Het paranormale wetenschappelijk benaderd

Play

Wat kwelt Carrie Poppy? Zijn het spoken of iets ergers? In deze talk vertelt de onderzoeksjournaliste haar ervaring met een griezelig gevoel waar je je vrienden voor wil waarschuwen en legt ze uit waarom we wetenschap nodig hebben om om te gaan met paranormale activiteit.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 14 mei 2017, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 322ste aflevering van deze podcast.
Vandaag horen jullie een Ted van Carrue Poppy die ooit dacht in een spookhuis te wonen.
Mededelingen
Ik ben begonen met het boek “De Moordbekentenis van Darwin” in te spreken. Het eerste hoofdstuk is al klaar en ik heb een RSS-feed gemaakt via waar je je kan abonneren. Zo kan je mee luisteren naarmate ik de tekst verder inspreek. Een link naar die feed en de iTunes link vind je in de notitiepagina van deze aflevering.
Het paranormale wetenschappelijk benaderd

door: Carrie Poppy. Vertaling: Rik Delaet

Acht jaar geleden werd ik achtervolgd door een boze geest.
Ik was destijds 25 en woonde in een klein huisje achter andermans huis in Los Angeles. Het was zo’n pension, een beetje vervallen, waar voor een lange tijd niet naar was omgekeken. Op een nacht was ik er en kreeg een echt griezelig gevoel, zo’n gevoel alsof je wordt gadegeslagen. Maar niemand was er behalve mijn twee honden die alleen maar aan hun poten zaten te knabbelen. Ik keek rond. Er was niemand. Ik dacht: “Oké, het zal mijn verbeelding zijn.” Maar het gevoel werd sterker en sterker en ik begon een druk op mijn borst te voelen, het soort gevoel wanneer je slecht nieuws krijgt. Maar het begon lager en lager te dalen en bijna pijn te doen.
In de loop van die week werd dit gevoel erger en erger en begon ik overtuigd te raken dat er iets er was in mijn kleine pension, dat me bespookte.
Ik begon geluiden te horen, een soort ‘woesj’-geruis, alsof er iets passeerde. Ik belde mijn beste vriendin, Claire, en zei: “Ik weet dat dit gek gaat klinken, maar, hmm… ik denk dat er een spook zit in mijn huis en ik wil me ervan ontdoen.” En ze zei: — ze is zeer open van geest — “Ik denk niet dat je gek bent. Ik denk dat je een reinigingsritueel moet uitvoeren.”
“Koop wat salie en verbrand die en zeg dat het weg moet gaan.”
Dus zei ik “Oké” en ging salie kopen. Ik had nooit dit nog nooit gedaan, ik stak de salie in brand, zwaaide ermee en zei: “Ga weg! Dit is mijn huis! Ik woon hier. Jij woont hier niet!” Maar het gevoel bleef. Niets werd beter. En toen begon ik te denken, Oké, dit ding zit me nu waarschijnlijk uit te lachen, want het is niet weg en in zijn ogen ben ik waarschijnlijk alleen maar een machteloos ding dat hem niet kan wegkrijgen.
Elke dag dat ik thuis kwam, werd dat gevoel zo sterk — ik lach er nu wel mee — dat ik elke nacht in bed zat te huilen. En het gevoel op mijn borst werd erger en erger. Het was fysiek pijnlijk. Ik ging zelfs naar een psychiater en probeerde haar me medicijnen te laten voorschrijven. Ze wou het niet omdat ik niet schizofreen was.
Uiteindelijk ging ik op het internet en ik googelde ‘spookhuizen’. En ik kwam op een forum van spokenjagers terecht. Maar het was een speciaal soort spokenjagers — het waren sceptici. Zij geloofden dat elk geval van geesten die ze tot dusver hadden onderzocht door de wetenschap was ontkracht. En ik weer: “Oké, knappe koppen, dit gebeurt er met mij en als jullie er een uitleg voor hebben, zou ik die graag horen.”
Een van hen zei: “Oké. Hmm, heb je al gehoord van koolmonoxidevergiftiging?”
En ik zei: “Ja. Iets als gasvergiftiging?”
Koolmonoxidevergiftiging krijg je wanneer er gas in je huis lekt. Ik zocht het op en de symptomen van een koolmonoxidevergiftiging zijn druk op je borst, auditieve hallucinaties –woesj– en een onverklaarbaar gevoel van angst. Die nacht belde ik het gasbedrijf. Ik zei: “Ik zit met een noodsituatie. Jullie zouden dringend moeten komen. Ik wil nu het hele verhaal niet kwijt, maar ik heb jullie dringend nodig.”
Ze kwamen. Ik zei: “Ik vermoed een gaslek.” Ze hadden een koolmonoxide-detector bij en de man zei: “Het is echt goed dat u ons vanavond nog belde want u had weldra dood kunnen zijn.”
37 procent van de Amerikanen geloven in spookhuizen en ik vraag me af hoeveel er ooit in een zijn geweest en hoeveel van hen in gevaar verkeerden.
Dat spookverhaal leidde uiteindelijk tot mijn werk. Ik ben onderzoeker, en wel in twee betekenissen: Ik ben onderzoeksjournalist en ik onderzoek ook beweringen over het paranormale en beweringen over spiritisme. Dat houdt een paar dingen in. Soms doe ik alsof ik een exorcisme nodig heb zodat ik — ja, dat klopt! — zodat ik naar een exorcist kan gaan en zien of hij met kunstjes of psychologische trucs iemand probeert te overtuigen dat hij bezeten is. Soms betekent dat dat ik undercover ga in een randgroep waar ik dan verslag over uitbreng in een podcast die ik co-host. Ik deed meer dan 70 onderzoeken zoals dit met mijn co-host, Ross. Ik zou jullie graag vertellen dat wetenschap 9 keer van de 10 wint, met glans slaagt, het allemaal uitlegt. Dat is niet waar. De waarheid is dat de wetenschap 10 keer op 10 wint, slaagt met glans.
Dat betekent helemaal niet dat mysteries niet bestaan. Natuurlijk zijn er mysteries, maar een mysterie is een mysterie. Het is geen spook.
Nu denk ik dat er twee soorten waarheid bestaan, en het heeft een tijdje geduurd voor ik eruit was, maar ik denk dat het klopt, ik leg het uit. Ik denk dat er ‘buitenwaarheid’ en ‘binnenwaarheid’ bestaat. Als je tegen me zegt, “Er was ooit iemand die Jezus heette”, dan is dat een buitenwaarheid, toch? We kunnen het opzoeken in de historische gegevens. We kunnen bepalen of dat waar lijkt te zijn. En ik zou beweren dat het waar lijkt te zijn. Maar: “Jezus stond op uit de doden.” Oei! — een stuk lastiger.
Dat zou ik dan een bewering van buitenwaarheid noemen, omdat hij fysiek verrees ofwel niet. Ik ga er niet op ingaan of hij dat deed of niet, maar ik zou dat wel een bewering van buitenwaarheid noemen. Het gebeurde of het gebeurde niet. Maar als je zegt: “Het kan me niet schelen of hij al dan niet verrees. Het is symbolisch belangrijk voor mij en deze metafoor is zo zinvol, zo belangrijk voor mij dat ik niet ga proberen je ervan te overtuigen”, dan ben je van de buitenwaarheid overgegaan naar de binnenwaarheid, van wetenschap naar kunst. We hebben de neiging om daar niet altijd duidelijk in te zijn, om te proberen om van onze binnenwaarheden buitenwaarheden te maken, of daar met elkaar niet altijd eerlijk over te zijn. Als mensen ons hun binnenwaarheden vertellen, proberen ze ze te verdedigen met de normen van buitenwaarheden.
Ik spreek hier over buitenwaarheid, over objectieve dingen. Er was een objectieve werkelijkheid in mijn spookhuis, toch? Nu dat ik jullie over dat gaslek vertelde, betwijfel ik of hier nog iemand zou zeggen: “Ik denk nog steeds dat er ook een spook was.”
Want met wetenschappelijke verklaringen hebben we geen spook meer nodig. We gebruiken deze dingen als voorlopige verklaring. Wij geloven ze niet vanwege bewijs; wij geloven ze vanwege gebrek aan bewijs.
Zo is er een groep in Los Angeles, de groep van onafhankelijke onderzoeken of het IIG, genoemd en ze doen geweldig werk. Ze loven een prijs van $10.000 uit voor iedereen die onder wetenschappelijke voorwaarden kan aantonen dat hij een paranormale gave heeft. Niemand heeft hem al gekregen, maar ze hadden een paar mensen die beweren dat ze helderhorend waren, wat betekent dat ze stemmen kunnen horen uit het hiernamaals of dat ze gedachten kunnen lezen. Er was iemand bij die heel oprecht geloofde dat hij gedachten kon lezen. En veel van die mensen —
Dat was niet om te lachen, maar oké. Veel van deze mensen zijn echt oprecht en ik geloof dat deze man dat was. Hij dacht echt dat hij had deze gave had. Dus testten ze hem, zo gaat dat altijd altijd. De groep zegt: “We volgen een protocol, we kunnen dat wetenschappelijk uittesten. Bent je het daarmee eens?” De persoon zegt ja. Dan doen ze de test. Het is zeer belangrijk dat beide partijen akkoord gaan. Ze deden het, ze hebben hem getest. Zij zeiden: “Oké, weet je wat? Je was niet in staat om te zeggen wat Lisa zat te denken. Het gaf ongeveer hetzelfde resultaat als puur toeval. Het lijkt erop dat je de gave niet hebt.”
Dat gaf hen de gelegenheid om met hem vanuit medevoelen een zeer lastig gesprek aan te gaan, dat er in principe hierop neerkwam: “Hoi, we weten dat je oprecht bent en dat betekent dat je iets hoort in je hoofd.” Dat is een moeilijk iets om mee geconfronteerd te worden.
Maar die dag moest die man een zeer moeilijke beslissing nemen, een levensveranderend besluit over de vraag of hij hulp zou gaan zoeken.
Maar dat kan echt de eerste dag van de rest van je leven zijn, want als we deze overtuigingen in vraag stellen helpen we mensen eigenlijk om verbanden te leggen die eerder misschien wel buitenaards leken, ze zetten onze terug met de voeten op de grond en maken ons leven misschien beter.
Maar aan de andere kant zou het misschien ooit eens één keer waar kunnen zijn. Misschien ontdekken we ooit wel eens geesten en dat zou pas geweldig zijn! Elke keer als ik met een van deze onderzoeken begin, raak ik nog steeds zo opgewonden en ik heb er al zo’n 75 gedaan, maar bij nummer 76 denk ik dan weer: “Dit is het!”
Misschien ben ik gewoon een eeuwige optimist, maar ik hoop dat ik nooit deze hoop verlies en ik nodig jullie uit tot dezelfde houding wanneer mensen jullie hun buitenwaarheden komen vertellen. Wanneer je spreekt over testbare beweringen, respecteer ze dan genoeg om ze goede vragen te stellen. Daag hen uit en kijk hoe jullie het samen kunnen onderzoeken. Men denkt soms dat je een geloof niet tegelijk kunt respecteren en het ook nog in vraag stellen, maar dat is niet waar. Wanneer we aan het slot morrelen, wanneer we de bewering in vraag stellen, zeggen we: “Ik heb respect voor je, ik luister naar wat je zegt, ik ga het samen met jou uittesten.” We hebben allemaal al eens ervaren dat je iemand iets vertelt, en dat ze doen van: “Oh ja, dat is echt interessant.” Dan weet je dat ze je niet serieus nemen. Maar wanneer iemand zegt: “Echt? Hè. Klinkt me een beetje vaag, maar ik luister”, dan weet je tenminste dat ze geïnteresseerd zijn en je respecteren. Dat is het soort houding die we moeten aannemen met deze beweringen. Dat is iemand laten zien dat het je wat kan schelen wat ze zeggen. Dat is respect!
De meeste van deze onderzoeken draaien op niets uit, maar zo werkt alle wetenschap nu eenmaal. Voor alle kankers hebben we nog geen remedie, maar we blijven zoeken. Om twee redenen. Omdat ten eerste het antwoord van belang is. Of we nu zoeken naar het hiernamaals, het paranormale of de behandeling voor kanker, alles komt neer op dezelfde vraag: hoe lang zullen we hier nog zijn?
En twee, omdat zoeken naar de waarheid, open van geest zijn, bereid zijn om ernaast te zitten en je hele wereldbeeld te veranderen ontzagwekkend is.
Ik raak nog steeds opgewonden door spookverhalen. Ik vind nog steeds dat elke groep, waar ik mee in contact kom, misschien wel gelijk kan hebben en ik hoop die hoop nooit te verliezen. Laten we allemaal nooit de hoop verliezen, omdat zoeken naar wat ‘buiten’ is ons helpt te begrijpen wat ‘binnen’ is. O ja, zorg thuis voor een koolmonoxide-detector.
Dank u.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Epicurus. Epicurus was een oud-grieks filosoof. Hij geloofde dat persoonlijk geluk het hoogste goed is. Hij was ook een atomist. Hij geloofde dus dat materie niet oneindig deelbaar is.
Epicurus zei:

Heb geen angst voor de dood, want zolang wij er zijn is de dood er niet en als de dood er is zijn wij er niet meer.

Bronnen

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *