Logische misvattingen 12

Dit artikel is deel 12 uit de 12-delige serie Drogredenen
Play

Het kennen en begrijpen van drogredenen is een goede basis voor kritisch denken. Als je de foutieve argumenten kan benoemen, ben je goed op weg om een sterke redenering op te bouwen. Maar toch opletten: het gebruik van een drogreden betekent nog niet dat de bekomen conclusie automatisch fout is. Het vermijden van drogredenen is ook geen garantie voor een feilloos argument. Maar het helpt je wel een stuk vooruit en daarom vullen we vandaag het lijstje opnieuw aan.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 3 april 2016, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 265ste aflevering van deze podcast.
Het is weer tijd om een lijstje drogredenen op te sommen. De eerste 10 afleveringen van deze podcast hebben we daaraan gewijd. In aflevering 244 hebben we het lijstje verder aangevuld en vandaag doen we er weer enkele bij.
Hier gaan we.
Logische misvattingen 12
1. Het open argument
Een open argument is een argument waarvoor de criteria niet goed gedefinieerd zijn. Dikwijls lijkt zo’n argument heel duidelijk, maar als je er dieper op ingaat, stel je vast dat er heel wat interpretatieruimte gelaten wordt. Deze manier van argumenteren wordt dikwijls door waarzeggers en complottheorie-aanhangers gebruikt. Zo werd bij de 9/11-aanslag beweerd dat de instorting van de torens wees op explosies. Maar wat betekent dat? Hoe maak je het verschil tussen een instorting die wijst op een explosie en een die dat niet doet?
Zo zeggen waarzeggers soms dat er onlangs een kennis overleden is. Maar wat is onlangs en hoe ver in je kennissenkring moet je gaan om deze uitspraak als waar te zien?
2. Ingenieurssyndroom
Het ingenieurssyndroom of uitvindersyndroom is een bekend psychologisch fenomeen. Mensen overwaarderen hun eigen creatieve bedenksels en staan dikwijls erg afwijzend tegenover andermans ideeën, vooral wanneer deze ideeën concurreren met hun eigen ideeën.
Dan Ariely deed hier specifiek onderzoek naar. Hij liet proefpersonen origamifiguurtjes plooien. Daarna liet hij hun werk vergelijken met de origamifiguurtjes van andere deelnemers. Wat deze proefpersonen echter niet wisten, was dat de andere figuurtjes geplooid waren door geoefende origamiplooiers. Toch schatten de proefpersonen hun eigen maaksels veel hoger in.
Zoals altijd is een goede skepticus zich ervan bewust dat hij zelf ook bloot staat aan zulke effecten en zal dus maatregelen nemen om te vermijden dat hij zijn eigen ideeën overschat. Door bijvoorbeeld een neutrale evaluator te zoeken.
3. Selfservingbias
Ook dit verschijnsel is bekend in de psychologie. Mensen hebben de neiging om successen aan hun eigen capaciteiten en talenten toe te schrijven en mislukkingen aan de omgeving.
Zo weet iedereen die kinderen heeft dat ze hun goede resultaten aan eigen werk en intelligentie toeschrijven, maar als het niet goed ging, dan heeft steevast de leraar smerige vragen gesteld of oneerlijk verbeterd. Ook in werksituaties zijn mensen geneigd om het succes in hun carrière aan hun eigen kunnen en hard werken toe te schrijven terwijl ze mislukkingen aan de omstandigheden toeschrijven. Zelfs mensen die spelen op de beurs of gokkers schrijven hun winst toe aan hun goede strategie terwijl ze de verliezen toeschrijven aan de markt of brute pech.
4. De fundamentele attributiefout
Erg verwant aan de selfservingbias is de fundamentele-attributiefout. Eigenlijk is de selfservingbias een speciaal geval van de fundamentele attributiefout die algemeen gekend is in de psychologie.
Als je aan iemand vraagt waarom ze een bepaald beroep gekozen heeft dan zal ze bijna altijd antwoorden met uitspraken zoals: “Ik doe het graag”, “Ik werk graag met mensen”, “Ik ben graag bezig met de nieuwste technologische snufjes”, “Ik hou van werken in de natuur”…
Als je vraagt waarom een andere persoon een bepaald beroep gekozen heeft, dan antwoorden mensen bijna altijd dat ze het doen voor “het geld”, “de eer”, “de macht”.
Als je aan iemand vraagt waarom hij voor het beroep gekozen heeft dat hij doet…
5. Zoeklichteffect
Gelijkaardige psychologische mechanismen kunnen zich op nog een andere manier voordoen.
Heb je soms ook het gevoel dat alles om jou draait? Dat is normaal. Psychologisch onderzoek toont aan dat de meeste mensen met deze illusie rondlopen. Bijgevolg schamen we ons al te snel voor fouten die we maken waarvan we denken dat iedereen ons nu aan het uitlachen is, maar in werkelijkheid heeft niemand het opgemerkt.
In feite is iedereen veel meer bezig met zichzelf. Er bestaat een uitzondering op dit fenomeen: leidinggevenden onderschatten over het algemeen hoe sterk ze door hun ondergeschikten worden gadegeslagen en het effect wordt groter met hun verantwoordelijkheid. Maar het zijn vooral hun kleine kantjes die dan in het zoeklicht staan. Tegelijk hebben ze de neiging om hun eigen verwezenlijkingen te overschatten zoals we in de volgende misvatting zullen zien.
6. Zelfvermeerderingseffect
Ook verwant aan deze verschijnselen is wat in de psychologie bekend staat als het zelfvermeerderingseffect.
Als je aan leden van een team vraagt waar ze zich bevinden wat betreft hun eigen competentieniveau ten opzichte van hun teamgenoten, dan antwoordt 80% dat ze bij de 20% besten horen.
Dit effect verklaart ook waarom het geen goed idee is om in organisaties mensen te belonen met een variabele verloning met wat “forced ranking” genoemd wordt. Dat betekent dat er een vast budget is om bonussen binnen een team uit te delen en dat de mensen van dat team geforceerd moeten gerangschikt worden van de beste tot de zwakste alsof zo’n team altijd zou voldoen aan een gaussiaanse verdeling. De 20% besten krijgen dan een grotere bonus dan de rest. In het GE-model van Jack Welch was het zelfs zo dat alleen de 10% besten een bonus kregen, de volgende 80% niets en de 10% zwaksten hun ontslagbrief kregen.
Dergelijke modellen werken niet motiverend omdat door het zelfvermeerderingseffect 80% van de mensen zich bij de 20% besten rekent en er daardoor ervanuit gaat dat ze een bonus zullen krijgen. De 20% die dan effectief een bonus krijgen, zijn niet gemotiveerder omdat ze er toch vanuit gingen dat ze die zouden krijgen. Ze vonden het normaal. Maar 60% van de groep heeft geen bonus gekregen terwijl ze overtuigd waren bij de 20% besten te horen en die zullen dus de rest van het jaar er ongemotiveerd bijlopen.
In feite zijn er nog een hoop andere argumenten waarom bonussen niet werken, maar dat zou ons hier te ver leiden. Er staat echter nog een aflevering op stapel over zelfdeterminatie waar we daar dieper op in zullen gaan.
7. Het halo-effect
Dit effect komt erop neer dat men ervan uitgaat dat als iemand in iets goed is of expertise heeft, dat die dan automatisch goed is in alles wat hij zegt of doet. Typische voorbeelden zijn de vele managementboeken die de handelingen van Steve Jobs onderzoeken. Aangezien Steve Jobs succesvol was, gaat men ervan uit dat alles wat hij deed tot dit succes leidde en je dus moet luisteren naar alles wat hij zegt. Maar Steve Jobs geloofde ook sterk in alternatieve geneeswijzen en daardoor is hij zo vroeg overleden. Toen hij de diagnose van kanker kreeg, heeft hij zich met kruiden laten behandelen.
Het is alsof er een aureool over het hoofd van succesvolle mensen gaat zweven. Succesvolle mensen kunnen niets fout doen.
Ook voor bekende personages speelt het halo-effect. Zo is zangeres Ingeborg bezig met allerlei esoterische praktijken en mensen denken dat dit dus wel echt goed moet zijn als iemand als Ingeborg daarmee bezig is.
Doordat GE succesvol was toen Welch het bestuurde, en hij forced ranking op een meedogenloze manier toepaste, werd deze praktijk kritiekloos door heel veel andere bedrijven overgenomen.
In bedrijven worden heel veel praktijken kritiekloos ingevoerd omdat deze in bepaalde succesvolle bedrijven worden toegepast. Zo zijn er talloze praktijken van Toyota die door andere bedrijven worden geïmiteerd.
Phil Rosensweig schreef een boek over het halo-effect dat zeker de moeite waard is om te lezen.
Het halo-effect kan ook in de omgekeerde richting. Zo heeft men soms de neiging te denken dat slechte mensen niets goeds kunnen doen. Dat is specifiek waar voor Hitler, wat ons tot de volgende drogreden brengt.
7.1. Reductio Ad Hitlerum (sub halo)
Voor het eerst naam gegeven door de ethicus Leo Strauss.
Een reductio ad Hitlerum is een redenering in deze vorm: “Adolf Hitler was (of de nazi’s waren) X, dus X is slecht.” Vrijwel iedereen vindt dat Hitler door en door slecht was. En dan zorgt het halo-effect ervoor dat men er vanuit gaat dat alles wat Hitler deed, was of vond per definitie slecht is. Ik hou bijvoorbeeld erg van de muziek van Richard Wagner. Als ik dat vertel, dan krijg ik soms als tegenargument dat Hitler ook een Wagnerliefhebber was. Zowel Hitler als ikzelf houden ook van de muziek van Carl Orff. Maar Hitler was onder andere ook een vegetariër (dat zou niet helemaal kloppen, zie commentaren onderaan dit artikel), hondenliefhebber, voorstander van snelwegen en de opdrachtgever aan Porsche om de Volkswagen te ontwikkelen.
Dit argument kan ook toegepast worden op de nazi’s. De nazi’s promootten een gezond leven en dat wordt soms als argument gebruikt tegen allerlei gezondheidsactiviteiten.
Op dezelfde manier kan men ook een reductio ad Stalinum definiëren.
7.2. De wet van Godwin
Aan deze drogreden wordt de wet van Godwin gekoppeld. Deze ervaringswet, genoemd naar Mike Godwin die ze heeft bedacht, luidt: “Naarmate een onlinediscussie langer wordt, nadert de kans dat er een vergelijking met Hitler of de nazi’s opduikt de 100%.”
Godwin ergerde zich eraan dat er tijdens discussies steevast naar Hitler of de nazi’s gerefereerd werd als iemand de discussie niet meer met echte argumenten kon halen.
Blijkbaar is er sindsdien niet veel veranderd.

8. De Genetische drogreden
Eigenlijk is reductio ad Hitlerum een speciaal geval van de genetische drogreden. De genetische drogreden staat ook bekend als het argument van de vroegere fout. Meer algemeen: een persoon maakte een fout of is slecht en dus ga je elke conclusie die afgeleid wordt van de gegeven persoon of zaak als slecht aanduiden. Het kan over een persoon, een instituut of een ideologie gaan.
Op die manier weigeren linkse partijen wel eens om de islam te bekritiseren omdat extreem rechtse partijen dat doen. Groenen zijn vaak tegen gentechnologie omdat het onder andere ontwikkeld wordt door het ‘slechte’ Monsanto.
Op zijn blog schreef Maarten Boudry een stukje “De genetische drogreden in het kwadraat”, waarin je het volgende kan lezen: “Weet je wie voor het eerst de link tussen tabak en kanker vaststelde? De nazi’s. Zij waren de eersten in de geschiedenis om een rookverbod uit te vaardigen in de publieke ruimte. Maar de nazi’s hadden gewoon gelijk. Hun Deutsche Physik was knettergek, maar hun epidemiologisch onderzoek naar longkanker was bijzonder gründlich. Ze ontdekten zelfs dat passief roken (Passiv Rauchen) schadelijk was. Na de oorlog hekelden tabaksfirma’s de campagnes tegen roken als “nazi-praktijken”, maar zij bezondigden zich aan de zogenaamde genetische drogreden.
Die denkfout, een late aanwinst in het arsenaal van de kritische denker, heeft met genetica niets te maken, wel met herkomst of genese. Je begaat de denkfout als je een conclusie over X trekt louter op basis van de afkomst van X. Heb je geen idee wie deze drogreden gemunt heeft? Maakt niet uit: volgens haar eigen logica is die herkomst toch irrelevant (ze werd in 1934 bedacht door Morris R. Cohen en Ernest Nagel).”
De link naar dat artikel vind je op de notitiepagina van deze aflevering.
9. Immunisatiestrategie
Een immunisatiestrategie is een discussietechniek om elke vorm van kritiek op voorhand af te wimpelen. Een bekend voorbeeld heb je bij de psychoanalisten. Freud diagnosticeerde steevast elke tegenstander van zijn theorie als een lijder aan een van zijn zelfbedachte ziekten. De psychoanalyse heeft een mooi lijstje aan immunisatiestrategieën die je in detail kan beluisteren in het eindwerk van Maarten Boudry met als titel: “De naakte keizers van de psychoanalyse, De Immunisatiestrategieën van een pseudowetenschap”, die wij integraal hebben ingesproken en je op onze website kan downloaden.
Maar ook religies zijn bedreven in deze strategie. Wanneer je hun beweringen in vraag durft te stellen, ben je steevast bezeten van de duivel, een islamofoob, of nog iets anders dat jouw beweringen ongeldig maakt.
10. Dunning-krugereffect
Het dunning-krugereffect is de neiging van incompetente mensen om slechte beslissingen te maken en tot foutieve beslissingen te komen, maar hun incompetentie weerhoudt hen ervan om het metacognitieve vermogen te hebben om hun fouten te herkennen: dunning-krugereffect.
Daardoor zal de incompetente persoon leiden aan een illusoire superioriteit. Hij zal zijn bekwaamheid bovengemiddeld inschatten, veel hoger dan ze in werkelijkheid is. Dat terwijl de hooggeschoolde persoon zijn eigen bekwaamheid dreigt te onderschatten, leidend aan een illusoire inferioriteit.
Diepgaande kennis over een onderwerp kan zelfzekerheid ondermijnen omdat experten foutief kunnen veronderstellen dat anderen een gelijkaardig begrip van de problematiek hebben. Zoals Kruger en Dunning besloten: “De foute inschatting van zichzelf door de incompetente komt van een foutief begrip over zichzelf, terwijl de foute inschatting door de hoogcompetente van hemzelf komt van een foutief inzicht in de competentie van anderen.”
Het probleem is dat als je weinig weet over een onderwerp het ook moeilijk is om in te zien hoeveel er potentieel te weten valt over dat onderwerp.
Een verschijnsel dat hier direct het gevolg van is, is dat iedereen vindt dat zijn eigen beroep zeer complex is terwijl het beroep van de anderen veel eenvoudiger lijkt. Mensen in de industrie denken vaak dat het productieproces van hun eigen bedrijf veel complexer is dan dat van andere industrieën.
Het verschijnsel is voor het eerst onderzocht en beschreven door, je raadt het al… Dunning en Kruger.

Het citaat
Het citaat van vandaag is van Steven Pinker. Pinker is een van de belangrijkste experimenteel- en evolutiepsychologen van deze tijd. Hij is ook taalkundige. Twee van zijn boeken hebben een zeer grote impact gehad op maatschappelijke discussies. “The blank slate”, in het Nederlands vertaald als “Het onbeschreven blad”, waarin hij het standpunt ter discussie stelt dat kinderen geboren worden als een blanco blad waarop je door opvoeding gelijk wat kan schrijven. Met goed onderbouwde argumentatie toonde hij in dit boek aan dat dit standpunt, dat bon ton was bij psychologen tot in de jaren 80 van de 20ste eeuw, een foutieve voorstelling is van de werkelijkheid. Ik heb dit boek nog niet gelezen en ik ben hopeloos op zoek naar een Nederlandstalig exemplaar. Die worden om een onbekende reden niet meer bijgedrukt. Dus, als je thuis nog een exemplaar hebt liggen wil ik dat met plezier van je kopen.
Zijn andere boek, “The better angels of our time”, in het Nederlands vertaald als “Ons betere ik”, maakt komaf met de idee dat de 20ste eeuw de meest gewelddadige tijd uit de geschiedenis was. Pinker toont met heel veel bewijsmateriaal aan dat de 20ste eeuw de meest vredelievende periode uit de menselijke geschiedenis was. Dit ondanks de 2 wereldoorlogen, de massamoorden van Stalin, de Rode Khmer en Mao Zedong.
Steven Pinker zei:

Gekwantificeerde vooruitgang in een feedbacksignaal dat corrigeert wat we gedaan hebben. De weldaden van de vooruitgang waar we ons op mochten verheugen, zijn het resultaat van instituties en normen die ingeworteld geraakt zijn in de loop van de laatste twee eeuwen: rede, wetenschap, technologie, opvoeding, expertise, democratie, gereguleerde markten en een moreel engagement voor mensenrechten en menselijk welbevinden. Zoals tegen-Verlichtingscritici reeds aangaven, is er geen garantie dat deze ontwikkelingen ons beter zouden maken. Maar nu weten we dat ze ons feitelijk beter maakten. Dit betekent dat voor alle manieren waarin de wereld van vandaag tekort schiet ten opzichte van Utopia, de normen en instituties van de moderniteit ons toch op de goede weg hebben gezet. We moeten eraan werken om ze verder te verbeteren, in plaats van ze te verbranden in de overtuiging dat niets slechter zou kunnen zijn dan onze huidige decadentie, in de vage hoop dat er iets beter zou kunnen groeien uit hun as.

Bronnen

2 Comments

  1. Wim said:

    Of Hitler een vegetariër was staat op zijn minst ter discussie. En als hij al in bepaalde periodes van zijn leven als vegetariër kan beschouwd worden, dan op zijn minst als zeer inconsequent vegetariër. (En hoeveel inconsequentie mag een vegetariër tentoon spreiden voor hij/zij geen vegetariër meer is?)

    De bewering (dat Hitler vegetariër was) wordt maar al te graag gedaan door mensen die zich willen uitlaten tegen vegetarisme. Zoals u terecht aangeeft is dat op zich geen correct argument tegen of voor iets, maar bovendien is het historisch dus een twijfelachtige uitspraak.

    Meer informatie over zijn eetgewoontes: https://jeroenvu.home.xs4all.nl/gwv/hitler.htm

    11 april 2016
    Reply
    • Jozef said:

      Bedankt voor je uitleg Wim, Ik zal een referentie naar jouw commentaar in de tekst plaatsen.
      De essentie van mijn uitleg was, zoals je zelf opmerkte, niet of het echt waar is dat Hitler vegetariër was, maar wel dat die bewering (ten onrechte) gebruikt wordt om vegetarisme in een kwaad daglicht te zetten.
      Maar als goede kritische denker moeten we natuurlijk dergelijke beweringen checken en soms ontbreekt het aan tijd om het te doen.

      Eventjes verder gezocht en het lijkt alsof het een beetje complexer is. In Snopes.com lees ik dit: ” Hitler’s diet was primarily vegetarian throughout the latter part of his life; however, he didn’t adopt a vegetarian diet for moral reasons, but because he suffered from gastric problems.” http://www.snopes.com/glurge/twoquestions.asp
      De beweerders hebben dus niet helemaal ongelijk.

      12 april 2016
      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *