Maar wie bewijst het paranormale?

Bewijs

Het filmpje ‘Verschuiving van de bewijslast‘ heeft stof doen opwaaien. In de korte video wordt uitgelegd dat degene die iets claimt, ook de bewijslast op zijn schouders draagt. Een aantal mensen reageerden dat dit niet opgaat als we het hebben over het het paranormale en het metafysische. Zulke fenomenen zijn immers veel moeilijker te meten. Maar moeten we daarom de lat lager leggen?

In het filmpje legt QualiaSoup gedetailleerd uit waarom het degene is die iets beweert, die voor het bewijs moet zorgen. Als een ander niet overtuigd is van de claim, is de bewering niet ‘vanzelfsprekend’, merkt de maker van het filmpje op. We kunnen dan ook niet verlangen dat degene die twijfelt aan de bewering komt met bewijs tegen wat wij als ‘vanzelfsprekend’ beschouwen.

Vaak geloven we iets omdat het ons een goed gevoel geeft, of het nu waar of niet waar is. Maar wat we geloven over de werkelijkheid heeft ook invloed op hoe we ons bij allerlei kwesties opstellen. Iemand die gelooft dat klimaatopwarming niet waar is, zal niet warmlopen voor investeringen in het terugbrengen van de CO²-emissie. En wie gelooft dat homeopathie genezing kan bieden tegen hersentumoren zal andere beslissingen nemen bij ziekte. Wat mensen bindt is dat we liever ware claims geloven, dan onware claims. Hoe meer hetgeen wat we geloven overeenkomt met de werkelijkheid, hoe beter onze beslissingen zullen zijn. De consequenties van het geloven in onware claims, laten zich raden.

De ene mens laat zich gemakkelijker overtuigen dan de ander. Maar in het algemeen geldt dat als we iemand anders willen laten delen in een bepaald geloof over de werkelijkheid, dat die persoon datgene niet klakkeloos aanneemt. En hoe groter de impact een claim belooft te hebben op ons leven, des te terughoudender we doorgaans zijn. Of zoals Carl Sagan zei: “Buitengewone claims vereisen buitengewoon bewijs”.

Om iemand te overtuigen is er, afgezien van vertrouwen, maar één middel: bewijs. Hoe sterk het bewijs moet zijn voordat iemand overtuigd is, kan per persoon verschillen. Het bewijs waarnaar de wetenschappelijke gemeenschap idealiter streeft, is het onomstotelijke bewijs dat onafhankelijk van de waarnemer is en zich steeds laat herhalen. De onus ligt bij degene die de claim doet. En als het bewijs niet overtuigend genoeg is, zal de toehoorder de claim niet hoeven te geloven.

Een aantal mensen meent dat het dragen van de bewijslast niet altijd opgaat. Wetenschap en godsdienst zouden gescheiden moeten worden. Immers, als God zich buiten onze fysieke ruimte bevindt, kan die niet fysiek gemeten worden. Dit zorgt ervoor dat er geen bewijs gegenereerd kan worden voor het bestaan van een God en is een nadeel voor degene die de claim doet. In de praktijk zijn het veelal de persoonlijke ervaringen waarop de Godsclaim steunt. En dan is het aan de toehoorder of dit overtuigend genoeg is.

Betekent een gebrek aan overtuigend bewijs dat de claim niet waar is? Geenszins. We moeten afwezigheid van bewijs niet verwarren met bewijs van afwezigheid. Als ik beweer een koala gezien te hebben op de Veluwe, en een vriendin gelooft niet dat het een koala was, betekent dat niet dat zij gelooft dat er géén koala op de Veluwe zit. Ze weet eenvoudigweg te weinig om aan te nemen dat daar daadwerkelijk een koala is.

Over paranormale gaven wordt wel eens gezegd dat die zich niet laten vangen door wetenschappelijke testen. Als een fenomeen zich niet stelselmatig voordoet, maar onder steeds wisselende condities, is dit lastiger te meten en is het verzamelen van overtuigend bewijs moeilijker. Dit betekent niet dat zulke fenomenen worden ontslagen van hun bewijslast of een lagere horde mogen nemen. Zoals QualiaSoup zegt, “als we altijd deze benadering volgen, dan zouden we ons hele leven talloze fantastische claims kunnen bedenken die niet praktisch te onderzoeken zijn”.

Velen vinden, in de geest van Carl Sagan, dat juist de bijzondere claims zoals die van het paranormale, het meest stevige bewijs moeten leveren voordat ze geaccepteerd worden. Over de hoogste trede van de meest verbazingwekkende fenomenen is David Hume in zijn maxim An Enquiry Concerning Human Understanding het stelligst:

“Geen getuigenis is voldoende om een wonder vast te stellen, tenzij de getuigenis van die aard is dat de onwaarheid ervan wonderbaarlijker is dan het feit wat het tracht vast te stellen.”

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *