Verdringing (4)

Play

Sigmund FreudIn een tijd dat de theorieën van Sigmund Freud het hoogtepunt waren in de psychologie, was de Vlaamse denker Jan De Laender een van de eersten die op de fouten van Freud wees. Dit was enorm controversieel. Het feit dat hij tegen de stroom inzwom werd hem niet in dank afgenomen. Hij raakte in ongenade bij andere professoren en moest buiten de universiteit werk zoeken. Vandaag beginnen we een reeks waarin we een essay van Jan De Laender voorlezen. In dit essay gaat De Laender in op een aantal theorieën die Freud verkondigde. Dit is de laatste aflevering in de vierdelige reeks. Bekijk Deel 1 hier

Voorwoord
Goeiedag, het is vandaag zondag 27 september 2009, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 30ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand dankzij de medewerking van Rik Delaet. Die is ook het vierde en laatste deel van Verdringing, een essay van Jan De Laender. We willen zijn weduwe bedanken die ons toestemming gaf om deze tekst te gebruiken.
Het inplanten van valse herinneringen
Tijdens de vorige aflevering spraken we over geheugenonderzoek met logboeken. We zagen daar dat mensen zich dingen niet herinneren die wel gebeurden, en van alles herinneren dat nooit gebeurde.

Het inplanten van valse herinneringen

Nog belangrijker is dat de logboek-techniek heeft onthuld dat het makkelijk is bij mensen met opzet valse herinneringen in te planten. Craig Barclay bvb. liet zijn proefpersonen kiezen tussen een aantal gebeurtenissen die ze werkelijk in hun logboek hadden genoteerd en een aantal pseudo-herinneringen die hij zelf had verzonnen en aan zijn proefpersonen verteld. In vele gevallen werd de pseudo-herinnering boven de echte verkozen. Barclay vond ook – zoals men zou verwachten – dat het makkelijker werd valse herinneringen in te planten naarmate de echte herinneringen verder in het verleden lagen.Bij het controleren of een inhoud die in het bewustzijn opduikt een echte herinnering is of een fantasie-inhoud (een onderdeel van de functie van reality monitoring) speelt de levendigheid van de inhoud een belangrijke rol: als de inhoud klaar is, levendig en gedetailleerd zijn we meer geneigd hem als een herinnering te accepteren. Dit geeft ons een soort recept voor het produceren van valse herinneringen. Neem een persoon met een goed ontwikkeld voorstellingsvermogen (een levendige fantasie). Verzin nu een gebeurtenis en beschrijf die klaar, levendig, precies, met veel details. Beweer dat het gaat om een gebeurtenis die de persoon werkelijk is overkomen. Herhaal de geschiedenis zodat hij goed ingeslepen raakt in het geheugen van de persoon. Blijf volhouden dat het om een herinnering gaat. De kans is groot dat er geleidelijk bron-amnesie zal ontstaan. Het verzonnen verhaal zit nu in het geheugen van de proefpersoon. In werkelijkheid is de proefleider de bron van het verhaal: hij heeft het verzonnen en verteld. Maar uit onderzoek blijkt dat één van de types van vervorming in het geheugen die het makkelijkst optreden verwarring is over de bron van een geheugeninhoud (bron-amnesie): is wat ik me herinner iets dat ik zelf heb meegemaakt of is het iets dat me door iemand anders is verteld? Vaak zit er een stuk informatie in ons geheugen, maar we zijn vergeten wat haar bron was. Ik weet bvb. niet meer in welk boek (of artikel) ik iets heb gelezen. Craig Barclay heeft bvb. aangetoond dat hij zijn studenten zonder moeite kon doen geloven dat fragmenten uit zijn eigen cursus uit die van een collega kwamen.

Eens men deze dingen weet is het een koud kunstje om bij mensen valse herinneringen in te planten. Elizabeth Loftus heeft aan ouders gevraagd hun kinderen een verzonnen geschiedenis te vertellen: het kind was enkele jaren geleden verloren gelopen in een groot winkelcentrum; het was in paniek geraakt; een vriendelijke mijnheer in een geruite jas had het kind opgevangen; hij sprak met een vreemd accent…
De geschiedenis werd keer op keer herhaald en de ouders bleven volhouden dat alles echt zo gebeurd was. De kinderen maakten een typische evolutie door: aanvankelijk werd de valse herinnering afgewezen; de kinderen zegden dat ze zich niets van het gebeuren herinnerden; geleidelijk begonnen ze te twijfelen; dan begonnen ze zich vaak flarden van het gebeuren te ‘herinneren’; de herinneringen werden als maar duidelijker; uiteindelijk begonnen sommige kinderen het verhaal van hun ouders met allerlei details aan te vullen.

Ceci, Hoffmann en Smith zijn erin geslaagd adolescenten te doen geloven dat ze als kind een reis met een luchtballon hadden gemaakt, dat ze ooit met hun hand hadden klem gezeten in een muizenval, etc.

De techniek die Freud gebruikte om bij zijn patiënten verdrongen herinneringen te recupereren lijkt niet alleen verdacht goed op deze techniek voor het inplanten van valse herinneringen, hij is in vele opzichten een verbeterde en krachtiger versie ervan.

In de periode waarin Freud er voor het eerst in slaagde verdrongen herinneringen van zijn patiënten ‘opnieuw bewust te maken’ was Freud er diep van overtuigd dat deze (vrouwelijke) patiënten als kind seksueel waren misbruikt, maar deze ervaring hadden verdrongen. Hij geloofde dat hij hen kon genezen door hun weerstand te breken en hen te dwingen zich te herinneren dat er misbruik had plaats gevonden.

Een therapeut bevindt zich in een ideale situatie om bij patiënten valse herinneringen over seksueel misbruik (of over onverschillig welke andere denkbeeldige ervaring) in te planten.

Als een vrouw contact zoekt met een psychotherapeut, dan betekent dit dat ze zich psychologisch (en vaak ook lichamelijk) niet goed voelt. Ze staat bloot aan een intense lijdensdruk. Ze is ongelukkig, maar begrijpt zelf niet goed waarom. In elk geval is ze er niet in geslaagd haar problemen op te lossen en daardoor voelt ze zich machteloos en onzeker. Ze zoekt hulp bij iemand die meer begrijpt, weet en kan. Dat is de therapeut: de expert die de raadsels van het menselijk zielenleven kan doorgronden. Van hem moet alle heil komen. Hij bezit de antwoorden. Hij kent de oorzaken van haar verdriet en haar angst. Hij kan haar vertellen wat ze moet doen om weer beter te worden. De therapeut bevindt zich in een positie van grote macht.

Stel dat hij iemand is zoals Sigmund Freud, die gelooft dat hij de oorzaken van haar problemen vooruit kent: de patiënte is als kind seksueel misbruikt. Ze moet dit alleen maar onder ogen zien om weer beter te worden. De therapeut begint zijn visie op de oorzaak van het probleem te suggereren. Is er haar als kind niets bijzonders overkomen? Ziet ze soms beelden van haar vader terwijl die haar aanraakt? Droomt ze soms over dergelijke beelden? Zijn er incestueuze handelingen verricht? De patiënte wijst deze suggesties kordaat af: Er is nooit iets van die aard gebeurd. Ze kan zich niets herinneren.

De ontkenning sterkt de therapeut in zijn axiomatische overtuiging. Zo’n ontkenning is net wat men moet verwachten als er werkelijk seksueel misbruik met verdringing heeft plaatsgevonden: het is een teken van weerstand. Deze weerstand moet nu gesloopt worden. De therapeut legt zijn patiënte uit dat het in gevallen van incest normaal is dat het slachtoffer zich niets kan herinneren. Dat is het gevolg van verdringing en weerstand. Maar ze moet haar weerstand laten varen. Ze moet haar herinneringen terugvinden. Dat is de enige manier om te genezen.

De therapeut laat duidelijk merken dat de weerstand (het niet aanvaarden van de gesuggereerde herinneringen) verkeerd is. Wat kan de patiënte doen? De therapeut stelt haar voor een simpele keuze: ofwel aanvaard je de herinneringen die ik je suggereer en dan komt er eindelijk een eind aan je lijden; ofwel volhard je in je weerstand en dan kan ik niets voor je doen, dan wijs ik je af, dan gaat je lijden maar door. In zijn “Zur Aetiologie der Hysterie” (1896) maakt Freud duidelijk – kennelijk zonder zich ook maar in het minst te realiseren hoe gevaarlijk heel zijn benadering was – dat de idee van incest van hem kwam en niet van zijn patiënten. Hij schrijft:

“Before they come for analysis the patients know nothing about these scenes [of sexual seduction]. They are indignant as a rule if we warn them that such scenes are going to emerge. Only the strongest compulsion of the treatment can induce them to embark on a reproduction of them.” (Ik cursiveer) (S. FREUD, Standard Edition, vol. III, 204)

“De zieken weten voor het toepassen van de analyse niets van deze scènes [bedoeld wordt scènes van seksueel misbruik], gewoonlijk zijn zij verontwaardigd als men hen aankondigt dat zulke scènes zullen gaan opduiken. Slechts de grootste therapeutische dwang kan hen ertoe bewegen deze scènes mee te delen…”

Freud laat weinig twijfel bestaan over wat wordt bedoeld met therapeutische dwang: maandenlang wordt op de patiënten ingepraat; er wordt gepleit, betoogd, overreed; afwisselend wordt gedreigd met verdoemenis en verlossing: als de patiënte halsstarrig blijft ontkennen is ze gedoemd ziek te blijven; erkent ze dan is de redding nabij en komt er een eind aan haar lijden.

Freuds therapeutische dwang was zo doeltreffend dat al zijn patiënten zonder uitzondering na enige tijd herinneringen over incest gingen produceren. Zelfs Freud werd daardoor aan het twijfelen gebracht. Kon het zijn dat er in Wenen zoveel criminele vaders rondliepen? Plots besloot Freud het roer om te gooien: GEEN van zijn patiënten was seksueel misbruikt. Zonder uitzondering hadden ze valse verhalen gefantaseerd om het feit te verhullen dat ze eigenlijk zelf seks met hun vader gewenst hadden. Dit was de geniale ontdekking van het beruchte Oedipuscomplex. Bijna 40 jaar later (in 1933 in zijn “Neue Folge der Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse”) schrijft Freud, terugblikkend op deze periode:

“In the period in which the main interest was directed to discovering infantile sexual traumas, almost all my women patients told me that they had been seduced by their father. I was driven to recognize in the end that these reports were untrue and so came to understand that hysterical symptoms are derived from phantasies and not from real occurrences.” (S. FREUD, Standard Edition, vol. XXII, 120).

“In de tijd toen de voornaamste belangstelling gericht was op het onthullen van seksuele trauma’s in de kindertijd, vertelden bijna al mijn vrouwelijke patiënten mij dat ze door hun vader waren verleid. Ik moest uiteindelijk tot het inzicht komen dat deze verhalen onwaar waren, en leerde zo te begrijpen dat hysterische symptomen zijn afgeleid van fantasieën en niet van werkelijke gebeurtenissen.”
Bemerk de typisch Freudiaanse kunstgreep: in deze herziene versie van de werkelijkheid wordt de indruk gewekt dat zijn patiënten spontaan waren komen aandraven met verhalen over seksueel misbruik, dat ze hem met zulke verhalen hadden proberen te misleiden, maar dat hij erin geslaagd was hen te ontmaskeren. Maar niets is minder waar. Freud had aan zijn patiënten verteld dat ze seksueel misbruikt waren. De patiënten hadden deze beweringen verontwaardigd afgewezen: ze zegden dat ze zich niets van dergelijke gebeurtenissen konden herinneren. Eerst na een hardnekkig gevecht, na uitoefening van “de grootste therapeutische dwang” was Freud erin geslaagd hun weerstand te breken en hen te doen erkennen dat ze seksueel misbruikt waren maar dat hadden verdrongen. Ernest Jones, de bekendste Freud-biograaf en een groot bewonderaar van Freud, heeft toegegeven dat zijn meester geen erg zorgvuldig schrijver was. Deze neiging tot onzorgvuldigheid strekt zich zeker ook uit tot het omgaan met de waarheid.

Freuds techniek voor het terugroepen van verdrongen herinneringen vertoont opvallende parallellisme met de technieken die ten tijde van de grote Europese heksenwaan door inquisiteurs gebruikt werden voor het afdwingen van bekentenissen. De inquisiteur wist vooruit op theoretische gronden (door zijn kennis van de demonologische literatuur) aan welke misdrijven de heks zich had schuldig gemaakt (ze had zich seksueel laten verleiden door de duivel, ze had de zijde van het kwaad gekozen, ze had tijdens heksensabbats kinderen verslonden…). Het kwam er nu alleen nog op aan haar te doen bekennen, zodat haar onsterfelijke ziel kon gered worden.

De inquisiteur begint de heks nu te vertellen waaraan ze zich heeft bezondigd. De verdachte ontkent krampachtig en hardnekkig. Daarop legt de inquisiteur haar uit dat dit het typische gedrag van een heks is: heksen ontkennen altijd. Hij legt haar uit dat hij haar vriend is, dat hij haar probeert te helpen, maar dat hij gedwongen zal zijn haar pijn te doen als ze weerstand blijft bieden en volhardt in haar ontkenning. Maar de heks herinnert zich geen misdaden en daarop begint de foltering (torqueatur!). Keer op keer krijgt de heks te horen dat ze zichzelf foltert. Ze kan ogenblikkelijk een einde maken aan de pijn. De inquisiteur is haar vriend. Ze hoeft alleen maar te bekennen en ze is verlost. Wij begrijpen nu dat dit een ideaal recept is voor het afdwingen van valse bekentenissen.

De werkwijze van Freud is haast een kopie van dit recept.
De goede analist weet van tevoren wat de oorzaak is van het leed van de vrouw die tegenover hem zit: ze is seksueel misbruikt. Maar ze ontkent dit. En dat is de oorzaak van haar pijn. Alles is nochtans eenvoudig: ze hoeft zich alleen maar te herinneren en er komt een einde aan het lijden, ze wordt opnieuw heel.

Dit is de techniek die de nieuwe volgelingen van Freud stelselmatig toepassen. Voor de patiënte is de verleiding om de valse herinneringen te aanvaarden bijzonder groot. Hier zit een zieke, verwarde, angstige, niet-begrijpende vrouw. Volgt ze de therapeut dan is er plots een verklaring voor al haar leed, haar depressies, haar verslaving, haar zelfmoordpogingen, haar boulimie: er is een dader, een schuldige. Eigenlijk scheelde er niets met haar. Iemand heeft haar dit aangedaan. Zij is geen zieke vrouw, ze is een slachtoffer en dat is een veel betere status. Een slachtoffer is een normale, gezonde, goede persoon aan wie onrecht is aangedaan. Zijzelf is OK; iemand anders is niet OK. Er is een dader in het spel.

Vaak gebeurt het zoeken naar verdrongen herinneringen in groepssessies. Men luistert naar de terugkerende herinneringen van anderen. Men wordt meegesleept door emoties; er wordt gehuild; er wordt omarmd. Wat is echt? Wat beeldt men zich in? Wat is zeker? Niets is zeker. Tenzij het verdriet dat men voelt, de warmte van de groep, de omarmingen; men wil erbij horen, getroost worden. En men hoort er maar bij als men zich herinnert. En nu krijgt men zelf ook beelden, flitsen, brokstukken van herinneringen. Men spreekt erover en de therapeut en de andere leden van de groep zijn verrukt. Eindelijk, eindelijk is de weerstand gebroken. Hier is de verlossing: men wordt opgenomen, getroost, omarmd, gedeculpabiliseerd. Men geniet plots een vorm van erkenning en men krijgt een groepsidentiteit: men behoort tot de groep van de seksueel misbruikte slachtoffers.

Gedurende de voorbij 15 jaren heeft zich rondom de verdringingstheorie van Freud een situatie ontwikkeld die meer dan ironisch is. Terwijl Freud na korte tijd tot de conclusie was gekomen dat zijn patiënten nooit seksueel misbruikt waren, maar dat hun valse herinneringen eigenlijk een Oedipuscomplex camoefleerden, is een nieuwe horde van Freud-volgelingen ervan overtuigd geraakt dat de oorspronkelijke opvatting van de meester juist was: de waarheid was zo verschrikkelijk dat Freud ervoor is teruggedeinsd: al zijn patiënten en ook die van de nieuwe volgelingen zijn echt seksueel misbruikt.

Dat de Nieuwe Experten – net als hun Grote Leermeester – geen verdrongen herinneringen bekomen, maar pseudo-herinneringen die door henzelf zijn ingeplant, wordt bevestigd door volgende onderzoeksgegevens:

1) De leeftijd waarop de verdrongen gebeurtenissen zogezegd hebben plaatsgevonden, klopt in bijna de helft van de gevallen niet met wat wij weten over de werking van het geheugen. Een massa onderzoeksgegevens wijst erop dat mensen nooit in staat zijn zich gebeurtenissen te herinneren van voor het einde van hun tweede levensjaar. De gemiddelde leeftijd van de vroegste herinneringen is ongeveer 3,5 jaar. Bij sommige mensen gaat de vroegste herinnering wat verder terug. Maar twee jaar blijkt een absolute ondergrens te zijn. Men spreekt in dit verband van infantiele amnesie. Het betreft inderdaad een soort vergeten. Want kinderen van anderhalf jaar oud bvb. hebben wel een functionerend geheugen. Een kind kan zich op die leeftijd bvb. herinneren wat het ’s ochtends heeft gegeten. Maar de herinneringen komen nooit in het lange-termijn geheugen terecht. Ze worden al na korte tijd definitief vergeten. Dit geldt niet alleen voor herinneringen aan triviale gebeurtenissen, maar ook voor herinneringen aan zeer bijzondere gebeurtenissen: een ongeval, de geboorte van een broer of een zusje, zelfs de dood van een ouder. Uit onderzoek blijkt dat volwassenen aan dergelijke vroegtijdige gebeurtenissen nooit een herinnering hebben, tenzij anderen hen de gebeurtenissen op latere leeftijd hebben beschreven. Wat de volwassene zich dan herinnert is het verhaal dat hij op latere leeftijd heeft gehoord, niet de oorspronkelijke gebeurtenis.
Kennelijk is het menselijk brein voor de leeftijd van ongeveer twee jaar niet in staat duurzame geheugensporen te vormen.

Maar tijdens een psychoanalytische therapie of onder hypnose ‘herinneren’ mensen zich vaak gebeurtenissen uit de eerste twee levensjaren of zelfs gebeurtenissen van voor hun geboorte (of uit een vorig leven). Volgens Wakefield en Unterwager stammen niet minder dan 42% van alle verdrongen herinneringen uit de periode voor het eind van het tweede levensjaar. Het totaal ontbreken van geauthentiseerde herinneringen uit die leeftijdsperiode moet ons zeer sceptisch stemmen ten aanzien van de juistheid van dergelijke vroege herinneringen.

2) Uit onderzoek blijkt dat niet-seksuele traumata nooit worden verdrongen. In werkelijkheid gedragen de herinneringen aan traumatische gebeurtenissen zich als “flashbulb memories”: ze zijn juist krachtiger en beter toegankelijk dan andere herinneringen.

Alleen al in de County of Los Angeles zijn elk jaar tussen de 100 en de 200 kinderen getuige van de moord op één van hun ouders of op beide ouders. Het lijkt redelijk dit als een traumatische gebeurtenis voor een kind te beschouwen. Maar niet in één geval bleek één van de kinderen later de moord vergeten te zijn. Integendeel, bij alle kinderen hadden zich buitengewoon levendige en hardnekkige geheugensporen gevormd die zeer dikwijls werden geheractiveerd.

Duizenden kinderen hebben concentratiekampen overleefd. Nooit is bij één van deze kinderen vastgesteld dat ze zich de kampervaring later niet konden herinneren. M.a.w. in alle gevallen waarin er aantoonbare traumata hebben plaatsgevonden in de kinderjaren is er nooit sprake van verdringing.

Hetzelfde geldt overigens voor alle controleerbare traumata van volwassenen. Vietnam-veteranen zijn hun traumatische ervaringen nooit vergeten. Integendeel, de herinneringen eraan gedragen zich als buitengewoon hardnekkig en intrusief.

3) Ook seksuele trauma’s worden niet verdrongen:
Een hardnekkige Freud-adept kan proberen de theorie van zijn meester te redden bij middel van een ad-hoc-hypothese: misschien is er iets speciaals aan seksuele trauma’s. Misschien vormen andere trauma’s flashbulb memories, maar gebeurt met seksuele trauma’s het tegendeel: zij worden verdrongen. Merk op dat dit een zuivere ad-hoc-hypothese is. Er bestaat geen enkele a priori reden voor deze hypothese. De theorie zegt dat trauma’s worden verdrongen omwille van hun pijnlijk, niet omwille van hun seksueel karakter.

Maar ook deze ad-hoc-hypothese wordt door empirisch onderzoek tegengesproken. Goodman et al. hebben herinneringen onderzocht van meisjes tussen vijf en zeven jaar die om medische redenen een pijnlijk anaal en vaginaal onderzoek hadden moeten ondergaan. Niet één van de meisjes bleek de ervaring later vergeten te zijn.

In een ander onderzoek van Goodman werden kinderen tussen 3 en 11 jaar ondervraagd die elf dagen voordien een urethrale catherisatie hadden ondergaan. Het inbrengen van een catheter in een urineleider (om een mogelijke infectie van de urinewegen op te sporen) is een pijnlijke procedure. De catheter wordt ingebracht via het geslachtsorgaan. Weer bleek dat alle kinderen zich het gebeuren herinnerden, de meeste met grote levendigheid.

4) ‘verdrongen herinneringen’ zijn vaak absurd:
Vaak zijn de ‘herinneringen’ van die aard dat ze manifest onwaar zijn. Patiënten herinneren zich dat ze toen ze één maand oud waren seksueel misbruikt zijn door Clint Eastwood, Bill Clinton en Lady Diana Spencer. Sommigen herinneren zich dat het seksueel misbruik heeft plaatsgevonden aan boord van een UFO of tijdens een vorige reïncarnatie.

In de V.S. hebben de media de verbeelding van mensen dermate op hol gebracht dat er in talkshows zoals die van Geraldo Rivera en Oprah Winfrey herhaaldelijk mensen naar voor komen die zich herinneren dat ze het slachtoffer geweest zijn van Satanische sekten of buitenaardse wezens.

5) In gevallen van geauthentiseerd seksueel misbruik is er nooit sprake van verdringing.
Sommige kinderen en volwassenen worden natuurlijk echt seksueel misbruikt. En in een aantal gevallen is het misbruik geauthentiseerd: de vader is bvb. op heterdaad betrapt door zijn echtgenote; DNA-onderzoek heeft aangetoond dat het sperma in de vagina van het kind van de vader afkomstig is, de vader heeft het misdrijf bekend, etc.). Alle onderzoekers zijn het erover eens dat kinderen die ernstig seksueel misbruikt zijn – vooral door een naaste verwante – het erg moeilijk hebben om daarover te praten. Dit heeft met diverse factoren te maken. Vaak begint het misbruik als het meisje nog zo jong is dat ze niet begrijpt dat wat er gebeurt abnormaal is, verboden, een misbruik. De dader gedraagt zich vaak teder en lief tegenover het kind. Op het ogenblik dat het tot het meisje doordringt dat haar ervaring abnormaal is, voelt ze zich vaak medeschuldig: ze heeft het laten gebeuren, ze heeft het geheim gehouden, ze heeft soms actief meegewerkt, ze heeft ook genot en seksuele opwinding ervaren. En daarover schaamt ze zich. Als de dader een verwante is, dan is hij meestal iemand van wie ze ook houdt. De dader heeft haar uitgelegd dat de seks tussen hen beiden een mooi geheim is dat ze aan niemand mag verklappen. Erover spreken is iemand van wie ze houdt verraden. Als het meisje oud genoeg is beseft ze dat het uitbrengen van het misbruik voor haar vader dramatische gevolgen zou hebben. Alleen door te zwijgen kan ze hem redden.

Maar moeite hebben om te praten over iets dat men zich duidelijk herinnert is natuurlijk niet hetzelfde als iets verdrongen hebben. In alle gevallen van geauthentiseerd seksueel misbruik bevestigt het slachtoffer juist dat ze nooit is vergeten wat er is gebeurd. Een dertigjarige vrouw die als jong meisje is verkracht, en die nu zelf een psychotherapeute is, getuigt:

“Ik weet een heleboel van slachtoffer zijn omdat ik zelf een slachtoffer ben geweest. Toen ik op de lagere school zat ben ik verkracht. Voor de duidelijkheid, niet door mijn ouders. En ook voor de duidelijkheid, ik ben het nooit vergeten, niet één dag. Maar door een intens gevoel van schaamte, zoals veel slachtoffers hebben, heb ik meer dan twintig jaar mijn mond gehouden.” Psychoanalysten blijven ons het antwoord schuldig op deze vraag: hoe komt het dat in al deze gevallen waar misbruik aantoonbaar heeft plaats gevonden, het slachtoffer het misbruik nooit heeft verdrongen? Waarom vinden zij alleen verdringing in onbewezen, twijfelachtige, verdachte of manifest absurde gevallen. Waarom is er altijd verdringing bij de vrouwen die seksueel misbruikt zijn door marsmannetjes?

Nawoord
Deze tekst van Jan De Laender spitst zich specifiek toe op de psychotherapie volgens de theorie van Freud: de Freudiaanse psychoanalyse. Ondertussen heeft the psychotherapie veel vooruitgang geboekt. Het zou dus verkeerd zijn om hieruit te concluderen dat psychotherapie in het algemeen niet deugt. Psychoanalyse is voor de psychologie wat aderlaten is voor de geneeskunde: een ondertussen achterhaalde therapie, maar die wel een start gegeven heeft voor verder onderzoek.
Het Citaat
Het citaat van vandaag is van Jan De Laender zelf. Ik hoef hem dan ook ondertussen niet meer voor te stellen. Jan De Laender zei:

“Eén typische Darwin-bladzijde bevat meer observaties dan heel de Gesammelte Werke van Freud”

Uit http://www.liberales.be/boeken/delaender

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *