Dat effect wordt soms aangegeven bij onderzoeken naar de effectiviteit van psychoanalyse. In veel onderzoeken in de psychoanalyse wordt er geen doelstelling vooropgesteld en worden ook wetenschappelijk onderbouwde, niet medicinale technieken, zoals cognitieve gedragstherapie, op een hoop gegooid. Er wordt vastgesteld dat het geheel van al die therapieën samen een positief effect hebben dus wordt daaruit besloten dat ook alle afzonderlijke therapieën die in de studie zaten een positief effect hebben. Als je meer over dit voorbeeld wil weten, dan kan je luisteren naar het luisterboek “De naakte keizers van de psychoanalyse” van Maarten Boudry dat je gratis kan downloaden op onze website.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Steven Weinberg. Het past eigenlijk binnen de vorige reeks afleveringen over religie en moraal.
Steven Weinberg is een Amerikaanse natuurkundige die in 1979 de Nobelprijs won voor zijn werk rond de unificatie van de theorieën over de zwakke kernkracht en de elektromagnetische interactie tussen deeltjes.
Weinberg zei:

Religie is een belediging voor de menselijke waardigheid. Met of zonder heb je goede mensen die goede dingen doen en slechte mensen die slechte dingen doen. Maar om goede mensen slechte dingen te laten doen, daar heb je godsdienst voor nodig.

Bronnen

Verboden trollen te voeden op RationalWiki

De gokkersmisvatting

Het recentheidseffect

De historische misvatting vind je hier verder uitgelegd. En ook hier.
Verschillende zaken uit deze aflevering kan je terugvinden in het boek van Daniel Kahneman, Ons Feilbare Denken.
In De naakte keizers van de psychoanalyse van Maarten Boudry vind je een hele lijst drogredenen waarvan gretig gebruik gemaakt wordt door psychoanalysten.
In deze aflevering legden we de falsificatietheorie van Karl Popper uit.
De studie van Seralini over vermeend kankerrisico van ggo’s door ons besproken
Steven Weinberg op WikipediA

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *