Maakt religie betere mensen van ons? (3)

Dit artikel is deel 3 uit de 3-delige serie Maakt religie betere mensen van ons?
Play

Maakt religie ons gelukkiger, gezonder en meer behulpzaam? Een aantal populaire psychologieboeken en artikelen beweren dat van religie een positieve kracht uitgaat voor het verbeteren van de gezondheid en het welzijn van zowel individuen als hele gemeenschappen. Uit een zorgvuldig onderzoek van de sociaal-psychologische literatuur blijkt echter dat er een gecompliceerde relatie bestaat tussen religie en “pro-sociale” eigenschappen die een dergelijk eenvoudige karakterisering in vraag stelt. Luke Galen, hoogleraar psychologie aan de Grand Valley State University, heeft onlangs tientallen studies over religie en pro-sociale kenmerken beoordeeld voor het American Psychological Association’s ‘Psychology Bulletin’ waarin hij een aantal van de misleidende manieren waarop onderzoek hiernaar wordt uitgevoerd en aan het publiek gepresenteerd voor het voetlicht brengt. In deze lezing vat Jeremy Beahan (docent filosofie en wereldreligies aan Kendall College of Art and Design en co-host van de populaire Reasonable Doubts Podcast) vanuit de herziening belangrijke opmerkingen samen op een manier die toegankelijk is voor niet-professionals en onthult dat het venijn in de details zit.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 13 september 2015, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 243ste aflevering van deze podcast.
Vandaag krijgen jullie het derde en laatste deel te horen van
Maakt religie betere mensen van ons?
Dit wordt mijn laatste grote punt over hoe dit onderzoek wordt uitgevoerd.
Criteriumbesmetting: dit betreft gevallen waarbij de prosocialiteit-literatuur spiritualiteit definieert als in een cirkelredenering.
Als je bijvoorbeeld een voorspelling doet over een soort criterium wil je dat de items waarop je je voorspelling baseert geen elementen bevatten van wat voorspeld wordt.
Als je de conclusie in je premisse, zet argumenteer je toch in een cirkel, nietwaar? Maar toch zien we dit steeds weer gebeuren.
Zoals in dit voorbeeld:
“Religieus geëngageerde individuen hebben grotere sociale netwerken”, maar religieuze betrokkenheid was gedefinieerd als het hebben van kerkgerelateerde contacten. Terwijl het echt goed klinkt, nietwaar? “Wow, religieuze betrokkenheid heeft écht een voordeel.” Maar eigenlijk zegt dit enkel dat maatschappelijk betrokken religieuze mensen… maatschappelijk betrokken religieuze mensen zijn. Dat is alles wat dit zegt. Veel spiritualiteitschalen meten concepten die niet noodzakelijk refereren aan bovennatuurlijk geloof.
Bijvoorbeeld zijn dit de dingen waarmee je als spiritueel persoon een hoge score haalt op deze gezondheidsschaal: ‘Ik geloof dat er een grotere betekenis zit aan het leven.’ of ‘Het is belangrijk voor mij om iets terug te geven aan mijn gemeenschap.’.
Als je daar met “Ja” op antwoordde, wordt je op deze schaal als religieus bestempeld.
‘Ik geloof dat de mensheid als geheel in principe goed doet.’ Als je een humanistische kijk hebt, scoor je ook goed op deze spiritualiteitschaal.
‘Ik bekommer me over de toekomstige generaties.’
Dus een groot aantal onderzoeken, met inbegrip van de militaire geestelijke geschiktheidsevaluatie, claimen dat ze aantonen dat religiositeit gerelateerd is aan prosociale uitkomsten, maar het zijn eigenlijk gewoon effecten van criteriumbesmetting.
Het hebben van prosociale kenmerken definieert hier wat religieus zijn betekent. Het is gewoon een cirkelredenering.
En zoals we weten, zouden veel atheïsten met een breder gevoel voor betekenis als ‘spiritueel’ uit de test komen. Dit vergroot op kunstmatige wijze de schijnbare relatie tussen religiositeit of spiritualiteit en deze positieve prosociale uitkomsten.
Om dit samen te vatten: de vraag of religie ons een beter mens maakt, geeft ons geen simpel antwoord. Je hebt bewijs gezien voor zowel “Ja” als “Nee”, of “Ja, op een bepaalde manier” en “Nee, op andere manieren”.
Helaas valt het niet in een sound-bite samen te vatten. En we leven in een sound-bite cultuur. De conclusie die men trekt, is afhankelijk van hoe religiositeit wordt gemeten, van hoe prosocialiteit wordt gedefinieerd. We moeten ons bewust zijn van een groot aantal complicerende factoren als we accuraat willen zijn. Dit is echt een mijnenveld voor de kritische denker. Zelfs de meest ervaren kritieke denker gaat tegen problemen aanlopen door de complexiteit van deze gegevens.
Daarom kwam Luke Galen met 10 vragen om kritisch te kijken naar religieuze prosocialiteit. Ze moeten mensen helpen om in het vervolg zorgvuldiger naar deze studies te kijken.
1: Heeft het onderzoek rekening gehouden met mogelijke stereotypen, zoals de verwachting dat religieuze mensen prosocialer zullen zijn? Hebben deze stereotypen de zelfrapportages en waardering beïnvloed?
2: Zijn de resultaten gebaseerd op bewijs dat beïnvloed is door voorkeur voor de ingroup?
3: Wanneer prosociale effecten volgen uit het primen met religieuze concepten zouden dezelfde effecten ook volgen uit het primen met seculiere concepten? Dat is een goede voor priming onderzoek.
4: Kan het onderzoek naast positieve ook potentiële negatieve effecten opsporen na het primen met religieuze concepten?
5: Is het onderzoek gebaseerd op zelfrapportage of meet het ook daadwerkelijk gedrag? Als het niet het werkelijke gedrag meet, dan is het waardeloos.
6: Kan de context invloed hebben gehad op het onderzoek? Bijvoorbeeld, zou het onderzoek dezelfde resultaten tonen als het niet in de Verenigde Staten maar in landen van Noord-Europa was afgenomen die voornamelijk niet-religieus zijn?
7: Kunnen we de resultaten enkel toeschrijven aan het religieuze geloof of is er sprake van effecten van groepsinteractie? Als kerkgangers worden vergeleken met niet-kerkelijken zou de oorzaak van het verschil onduidelijk kunnen zijn.
8: Verwart het onderzoek ongeloof met lage mate van religiositeit of hebben we een heldere maatstaf voor ongelovigen? Trouwens, als we aan punt 8 willen voldoen hebben we meer onderzoek nodig naar seculiere mensen. We hebben dus meer onderzoekers nodig die gemeenschappen als deze willen bestuderen. Met enquêtes bijvoorbeeld. Dus als je ooit die dingen tegenkomt in je inbox, doe alsjeblieft mee. Je zou ons er allemaal mee helpen.
9: Kan bij de vergelijking met religieuze groepen een kromlijnig effect optreden?
Dat betekent dat als je een kerkelijke groep vergelijkt, dat je het vergelijkt met een vergelijkbare groep.
10: Is religie of spiritualiteit gedefinieerd op een manier die ook prosociaal gedrag omvat in de definitie?
Ik denk dat als je naar die dingen kijkt je een voorsprong hebt op de meeste mensen die letten op dit onderzoeksveld. Ik hoop dat je hier iets bruikbaars uit kan halen. Ik hoop dat het verduidelijking geeft aan dit vaak verwarrende debat.

De oorspronkelijke tekst van deze reeks kwam uit “Reasonable Doubts”, dat je kan vinden op Doubtcast.org.

Deze tekst werd vertaald door Emile Dingemans

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Indre Viskontas.
ViscontasChris Johnson ondervroeg 100 bekende atheïsten over de betekenis van atheïsme op hun leven. Hij verzamelde hun verhalen en vatte het samen in zijn boek “A Better Life” (een beter leven). Hij ondervroeg onder andere Indre Viskontas, co-host van de skeptische podcast Inquiring Minds. Indre Viskontas is een Canadees-Litouwse neurowetenschapper en operasopraan. Ze heeft een doctoraat in cognitieve neurowetenschap en een Master of Music in opera en werkt nu aan de faculteit van het muziekconservatorium in San Francisco. Indre Viskontas vertelde over haar bekering tot het atheïsme:

De momenten die mij het meest deden veranderen, waren de momenten waarin ik mij realiseerde dat lijden universeel is. Het maakt niet uit hoe goed je bent, of hoe sterk je moraal is. Jij lijdt of mensen om je heen lijden, of je lijdt niet en dan is dat omdat je geluk hebt. Voor lijden lijkt geen doel of logica te bestaan. En zodra ik mij dat realiseerde klonk het idee dat er een wezen of een kracht bestaat die voor mij zorgt en toch onschuldige mensen laat lijden, erg onlogisch.

Bronnen
Denk je dat deze vooringenomenheid enkel in de VS bestaat? Deze aflevering was nog maar pas ingesproken, of we komen volgende tekst tegen met een anti-atheïstische uitspraak van een schotse politicus.
De video met ondertitels
De originele video

De bron van het citaat.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *