Richard Dawkins over Militant Atheïsme

Play

Richard Dawkins

Richard Dawkins is bekend als bioloog, en voorvechter van de atheïstische beweging. In 2002 was hij uitgenodigd bij TED in Montery, Californië om het publiek toe te spreken. Daar hield hij een pleidooi voor het militant atheïsme. Het militante atheïsme waar Dawkins voor pleit is geen geweldsvolle, maar wel één van het actief opkomen voor de belangen van zij die niet-geloven in een God.

Introductie
Goededag, het is vandaag zondag 14 juli 2013, ik ben Emile en dit is de 167ste aflevering van deze podcast. De muziek is van Niek Lucassen en Emile verzorgt de website. Deze week ben ik jullie gastheer. Volgende week hoor je weer Jozef van Giel. In deze aflevering gaan we 11 jaar terug in de tijd. Toen hield Richard Dawkins op TED in Montery, Californië een pleidooi voor militant atheïsme. Het militante atheïsme waar Dawkins voor pleit is niet gewelddadig, maar komt wel actief op voor de belangen van wie niet gelooft in een God. Maarten Hofman vertaalde de tekst. Tommy van Son, Leon Korteweg en Emile redigeerden hem.
Militant Atheïsme
Ik ben bioloog en het centrale thema van dit onderwerp is de ontwerptheorie, Darwins evolutietheorie door natuurlijke selectie. In professionele kringen is die uiteraard universeel aanvaard. In niet-professionele kringen buiten Amerika wordt ze grotendeels genegeerd. Maar in niet-professionele kringen binnen Amerika, wekt ze zoveel vijandigheid op dat men gerust kan stellen dat Amerikaanse biologen in staat van oorlog verkeren. De oorlog is momenteel zo zorgwekkend, met rechtszaken die voorkomen in de ene staat na de andere, dat ik voelde hier iets over te moeten zeggen. Als je wil weten wat ik over darwinisme zelf te zeggen heb, vrees ik dat je mijn boeken zult moeten lezen, die je niet in de boekenwinkel om de hoek zult vinden. De recente rechtszaken gaan meestal over een zogezegd nieuwe versie van creationisme, intelligent ontwerp genaamd. Laat je niet beetnemen. Er is niets nieuws aan intelligent ontwerp. Het is gewoon creationisme onder een andere naam. Herdoopt — ik heb het woord bewust gekozen — om tactische, politieke redenen. De argumenten van de zogenoemde intelligent-ontwerptheoretici zijn dezelfde oude argumenten die keer op keer weerlegd zijn, van in Darwins tijd tot en met vandaag. Een effectieve evolutielobby coördineert de oorlog voor de wetenschap, en ik doe mijn best om hen te helpen, maar ze worden erg ongemakkelijk wanneer mensen als ik durven vermelden dat we naast evolutie-aanhanger ook atheïst zijn. Ze vinden dat we opschudding veroorzaken, en je kan begrijpen waarom. Creationisten hebben geen enkel samenhangend wetenschappelijk bewijs voor hun zaak en vallen daarom terug op de volksangst voor atheïsme. Leer je kinderen evolutie in de biologieles, en binnen de kortste keren worden ze drugsgebruikers, misdadigers en seksuele perverten. Eigenlijk zijn alle opgeleide theologen, zelfs de paus, grote aanhangers van de evolutietheorie. Het boek, “Op zoek naar Darwins God“, door Kenneth Miller, is een van de meest effectieve aanvallen op Intelligent Design die ik ken, en het wordt alleen maar efficiënter omdat het geschreven is door een toegewijd christen. Mensen als Kenneth Miller zouden een godsgeschenk kunnen genoemd worden voor de evolutielobby — omdat ze de leugen blootleggen dat evolutionisme feitelijk gelijk staat aan atheïsme. Mensen zoals ik, anderzijds, veroorzaken opschudding. Maar nu wil ik iets goeds zeggen over creationisten. Dat doe ik niet vaak, dus luister goed. Ik denk dat ze het over één ding bij het rechte eind hebben. Ik denk dat ze gelijk hebben dat evolutie fundamenteel vijandig staat ten opzichte van religie. Ik heb al gezegd dat vele individuele evolutie-aanhangers, zoals de paus, gelovig zijn, maar ik denk dat ze zichzelf wat wijsmaken. Ik geloof dat een goed inzicht in darwinisme zeer sterk het religieuze geloof ondermijnt. Nou lijkt het misschien alsof ik atheïsme ga preken, en ik wil jullie verzekeren dat ik dat niet zal doen. Voor een ontwikkeld publiek zoals jullie zou ik preken voor eigen parochie. Nee, waartoe ik jullie wil aansporen is militant atheïsme. Maar dat is te negatief gesteld. Als ik zou willen — als ik zou begaan zijn met het in stand houden van religieus geloof, zou ik heel bang zijn voor de positieve kracht van de evolutiewetenschap, en wetenschap in het algemeen. En vooral dan de evolutietheorie, omdat ze inspireert en begeestert, net omdat ze atheïstisch is. Eender welke theorie van biologisch ontwerp staat voor het probleem om de oneindige statistische onwaarschijnlijkheid van levende dingen te verklaren. Statistische onwaarschijnlijkheid in de richting van goed ontwerp — complexiteit, met andere woorden. Het standaardargument van creationisten — er is er maar één, ’t komt allemaal op hetzelfde neer — begint bij de statistische onwaarschijnlijkheid. Levende organismen zijn te complex om toevalligerwijs ontstaan te zijn. Daarom moet er een ontwerper geweest zijn. Dit argument schiet zichzelf natuurlijk in de voet. Elke ontwerper die iets heel complex kan ontwerpen, moet zelf nog complexer zijn. Dan hebben we het nog niet eens over de andere dingen die hij verondersteld wordt te doen, zoals zonden vergeven, huwelijken inzegenen, naar gebeden luisteren, aan onze kant staan in de oorlog, onze sekslevens beoordelen, enzovoort. Complexiteit is het probleem dat elke biologische theorie moet oplossen, en je lost het niet op door iemand naar voren te schuiven die nog complexer is, dan vergroot je het probleem alleen maar. Darwins natuurlijke selectie is zo verbazingwekkend elegant omdat ze het complexiteitsprobleem oplost in termen van niets anders dan eenvoud. In essentie doet ze dat door te voorzien in een vlotte overgang van geleidelijke, stapsgewijze vorderingen. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat de elegantie van darwinisme religie ondermijnt net door zijn elegantie, zijn eenvoud, zijn kracht en zijn economische kracht. Het heeft de gestroomlijnde economie van een mooie hangbrug. De God-theorie is niet zomaar een slechte theorie. Ze blijkt principieel niet in staat om datgene te doen wat men ervan verwacht. Dus, om terug te komen op tactiek en de evolutielobby, wil ik aanvoeren dat opschudding veroorzaken nou net nodig is. Mijn aanpak van het creationisme verschilt van die van de evolutielobby. Mijn aanpak valt religie in zijn geheel aan, en op dit punt moet ik de merkwaardige taboe erkennen die hangt rond het kwaadspreken over religie, en ik zal dat doen met de woorden van wijlen Douglas Adams.Hij begint zijn preek, die opgenomen werd in Cambridge vlak voor zijn dood, met uit te leggen hoe wetenschap hypotheses test die zo gesteld worden dat ze gemakkelijk onderuit kunnen worden gehaald. En hij gaat verder. Ik citeer:

“Religie lijkt niet zo te werken. Ze heeft bepaalde kernideeën, die we heilig noemen. Dat betekent dat er een idee of een begrip is waar je niets slechts over mag zeggen. Dat mág gewoon niet. Waarom niet? Omdat het niet mág! Waarom is het perfect gerechtvaardigd om de Republikeinen of Democraten te steunen, het ene economisch model of het andere, Macintosh of Windows, maar een mening hebben over hoe het heelal ontstond, over wie het heelal maakte — nee, dat is heilig. Dus, we zijn gewend om religieuze ideeën niet aan te vallen, en het is interessant om zien hoeveel woede Richard Dawkins opwekt als hij dat doet. Iedereen gaat ervan door het lint omdat je deze dingen niet mag zeggen, maar als je het rationeel bekijkt is er geen reden waarom deze ideeën niet onderhevig zouden moeten zijn aan debat als alle andere, behalve dat we ergens onderling hebben afgesproken dat ze dat niet zijn.”

Einde citaat van Douglas. Volgens mij ondermijnt wetenschap niet alleen religie, maar ondermijnt religie ook de wetenschap. Het leert mensen genoegen te nemen met triviale, bovennatuurlijke wanverklaringen en maakt hen blind voor de wonderlijke, werkelijke verklaringen die we binnen handbereik hebben. Het leert hen om gezag, openbaring en geloof te aanvaarden in plaats van altijd op bewijs aan te dringen. Neem ‘ns ’n normaal wetenschappelijk tijdschrift, the Quarterly Review of Biology. En ik stel als een gasteditor een speciale uitgave samen over de vraag, “Stierven de dinosauriërs uit door een asteroïde?” En het eerste artikel is een standaardwetenschappelijk artikel waarin ze bewijzen aanvoeren:

“Iridiumlaag op de K-T grens van de kalium-argon-gedateerde krater in Yucatan, geeft aan dat de dinosauriërs uitstierven door een asteroïde.”

Geheel normaal wetenschappelijk artikel. Nou het volgende:

“De voorzitter van The Royal Society werd door een openbaring sterk overtuigd van het feit… dat de dinosauriërs uitstierven door een asteroïde.”
“Het feit dat de dinosauriërs uitstierven door een asteroïde openbaarde zich exclusief aan Prof. Huxdane.”
“Professor Haldley werd opgevoed met een totaal en onvoorwaardelijk geloof dat de dinosauriërs uitstierven door een asteroïde.”
“Professor Hawkins heeft een officieel dogma afgekondigd dat alle loyale Hawkinsianen houdt aan het feit dat de dinosauriërs uitstierven door een asteroïde.”

Dat is natuurlijk onvoorstelbaar. Maar stel nou…

In 1987 vroeg een verslaggever aan George Bush senior, of hij het burgerschap en de vaderlandsliefde van Amerikaanse atheïsten erkende. Het antwoord van Bush is berucht geworden.

“Nee, ik denk niet dat atheïsten als burgers of als vaderlanders beschouwd zouden moeten worden. Dit is één natie onder God.”

Zijn kortzichtigheid was geen geïsoleerd geval, dat hij uitte in het heetst van de strijd en later terugnam. Hij bleef erbij, zelfs na vele vragen om verduidelijking of terugname. Hij meende het echt. Concreter, hij wist dat het zijn verkiezing niet in gevaar bracht, wel integendeel. Zowel Democraten als Republikeinen stellen hun gelovigheid tentoon als ze verkozen willen worden. Beide partijen beroepen zich op één natie onder God. Wat zou Thomas Jefferson gezegd hebben? Ik ben niet altijd even trots een Brit te zijn, maar ik kan het niet laten om de vergelijking te trekken. Wat is een atheïst in de praktijk? Een atheïst is gewoon iemand die hetzelfde voelt voor Jahweh als wat elke goede christen voelt voor Donar of Baäl of het gouden kalf. Zoals ik al zei, zijn we allemaal atheïst voor de meeste goden waarin de mensheid ooit geloofde. Sommigen gaan gewoon één god verder.

En hoe we atheïsme ook definiëren, het is zeker het soort van academisch geloof dat iemand mag hebben zonder uitgescholden te worden voor landsverradende, onverkiesbare niet-burger. Toch is het een onweerlegbaar feit dat atheïsme bekennen vrijwel gelijk staat aan als jezelf voorstellen als Dhr. Hitler of Mevr. Beëlzebub. En dat alles omdat atheïsten gezien worden als een soort vreemde, afwijkende minderheid. Natalie Angier schreef een nogal triestig stukje in de New Yorker, waarin ze zei hoe eenzaam ze zich voelde als atheïst. Ze voelt zich duidelijk in een belegerde minderheid, maar hoeveel atheïsten zijn er eigenlijk in Amerika? De laatste cijfers zijn zeker bemoedigend. Christenen nemen natuurlijk het leeuwendeel van de bevolking voor hun rekening, met bijna 160 miljoen. Maar wat, denk je, was de tweede grootste groep die overtuigend de joden met 2,8 miljoen, moslims met 1,1 miljoen, en hindoes, boeddhisten en alle andere religies samen achter zich liet? De tweede grootste groep, met bijna 30 miljoen, is de groep die beschreven wordt als niet-religieus of seculier. Je vraagt je af waarom politici die kiezers ronselen zo overweldigd worden door de kracht van bijvoorbeeld de joodse lobby. De staat Israël lijkt zijn hele bestaan te danken te hebben aan de stem van de Amerikaanse joden, terwijl de niet-religieuzen in de politieke vergetelheid gedrukt worden. Deze seculiere, niet-religieuze stem is, als ze helemaal op de been gebracht wordt, NEGEN keer talrijker dan de joodse stem. Waarom onderneemt deze veel grotere minderheid niets om haar politieke kracht uit te oefenen?

Richard Dawkins In Toronto

Wel, dit over de kwantiteit. Hoe zit het met de kwaliteit? Is er een correlatie, positief of negatief, tussen intelligentie en religieuze neigingen? Het onderzoek dat ik net noemde, het ARIS-onderzoek, splitste zijn gegevens niet op in sociaal-economische klasse of opleiding, IQ of iets anders. Maar een recent artikel van Paul Bell in het Mensa-tijdschrift biedt enigszins houvast. Mensa, is een internationale organisatie voor mensen met een zeer hoog IQ. En uit een meta-analyse van de literatuur, concludeert Bell dat, ik citeer,

“In de 43 studies die zijn uitgevoerd sinds 1927 naar de relatie tussen religieus geloof en iemands intelligentie of opleiding, werd op vier na, in alle een omgekeerd evenredig verband gevonden. Oftewel, hoe intelligenter of hoger opgeleid, hoe minder kans dat men religieus is.”

Nou heb ik de 42 originele studies niet gezien en ik kan niets zeggen over de meta-analyse, maar ik zou hier meer studies over willen zien. En ik weet dat, als ik hier een balletje mag opgooien, er mensen zijn in het publiek die gemakkelijk een enorme onderzoeksinspanning kunnen financieren om de vraag te beantwoorden, en doe de suggestie — op hoop van zegen. Maar laat ik jullie nu iets vertellen dat gewoon gepubliceerd is en geanalyseerd binnen een groep van topwetenschappers. In 1988 behoorden Larson en Witham tot de top van de Amerikaanse wetenschappers, die allemaal geëerd werden door verkiezing tot lid van de National Academy of Sciences, en in dit select clubje zakte het geloof in God tot amper 7%. Ongeveer 20% is agnost, en de anderen kunnen gerust atheïst genoemd worden. Vergelijkbare cijfers zijn er voor het geloof in onsterfelijkheid. Onder biologen zijn de cijfers zelfs nog lager. Slechts 5,5% gelooft in God. Fysici: 7,5%. Ik weet niet hoe de cijfers liggen voor de toponderzoekers in andere domeinen, zoals geschiedenis of filosofie, maar het zou me verbazen als die zouden verschillen. We hebben dus een zeer wonderlijke situatie bereikt, een grotesk verschil tussen de Amerikaanse intelligentsia en het Amerikaanse electoraat. Een filosofische mening over de aard van het heelal, die door veruit de meeste Amerikaanse topwetenschappers gedeeld wordt, en waarschijnlijk door de meeste intelligentsia in het algemeen, is zodanig afschrikwekkend voor de Amerikaanse kiezers dat geen enkele verkiesbare kandidaat haar publiekelijk durft te bevestigen. Als dit klopt, betekent het dat de hoogste posten in het grootste land ter wereld niet open staan voor de mensen die er het best voor geschikt zijn, namelijk de intelligentsia, tenzij ze bereid zijn over hun geloof te liegen. Of botweg, Amerikaanse politieke mogelijkheden zijn vrijwel ongrijpbaar voor zij die tegelijk intelligent én eerlijk zijn. Ik ben geen burger van dit land, dus ik hoop dat men het niet ongepast vindt als ik zeg dat er iets moet gebeuren. En ik heb al een hint gegeven voor wat dat moet zijn. Opnieuw, ik ben bang dat het geld zal kosten. Er moet een bewustwordings-, ‘outing’-campagne komen voor Amerikaanse atheïsten. Bijvoorbeeld vergelijkbaar met de campagne van homoseksuelen een paar jaar geleden, hoewel we ervoor moeten waken dat we mensen niet tegen hun wil in doen ‘outen’. Meestal zullen mensen die uit zichzelf ‘uit de kast komen’, helpen de mythe te doorbreken dat er iets mis is met atheïsten. Sterker nog, ze zullen aantonen dat atheïsten meestal het type mensen zijn die een waardig rolmodel kunnen zijn voor je kinderen. Het type mens dat reclamemakers kunnen gebruiken om hun product aan te prijzen. Het type mens dat in deze zaal zit. Er zou een sneeuwbaleffect moeten komen, een positieve weerslag, zodat hoe meer namen we hebben, hoe meer erbij zullen komen. Er zouden fluctuaties kunnen zijn en omslagpunten. Als een kritiek aantal is bereikt, is er een plotse versnelling in de rekrutering. En opnieuw, er is geld voor nodig. Ik verwacht dat het woord ‘atheïst’ zelf een struikelblok zal blijven dat groter is dan wat het eigenlijk betekent, en een struikelblok voor mensen die zich anders zonder probleem zouden ‘outen’. Kunnen we andere woorden gebruiken om het pad te effenen, de wielen te smeren, de bittere pil te verzoeten? Darwin zelf verkoos agnost — en niet alleen uit loyaliteit voor zijn vriend Huxley, die de term het eerst gebruikte. Darwin zei, “Ik ben nooit een atheïst geweest in de zin dat ik het bestaan van een god ontken. Ik denk dat over het algemeen ‘agnost’ de beste beschrijving zou zijn van mijn beleving.” Hij werd zelfs ongewoon kwaad op Edward Aveling. Aveling was een militante atheïst die Darwin niet kon overtuigen om zijn boek over atheïsme aan hem te mogen opdragen — toevalligerwijs schiep dit de fascinerende mythe dat Karl MarxDas Kapital” aan Darwin opdroeg; dat deed hij niet. Het was Edward Aveling die dat deed. Het gebeurde zo: De dochter van Marx was Avelings minnares. Toen Darwin en Marx dood waren, raakten de papieren van Marx en Aveling door elkaar, en een brief van Darwin waarin stond, “Beste heer, dank u zeer, maar ik wil niet dat u uw boek aan mij opdraagt” werd foutief verondersteld aan Marx gericht te zijn, en dat is het ontstaan van de hele mythe, waarvan je waarschijnlijk al hoorde. Het is een soort stadsmythe dat Marx “Das Kapital” aan Darwin wilde opdragen. Hoe dan ook, het was Aveling, en toen ze elkaar ontmoetten, daagde Darwin Aveling uit: “Waarom noemen jullie jezelf atheïst?” “Agnost,” repliceerde Aveling, “was gewoon het respectabele woord voor atheïst, en atheïst gewoon het agressieve woord voor agnost.” Darwin protesteerde, “Maar waarom zouden jullie zo agressief moeten zijn?” Darwin geloofde dat atheïsme goed was voor de intelligentsia, maar dat de gewone mensen, ik citeer, “er niet rijp voor waren.” Dit is natuurlijk onze oude vriend, het “veroorzaak-geen-opschudding”-argument. Het is niet bekend of Aveling Darwin aanspoorde om uit zijn ivoren toren te komen. Maar in ieder geval was dat meer dan 100 jaar geleden. Je zou denken dat we ondertussen opgegroeid zijn. Nu, een vriend, een intelligente niet-praktiserende Jood, die af en toe de sabbat in acht neemt uit culturele solidariteit, beschrijft zichzelf als een “tandenfee-agnost.” Hij wil zichzelf geen ‘atheïst’ noemen omdat het in principe onmogelijk is om het niet-bestaan te bewijzen, maar alleen ‘agnost’ zou betekenen dat de kans even groot is dat God bestaat, als dat Hij níet bestaat. Dus, mijn vriend is strikt agnost voor wat betreft een tandenfee, maar die is niet erg waarschijnlijk, hè? Net als God. Vandaar de term ‘tandenfee-agnost’. Bertrand Russell maakte hetzelfde punt over een hypothetische theepot die in een baan tussen de Aarde en Mars zweeft. Je zou strikt genomen agnost moeten zijn over de vraag of er een theepot rond Mars vliegt, maar dat wil niet zeggen dat je het bestaan ervan even waarschijnlijk acht als het niet-bestaan ervan. De lijst dingen waarover we strikt genomen agnost zouden moeten zijn houdt niet op bij tandenfeeën en theepotten. Hij is oneindig. Als je er één bepaalde van wilt geloven, eenhoorns, tandenfeeën, theepotten of Jahweh, heb jíj de bewijslast om uit te leggen waarom. Het is níet aan ons om uit te leggen waarom niet. Wij als atheïst, zijn ook a-feeïsten en a-theepotisten. Maar we doen geen moeite het erbij te zeggen, en daarom gebruikt mijn vriend ‘tandenfee-agnost’ als een stempel voor wat de meesten ‘atheïst’ zouden noemen. Maar toch, als we verborgen atheïsten zich publiekelijk willen laten uiten, zullen we iets beters moeten verzinnen om op ons vaandel te schilderen dan ‘tandenfee-‘ of ‘theepot-agnost’. Dus, wat denk je van ‘humanist‘? Dit heeft als voordeel dat een wereldwijd netwerk van goed georganiseerde verenigingen, tijdschriften en zo meer aanwezig is. Mijn enige probleem is de antropocentrische strekking ervan. Eén van de dingen die we van Darwin hebben geleerd is dat de menselijke soort maar één van de miljoenen neefjes is, sommige nauw verwant, andere ver verwant. En er zijn andere mogelijkheden, zoals ‘naturalist’. Maar dat brengt ook verwarring mee, want Darwin zou zichzelf ‘naturalist’ noemen, maar natuurlijk in de betekenis van ‘niet-bovennaturalist’. Het wordt soms gebruikt. Darwin zou verward raken door de andere betekenis van ‘naturalist’, die hij uiteraard ook was, en ik veronderstel dat anderen het misschien verwarren met nudisme. Zulke mensen zouden kunnen behoren tot de Britse lynchbende die vorig jaar een pediater aanviel omdat ze hem voor pedofiel aanzag. Ik denk dat het beste alternatief voor ‘atheïst’ gewoon ‘nontheïst’ is. Het mist de sterke bijklank dat er zeker geen god is, en dus kan het gemakkelijk aangenomen worden door theepot- of tandenfee-agnosten. Het is volledig verenigbaar met de ‘God’ van de natuurkundigen. Als atheïsten zoals Stephen Hawking en Albert Einstein het woord ‘God’ gebruiken, gebruiken ze het natuurlijk als een metafoor voor dat diepe, mysterieuze deel van de natuurkunde dat we nog niet begrijpen. Nontheïst is voor dit allemaal geschikt, maar in tegenstelling tot ‘atheïst’ wekt het niet dezelfde angstige, hysterische reacties op.

Maar eigenlijk denk ik dat het alternatief is om het prikkelende woord ‘atheïst’ zelf te nemen, juist omdat het een taboewoord is dat ladingen hysterische angst met zich meedraagt. Het kritieke aantal bereik je misschien moeilijker met ‘atheïst’ dan met ‘nontheïst’, of een ander niet confronterend woord. Maar als we het met dat harde woord ‘atheïst’ zelf halen, zou de politieke impact des te groter zijn.

Ik zei dat ik bang zou zijn voor de evolutietheorie als ik religieus was. Ik zou zelfs meer zeggen. Ik zou bang zijn voor wetenschap in het algemeen, als die goed begrepen wordt. En dat komt omdat het wetenschappelijke wereldbeeld zoveel opwindender is, poëtischer, en meer wonderen bevat dan eender welk verhaal in het armtierige arsenaal van de religieuze verbeelding. Zoals Carl Sagan, nog een recent gestorven held, het zei:

“Hoe is het mogelijk dat geen enkele grote religie naar de wetenschap keek en concludeerde: ‘Dit is beter dan we dachten! Het universum is veel groter dan onze profeten zeiden. Grootser, subtieler, eleganter’. In plaats daarvan zeggen ze: ‘Nee, nee, nee! Mijn god is een kleine god en ik wil dat dat zo blijft.’ Een religie, oud of nieuw, die de grootsheid van het universum benadrukt zoals die door de moderne wetenschap wordt onthuld zou een bron van ontzag en respect kunnen opleveren waar de conventionele geloven nauwelijks uit putten.”

Het publiek hier op TED is een elitepubliek. Daarvan schat ik dat ongeveer 10% religieus is. Velen van jullie onderschrijven waarschijnlijk het beleefde culturele geloof dat we religies moeten respecteren, maar ik vermoed ook dat een heel aantal onder jullie heimelijk evenzeer afkeer van religie hebben als ikzelf. Als je zo iemand bent, en natuurlijk kunnen velen van jullie dat niet zijn, maar als je zo iemand bent, vraag ik je om op te houden met beleefd te zijn, naar buiten te treden en het te zeggen. Als je toevallig rijk bent, denk dan eens na over manieren waarop je een verschil zou kunnen maken. De religieuze lobby in dit land wordt reusachtig gefinancierd door stichtingen — om nog maar te zwijgen van alle belastingsvoordelen — door stichtingen als de Templeton Foundation en het Discovery Institute. We hebben een anti-Templeton nodig om aan te treden. Als mijn boeken zo goed zouden verkopen als die van Stephen Hawking, in plaats van maar zo goed als die van Richard Dawkins, zou ik het zelf doen. Mensen blijven maar vragen: “Hoe heeft 11 september je veranderd?” Nou zo: laten we allemaal ophouden met zo verdraaid respectvol te zijn. Dank je wel.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Martin Wagner , co-host bij The Atheist Experience, een TV-programma in Austin, Texas . Wagner zei:

Veel mensen maken geen onderscheid tussen het respecteren van iemands recht om een bepaald geloof te hebben, versus het respecteren van het geloof zelf. Ik respecteer hun keuzevrijheid en het recht om in wat-dan-ook te geloven. Maar ik zal alleen een geloof zoveel respect geven als ik denk dat het dat verdient. En eerlijk gezegd, denk ik dat een geloof alleen zoveel respect verdient als de feiten en bewijzen dat rechtvaardigen.

Tot de volgende keer, dan met Jozef van Giel.

TedTalk
Richard Dawkins – Militant atheïsme
(februari 2002, op TED in Monterey, Californië)

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *