Christopher Hitchens 1949-2011

Play

Christopher Hitchens bezweek aan zijn aanslepende kanker op 15 december. Deze aflevering is een eerbetoon aan deze grote atheïst.

Transcript
Goeiedag, het is vandaag zondag 25 december 2011, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 111de aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet. De muziek is van Niek Lucassen.

De aflevering van vandaag is gewijd aan het overlijden van Christopher Hitchens op 15 december jongstleden. Christopher Hitchens is één van de belangrijkste pleitbezorgers van het atheïsme. Hij schreef onder andere het boek “God is not great, why religion poisons everything”, dat ook in het Nederlands vertaald werd in “God is niet groot”. Hij was één van de “Four Horsemen”, vier autoriteiten uit verschillende disciplines die boeken geschreven hebben die pleiten voor een wereld zonder goden. De “Four Horsemen” of vier ruiters verwijst natuurlijk naar de vier ruiters uit de Apocalyps. De andere drie autoriteiten zijn Richard Dawkins, evolutiebioloog, Daniell Dennett filosoof en Sam Harris neurowetenschapper.
Christopher Hitchens was onder andere journalist voor Vanity Fair. Hij leed al een tijd aan keelkanker en is daar nu aan bezweken. Zelfs tijdens zijn ziekte bleef hij een begenadigd spreker en probeerde in te gaan op zo veel mogelijk afspraken. Op YouTube kan je zelfs een één uur durend debat tussen hem en Tony Blair vinden waar hij, ondanks zijn vergevorderde ziekte het debat volledig domineert.
Hij was ook uitgenodigd op de Amerikaanse Atheïsten Conventie, maar moest afzeggen omdat de kanker hem ondertussen zijn stem ontnomen had. Desondanks heeft hij nog de energie gevonden om hen een brief te schrijven.

1. Brief van Christopher Hitchens
Beste mede-ongelovigen,
Niets zou me hebben weerhouden bij jullie te zijn, behalve dan het verlies van mijn stem (althans mijn spreekstem), wat op zijn beurt te wijten is aan een lange discussie die ik momenteel voer met het spook van de dood. Niemand wint ooit dit debat, maar er kunnen, terwijl de discussie doorgaat, een aantal punten op een rij worden gezet. Ik heb gemerkt dat, nu de vijand steeds meer in zicht komt, al dat gepleit voor redding, verlossing en bovennatuurlijke bevrijding mij nog holler en kunstmatiger in de oren klinkt dan het dat al deed. Ik hoop deze lessen nog vele jaren te mogen helpen verdedigen en doorgeven, maar voor het moment heb ik gevonden dat ik beter kan vertrouwen op twee zaken: de expertise en principes van de geavanceerde medische wetenschap en de kameraadschap van talloze vrienden en familie, allemaal immuun voor de valse troost van de religie. Het zijn onder andere deze krachten die de dag dichterbij brengen dat de mensheid zich zal bevrijden van de geestelijke boeien van slaafsheid en superstitie. Het is onze aangeboren solidariteit, en niet een despotisme van de hemel, die de bron is van onze moraal en ons gevoel voor fatsoen.
Dat essentiële gevoel voor fatsoen wordt elke dag weer geweld aangedaan. Onze theocratische vijand staat voor ons. Kameleontisch strekt hij zich uit van de openlijke dreiging van nucleair bewapende moellahs tot de verraderlijke campagnes voor het onderwijzen van geestdodende pseudowetenschap op Amerikaanse scholen. Maar in de voorbije jaren duiken er bemoedigende tekenen op van een echte en spontane weerstand tegen deze sinistere onzin: een weerstand die het recht van bullebakken en tirannen op de absurde bewering dat zij god aan hun zijde hebben, verwerpt. Mijn kleine aandeel in dit verzet is de grootste eer van mijn leven: het patroon en de blauwdruk van alle dictatuur is de overgave van de rede aan het absolutisme en het afzweren van het kritische, objectieve onderzoek. De goedkope naam voor deze dodelijke misvatting is religie en we moeten nieuwe manieren vinden om ze te bestrijden in de publieke sfeer, net zoals we geleerd hebben om er onszelf van te bevrijden in de privésfeer.
Onze wapens zijn de ironische geest tegen de letterlijke: de open geest tegen de goedgelovige, de moedige zoektocht naar de waarheid tegen de angstige en verachtelijke krachten die onderzoek willen inperken (en die domweg beweren dat we reeds over alle waarheid die we nodig hebben, beschikken). Misschien bevestigen wij bovenal het leven boven de cultussen van dood en mensenoffers en zijn bang, niet van de onvermijdelijke dood, maar eerder van een menselijk leven dat verkrampt en vervalst is door de zielige noodzaak tot hersenloze aanbidding of de triestige overtuiging dat de wetten van de natuur toegeven aan geweeklaag en bezweringen.
Als erfgenamen van een seculiere revolutie hebben de Amerikaanse atheïsten een speciale verantwoordelijkheid om op te komen voor de Grondwet, die de grenzen tussen kerk en staat vastlegt. Ook dit is een eer en een voorrecht. Geloof me als ik zeg dat ik bij jullie aanwezig ben, zelfs als het niet lichamelijk (en alleen figuurlijk in de geest …) is. Neem u voor Mr. Jeffersons scheidingsmuur op te bouwen. En laat het geloof maar vallen.
Met oprechte groeten,
Christopher Hitchens

Bij het laatste interview dat Hitchens gaf werd hij door Richard Dawkins bevraagd. Dit lange interview wordt door New Statesman gepubliceerd tussen kerst en nieuwjaar. Richard Dawkins was dan waarschijnlijk ook de best geplaatste persoon om, bij het overlijden van Hitchens, een opiniestuk te schrijven. Dat opiniestuk is gepubliceerd in The Independent en Rik Delaet heeft het vertaald. Misschien wel een mooie tekst om op Kerstdag voor te lezen: De ene atheïst van wereldformaat die de andere atheïst van wereldformaat interviewt:

2. Christopher Hitchens volgens Richard Dawkins

Richard Dawkins: Zijn ziekte maakte Hitchens tot een symbool van de eerlijkheid en de waardigheid van het atheïsme. Op 7 oktober nam ik een lang gesprek op met Christopher Hitchens in Houston, Texas, voor de kersteditie van de New Statesman.

Hij zag er broos uit en zijn stem had niet meer de bekende diepe Richard-Burtonklank, maar, hoewel zijn lichaam duidelijk had geleden onder de brutaliteit van de kanker, was dat niet het geval met zijn geest en gedrevenheid. Slechts twee maanden voor zijn dood liet hij nog steeds zijn meedogenloze licht schijnen op ongemakkelijke waarheden, verwoordde hij nog altijd het onuitsprekelijke (“Ik zeg het zo: als je schrijft over de geschiedenis van de jaren 30 en de opkomst van het totalitarisme, mag je het woord ‘fascist’ voor Italië, Portugal, Spanje, Tsjecho-Slowakije en Oostenrijk vervangen door ‘extreemrechtse katholieke partij’.”), staat hij nog altijd op de barricades voor menselijke vrijheid en waardigheid (“De totalitarist is voor mij de vijand – de absolutist die de controle wil over wat zich in je hoofd afspeelt, die zich niet tevreden stelt met alleen maar baas te zijn over je handelen en je belastingen. En dat heeft uiteraard zijn oorsprong in het theocratische. Het komt voort uit het idee dat er een opperste leider, onfeilbare paus, opperrabbijn of wat dan ook is, die de spreekbuis is van het goddelijke en ons vertelt wat we moeten doen en laten.”) en nog steeds moedigt hij anderen aan om onbevreesd op te komen voor de waarheid en de rede (“Voor je mening durven uitkomen is het minste dat je moet opbrengen… Het is een schande dat je collega’s de rangen niet sluiten en zeggen: ‘Luister, we gaan onze collega’s verdedigen tegen deze stuitende en verwarring stichtende figuren.’”).

De volgende dag overhandigde ik hem een prijs met mijn naam op de Atheist Alliance International conventie en het troost me vandaag een beetje dat ik hem toen heb kunnen vertellen hoeveel hij voor ons allen die hetzelfde nastreefden, betekende.

Ik vertelde hem dat zijn naam in de geschiedenis van de atheïstische/seculiere beweging in dezelfde lijst zou komen te staan als die van Bertrand Russell, Robert Ingersoll, Thomas Paine en David Hume. Wat nu volgt is gebaseerd op mijn toespraak, maar nu helaas in de verleden tijd.

Christopher Hitchens was een schrijver en een redenaar met een weergaloze stijl, met een woordenschat en een veel breder scala aan literaire en historische toespelingen dan van iemand die ik ken. Hij was een lezer wiens belezenheid tegelijkertijd zo diep en volledig was dat ze de licht stoffige benaming ‘geleerd’ verdient – behalve dat Christopher wel de minst stoffige geleerde was die je ooit zou kunnen ontmoeten.

Hij was een debater die een ongelukkig slachtoffer in mootjes kon hakken, maar dat zo gracieus deed dat het zijn tegenstander ontwapende terwijl hij bezig was met hem te fileren. Hij hoorde nadrukkelijk niet thuis in de school die denkt dat de winnaar van een debat diegene is die het hardst kan schreeuwen. Zijn tegenstanders konden schreeuwen en schelden. En dat deden ze. Maar Hitch hoefde niet te schreeuwen, want hij kon in plaats daarvan een beroep doen op zijn woorden, zijn encyclopedische kennis van feiten en toespelingen, zijn bedrevenheid in het discours en zijn flitsende humor.

Christopher Hitchens stond bekend als een man van links. Maar hij was een veel te complex denker om alleen maar op een links-rechts-as te worden geplaatst. Hij was uniek, niet te classificeren. Hij zou kunnen worden omschreven als een tegenwringer, behalve dat hij zich duidelijk van die titel distantieerde. Hij nam een unieke positie in in zijn eigen multidimensionale ruimte. Je wist nooit wat hij over iets zou zeggen voordat je het hem had horen zeggen en als hij het deed, deed hij dat zo goed en zo onderbouwd dat je best zeer beslagen ten ijs kon komen voordat je met hem in discussie ging.

Hij werd over de hele wereld erkend als een toonaangevende intellectueel van onze tijd. Hij schreef vele boeken en talloze artikelen. Hij was een onverschrokken reiziger en onvervaard oorlogsverslaggever. Maar hij nam een speciale plaats in in het hart van atheïsten en secularisten als de leidende intellectueel en geleerde van onze beweging. Een geduchte tegenstander van pretentieuzen, wolligen of intellectueel oneerlijken, maar een vriendelijke, bemoedigende vriend van jongeren, bedeesden en diegenen die zoekend hun weg zochten naar een leven als vrijdenker en nog onzeker waar dat toe zou leiden.

Hij inspireerde, bemoedigde en vuurde ons aan. Bijna dagelijks konden we hem om iets toejuichen. Hij creëerde zelfs een nieuw woord – de ‘hitchslap’. (een tegenstander verbaal onderuit halen door aan te tonen dat die een circulaire redenering gebruikt: bijvoorbeeld de Bijbel gebruiken om aan te tonen dat iets dat in de Bijbel staat, juist is). Het was niet alleen zijn intellect dat we bewonderden: het was ook zijn strijdlust, zijn gedrevenheid, zijn weigering om onedele compromissen te sluiten, zijn openhartigheid, zijn ontembare geest, zijn brutale eerlijkheid.

En door de manier waarop hij met zijn ziekte omging, belichaamde hij een deel van de zaak tegen de godsdienst. Laat het maar aan de religieuzen over om te dreinen en jengelen aan de voeten van een denkbeeldige godheid in hun angst voor de dood, laat het aan hen over om hun leven door te brengen in ontkenning van de werkelijkheid. Hitch keek zijn ziekte recht in de ogen: geen ontkennen, geen toegeven aan, maar ze vierkant en eerlijk confronteren met een moed die ons allen inspireert.

Voor zijn ziekte leidde deze dappere ruiter als erudiet auteur, essayist en sprankelende, vervoerende spreker de aanval tegen de dwaasheden en de leugens van de religie. Tijdens zijn ziekte voegde hij een ander wapen toe aan zijn arsenaal en het onze – misschien wel het meest formidabele en krachtige wapen van allemaal: zijn karakter zelf werd een uitstekend en onmiskenbaar symbool voor de eerlijkheid en de waardigheid van het atheïsme, alsmede van de waarde en de waardigheid van de mens, niet vernederd door het infantiele gebazel van de religie.

Elke dag van zijn wegebbende leven demonstreerde hij de onwaarheid van die smerigste van de christelijke leugens: dat je geen atheïsten vindt in loopgraven. Hitch zat in de loopgraven en hij deed dat met een moed, een eerlijkheid en een waardigheid waarop ieder van ons trots zou zijn en zou moeten zijn, dat te kunnen opbrengen. Daardoor verdiende hij nog meer onze bewondering, respect en liefde.

Vaarwel, grote stem. Grote stem van de rede, de menselijkheid en de humor. Grote stem tegen de kwezelarij, de hypocrisie, het obscurantisme en de pretentie, tegen alle tirannen, God niet uitgezonderd.

3. Het citaat

Het citaat voor vandaag komt van Christopher Hitchens zelf. Het is een compilatie van uitspraken die hij in verschillende omstandigheden deed. Ik heb ze gewoon uit zijn WikipediA pagina gehaald. Hitchens zei:

“Religie is misdadig omdat ze…”

  • “doodt, zoals in Belfast, Beiroet, Bombay, Belgrado, Bethlehem en Bagdad” (uit God Is Not Great).
  • “een archaïsch en totalitair wereldbeeld propageert.
  • “irrationeel is en mensen compleet gekke zaken verbiedt, zoals het eten van varkensvlees” (uit God Is Not Great).
  • “condooms en polio-inentingen verbiedt en zo tienduizenden doden per jaar maakt” (uit God Is Not Great).
  • “tot kindermishandeling leidt” (uit God Is Not Great).
  • “leugens vertelt over de menselijke afkomst en plaats op aarde” (uit God Is Not Great).
  • “tot vrouwendiscriminatie en -verminking leidt.”
  • “onze seksuele vrijheid fnuikt” (uit God Is Not Great).
  • “precies het tegengestelde voortbrengt van wat ze belooft: verdriet, angst en onderwerping in plaats van geluk, openheid en zelfstandigheid” (uit God Is Not Great).

Tot de volgende keer.

Doe mee aan de discussie...