De relativiteit van verkeerd zijn

Play

Elke eeuw wordt er wel vastgesteld dat de wetenschap van de vorige eeuw fout was. Misschien zal de volgende generatie onze wetenschappelijke theorieën fout vinden. Wil dat dan zeggen dat alles fout is en dat er geen waarheid bestaat? Of is dat een beetje simplistisch gesteld?

Inleiding

Goeiedag, het is vandaag zondag 5 oktober 2014, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 202de aflevering van deze podcast.

Vandaag bespreken we

De relativiteit van verkeerd zijn

Hieronder volgt een vertaling van de tekst uit de youtubevideo De relativiteit van verkeerd zijn door C0nc0rdance. De tekst is vertaald door Rik Delaet.

Ik zag onlangs de video Evolutie en Geloof van DonExodus en hij deed me denken aan een essay van Isaac Asimov: The Relativity of Wrong. Je kent Asimov misschien als een groot schrijver, van fictie zowel als van non-fictie, wetenschap en SF. Hij was een held van de verbeelding en deed het vuur ontvlammen in de verbeelding van hopen wetenschappers. Hij was een van mijn inspirators en een kampioen van rede, logica en skepticisme. Zijn argumentatie gaat over een antwoord dat hij kreeg op een commentaar in een van zijn artikelen over de vooruitgang van wetenschappelijke kennis, hoeveel we nu weten over het universum dat de ouden niet wisten. Hij ontving een brief van een niet-wetenschapper, een Engelse letterkundige, die zijn houding over de wetenschap even wou bijwerken. Ik citeer hem:

De jonge specialist in de Engelse literatuur las me streng de levieten over het feit dat in elke eeuw mensen dachten dat ze het universum begrepen, en in elke eeuw werd aangetoond dat ze het fout hadden. Daaruit bleek dat het enige wat we kunnen zeggen over onze moderne “kennis” is dat ze fout is…

Ik antwoordde hem:

“John, toen de mensen dachten dat de Aarde plat was, hadden ze het fout. Toen ze dachten dat het een bol was, hadden ze het ook fout.

Maar als jij denkt dat denken dat de Aarde een bol is even fout is als denken dat de Aarde plat is, dan is jouw idee fouter dan die twee andere bij elkaar.”

Het basisprobleem is dat mensen denken dat “juist” en “fout” absoluut zijn; dat alles wat niet perfect en volledig juist is, helemaal en even fout is. Ze denken dat het een dichotomie is. Ik denk van niet. Volgens mij zijn juist en fout wazige begrippen, en ik ga dit essay schrijven om dat uit te leggen.”

Om het kort te houden, ga ik Asimovs mooie argumentatie beknopter weergeven. Ooit geloofden de mensen dat de Aarde plat was en ze hadden het fout. Maar ze waren ook bijna juist. De kromming van een plat oppervlak is 0, en de kromming van het Aardoppervlak is bijna 0, zeker voor de meetmogelijkheden van de Ouden. Na enkele briljante waarnemingen van grote wetenschappers als Aristoteles kwam men op het idee van een bolvormige Aarde. Een eeuw later zal de Griekse filosoof Eratosthenes uit de verschillen tussen de lengten van schaduwen op verschillende breedtegraden de omtrek bepalen. We vonden toen dat de Aarde een bol was met een kromming van 0,000126. Bijna 0, maar niet helemaal. Dit verschil was belangrijk om nauwkeurige kaarten te kunnen maken en over grote afstanden te kunnen zeilen zonder ons doel te missen. Toen dachten we dat de Aarde een bol was, maar ook dat was niet juist.

Door te kijken naar andere planeten toonde Newton aan dat hun roterende massa’s een beetje afgeplat waren aan de polen. Met betere instrumenten konden wetenschappers deze afplatting meten. Als de Aarde een echte bol zou zijn, zou de kromming 12,6 cm per km bedragen. Nu varieert de kromming tussen 12,59 en 12,67 cm/km. De correctie van bolvormig naar afgeplat bolvormig is veel kleiner dan van plat naar bolvormig. Dus, al is de notie dat de Aarde een bol is fout, ze is niet zo fout als de notie dat de Aarde plat is. Maar ook de notie dat de Aarde een afgeplatte bol is, is fout.

Toen in 1958 de Vanguard I satelliet in een baan rond de Aarde werd gebracht, kon men de lokale aantrekkingskracht – en dus de vorm – van de Aarde met voorheen ongekende precisie gaan meten. Toen bleek dat de evenaarsbult aan de zuidkant een beetje groter was dan aan de noordkant. Het enige beeld dat daaraan een beetje voldeed was “peerachtig” en algauw zag voor velen de Aarde eruit als een in de ruimte bengelende Doyenné peer. In feite was die afwijking meer een kwestie van meters dan van kilometers en de correctie kwam neer op miljoensten van centimeters per kilometer.

Mijn Engelse letterkundige vriend, die leefde in een wereld van absoluut juist of fout, beeldde zich misschien in dat alle theorieën fout zijn, dat de Aarde vandaag sferisch, volgende eeuw kubisch en de eeuw erop doughnutvormig is.

Als wetenschappers eenmaal een goed idee beet hebben, gaan ze het geleidelijk aan verfijnen en uitbreiden naarmate hun meetmethodes beter worden. Theorieën zijn niet zozeer fout dan wel onaf. Dat is ook op andere domeinen van toepassing. Ook al lijkt een nieuwe theorie revolutionair te zijn, ze komt meestal te voorschijn door kleine verfijningen. Als er meer zou nodig zijn dan een kleine verbetering, dan had de oude theorie het nooit zolang uitgehouden. Copernicus verving het Aarde-gecentreerde planetaire systeem door een Zon-gecentreerd systeem. Daardoor ging hij van iets aannemelijks naar iets dat ogenschijnlijk belachelijk was. Maar het ging erom een betere manier te vinden om de planetenbanen te berekenen. Daarom werd uiteindelijk de geocentrische theorie verlaten.

Omdat de oude theorie vrij goede resultaten gaf naar de standaarden van die tijd, werd ze zolang aangehouden. Ook weer omdat de geologische formaties van de Aarde zo langzaam veranderen en de levende wezens erop zo langzaam evolueren, leek het eerst redelijk te veronderstellen dat niets veranderde en dat de Aarde en het leven erop altijd waren zoals vandaag de dag. Als dat zo was, dan zou het niet uitmaken of de Aarde en het leven miljarden jaren oud waren of slechts duizenden. Duizenden was makkelijker te vatten. Maar toen zorgvuldig waarnemen aantoonde dat Aarde en leven veranderden aan een weliswaar kleine, maar niet zero, snelheid, werd het duidelijk dat Aarde en leven zeer oud moesten zijn.

We kregen de moderne geologie en de biologische evolutie. Als de snelheid van verandering groter was geweest, dan zouden geologie en evolutie hun moderne status al in de Oudheid hebben gekregen. Alleen omdat het verschil tussen de veranderingssnelheid in een statisch heelal en in een evolutionair heelal het verschil is tussen nul en bijna nul, kunnen de creationisten hun onzin blijven verkopen. Omdat de verfijningen van theorieën steeds maar kleiner worden, waren ook de heel oude theorieën voldoende juist om vooruitgang toe te laten. Vooruitgang die niet tenietgedaan werd door latere verfijningen.

Natuurlijk kan je de huidige theorieën als fout beschouwen in de simplistische zin van mijn Engelse letterkundige correspondent, maar op een waarachtiger en subtielere manier moeten ze alleen als onvolledig worden beschouwd.

Het citaat

Het citaat van vandaag is van Elise Andrew. Elise Andrew is de auteur van de facebookpagina “I fucking love science”. Andrew zei:

“Iedereen is zot van wetenschap tot ze hun eigen persoonlijke stokpaardje begint te ontkrachten.”

Dat wordt ook cognitieve dissonantie genoemd. Tot de volgende keer.

Bronnen

Zie ook de interessante tekst van Maarten Boudry, Loki’s waagstuk, die tot dezelfde conclusie komt via een andere redenering.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *