Over verkeerd zijn

Play

20100805-173220IMG7114Kathryn Schultz legt uit waarom het zo belangrijk is om te durven toegeven wanneer we fout zijn.

Transcript
Goeiedag, het is vandaag zondag 3 maart 2013, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 156ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet. De muziek is van Niek Lucassen en de website is ontworpen door Emile Dingemans.
Vandaag bespreken we

Over verkeerd zijn

De tekst is gebaseerd op een TEDtalk van Katryn Schulz.

Het is de zomer van 2010. Met mijn gezin zijn we op vakantie in het zuidwesten van de Verenigde Staten. We waren geland in Denver, daar hebben we een huurwagen genomen zijn kriskras door de natuurparken naar San Francisco gereden. Daar besloot ik om eindelijk eens aan een Amerikaan te vragen wat die Chinese woorden betekenden die telkens bij oversteekplaatsen op de weg geschilderd waren en die ik in alle grote steden zag waar we gepasseerd waren. “PED XING” Het eigenaardige was dat je ze ook buiten de Chinese wijken tegenkwam. Overal stond geschreven: “PED XING”. Dus sprak ik een Amerikaan aan en vroeg hem in mijn beste Engels wat die woorden betekenen. De kerel schoot in de lach en zei: “Pedestrial Crossing”.

Kathryn Schulz heeft zich vijf jaar van haar leven bezig gehouden met nadenken over situaties als deze – hoe we ons gedragen als dat gebeurt, en wat dat vertelt over de menselijke natuur. Met andere woorden, ze heeft vijf jaar lang nagedacht over verkeerd zijn. Dit kan een vreemde carrièrekeuze lijken, maar ze heeft tenminste één groot voordeel: geen jobconcurrentie. In feite doen de meesten van ons alles om te vermijden te denken over fouten maken, of op zijn minst om te voorkomen dat we moeten denken aan de mogelijkheid dat we zelf fout zijn. We doen het wel in het abstracte. We weten dat iedereen fouten maakt. De menselijke soort, in het algemeen, is feilbaar – oké prima.

Maar wanneer het over mezelf gaat, over al mijn geliefde overtuigingen, hier in de tegenwoordige tijd, dan vliegt opeens deze abstracte waardering van feilbaarheid het raam uit – en kan ik eigenlijk niets bedenken waar ik verkeerd over ben. En dat komt omdat we in de tegenwoordige tijd leven. We gaan naar bijeenkomsten in de tegenwoordige tijd; we gaan op familievakantie in de tegenwoordige tijd; we gaan naar de stembus en stemmen in de tegenwoordige tijd. We reizen in feite door het leven, gevangen in deze kleine bel van het gevoel over alles gelijk te hebben.

Ik denk dat dit een probleem is. Ik denk dat het een probleem is voor ieder van ons als individu, in ons persoonlijke en professionele leven, en ik denk dat het een collectief cultureel probleem is. Wat ik vandaag wil doen, is in de eerste plaats praten over waarom we vast komen te zitten in dit gevoel van gelijk te hebben en waarom dat zo’n probleem is. Tenslotte wil ik jullie overtuigen dat het mogelijk is dat gevoel kwijt te raken, en dat, als je dat kan, het de grootste morele, intellectuele en creatieve sprong voorwaarts is die je kan maken.

Waarom komen we vast te zitten in dit gevoel van gelijk hebben? Eén reden heeft te maken met het gevoel van verkeerd zijn. Laat me jullie iets vragen: hoe voelt het emotioneel aan het bij het verkeerde eind te hebben? Verschrikkelijk. Duimen omlaag. Gênant. Oké, prachtig, goed. Gênant. Oké, prachtig, goed. Dank je wel, dit zijn goede antwoorden, maar het zijn antwoorden op een andere vraag. Jullie beantwoordden de vraag: “Hoe voelt het aan om te beseffen dat je verkeerd bent?” Beseffen dat je het mis hebt, kan zo aanvoelen. Ik bedoel, het kan verpletterend zijn, maar ook revelerend, het kan zelfs heel grappig zijn, zoals mijn stomme fout met Chinese woorden. Maar alleen maar verkeerd zitten daar merk je niets van.

Ik geef je een analogie. Herinner je je nog die Loony Tunes cartoon waar die zielige coyote een roadrunner achterna zat, maar hem nooit kon vangen? In vrijwel elke aflevering van deze cartoon is er een moment waar de coyote de roadrunner najaagt en de roadrunner een klif voorbij loopt. Niks aan de hand, hij is een vogel, hij kan vliegen. Maar de coyote loopt achter hem aan tot voorbij de klif. En het grappige is – tenminste als je zes jaar oud bent – dat het de coyote ook lukt. Hij blijft doorlopen – tot op het moment dat hij naar beneden kijkt en zich realiseert dat hij midden in de lucht hangt. Dan pas valt hij naar beneden. Als we over iets verkeerd zitten – niet wanneer we het beseffen, maar daarvoor – zijn we als die coyote nadat hij van de klif is gelopen en voordat hij naar beneden kijkt. We zijn al verkeerd, we zitten al in de problemen, maar het voelt alsof we nog vaste grond onder de voeten hebben. Ik zou eigenlijk iets moeten rechtzetten dat ik zojuist zei. Fout zitten gaat vergezeld van een gevoel; een gevoel van het juist te hebben.

De reden, een structurele reden, waarom we vast komen te zitten in dit gevoel van juistheid is wat ik foutblindheid noem. Meestal hebben we geen enkele vorm van interne aanwijzing om ons te laten weten dat we over iets verkeerd zijn totdat het te laat is. Maar er is nog een tweede reden waarom we in dit gevoel vast komen te zitten – en die is cultureel. Denk even terug aan de basisschool. Je zit in de klas, je leraar geeft toetsen terug, en een ervan ziet er slecht uit. Niet die van mij, tussen haakjes. Daar ben je, op de lagere school, en je weet precies wat je moet denken over de jongen die dat papier terugkreeg. Het is de domme jongen, het lastpak, degene die zijn huiswerk nooit maakt. Dus tegen de tijd dat je negen jaar oud bent, heb je in de eerste plaats al geleerd, dat mensen die dingen verkeerd doen luie en onverantwoordelijke sukkels zijn – en ten tweede, dat de manier om te slagen in het leven erin bestaat om nooit fouten te maken.

We onthouden deze slechte lessen echt heel goed. Velen van ons gaan daardoor perfecte kleine A-studenten, perfectionisten, overpresteerders worden. OK, meneer directeur, astrofysicus, ultra-marathonloper? Jullie zijn helemaal directeurs, astrofysici, ultra-marathonlopers, zo blijkt. Oké, prima dus. Behalve dat we in paniek raken bij de idee dat we ernaast kunnen zitten. Want in deze optiek betekent ’het mis hebben‘, dat er met ons iets mis is. Dus we staan erop dat we gelijk hebben, want het maakt dat we ons slim, verantwoordelijk, deugdzaam en veilig voelen.

Ik ga je een verhaal vertellen. Een paar jaar geleden kwam een vrouw voor een operatie naar het Beth Israel Deaconess medisch centrum. Beth Israel is in Boston. Het is het academisch ziekenhuis van Harvard – een van de beste ziekenhuizen in het land. Deze vrouw komt binnen en wordt naar de operatiekamer gebracht. Ze wordt verdoofd en de chirurg doet zijn werk – naait haar weer dicht en stuurt haar naar de ontwaakkamer. Alles lijkt prima te zijn gegaan. Ze wordt wakker, kijkt naar zichzelf en zegt: “Waarom zit de verkeerde kant van mijn lichaam in het verband?” Nou, de verkeerde kant van haar lichaam zit in verband omdat de chirurg een grote operatie op haar linkerbeen in plaats van haar rechter heeft uitgevoerd. Toen de vicepresident voor de kwaliteit van de gezondheidszorg in het Beth Israel over dit incident sprak, zei hij iets heel interessants: “Om wat voor reden dan ook voelde de chirurg gewoon dat hij aan de juiste kant van de patiënt stond.” De les van dit verhaal is dat te veel vertrouwen in het gevoel aan de juiste kant van iets te staan zeer gevaarlijk kan zijn.

Dit gevoel van juistheid dat we allen zo vaak ervaren is geen betrouwbare gids van wat er werkelijk gaande is in de buitenwereld. Als we op basis hiervan ons handelen bepalen en we vergeten de mogelijkheid dat we er wel eens naast kunnen zitten, dan gaan we dingen doen zoals 200 miljoen liter olie in de Golf van Mexico dumpen of de wereldeconomie torpederen. Dit is een enorm praktisch probleem. Maar het is ook een enorm maatschappelijk probleem.

Denk even na over wat het betekent om te voelen dat je gelijk hebt. Het betekent dat je denkt dat je overtuigingen gewoon perfect stroken met de werkelijkheid. Als je dat gevoel hebt, moet je wel een probleem oplossen. Hoe ga je uitleggen waarom er zoveel mensen zijn die het oneens zijn met jou? Het blijkt dat de meesten van ons dat uitleggen door een beroep te doen op een reeks ongelukkige veronderstellingen. Het eerste wat we meestal doen als iemand het niet met ons eens is, is dat we gewoon aannemen dat ze onwetend zijn. Zij hebben geen toegang tot dezelfde informatie als wij en dat als we ruimhartig die informatie met hen delen, ze het licht gaan zien en overlopen naar ons team. Als dat niet werkt, wanneer blijkt dat die mensen allemaal over dezelfde feiten als wij beschikken en ze het nog steeds niet met ons eens zijn, gaan we over naar een tweede veronderstelling: het zijn idioten. Ze hebben allemaal de juiste stukjes van de puzzel, en toch zijn ze te debiel om ze correct in elkaar te passen. Als dat niet werkt, als blijkt dat mensen die het niet met ons eens zijn en allemaal over dezelfde feiten als wij beschikken en ze eigenlijk best slim zijn, gaan we over naar een derde veronderstelling: zij kennen de waarheid, maar vervormen die bewust voor hun eigen kwaadaardige doeleinden. Dit is een ramp.

Deze gehechtheid aan ons eigen gelijk weerhoudt ons van het voorkomen van fouten wanneer dat absoluut nodig is en maakt dat we op een verschrikkelijke manier met elkaar omgaan. Voor mij is het meest verbijsterende en tragische hieraan dat het voorbij gaat aan wat het betekent mens te zijn. Het is alsof we ons willen voorstellen dat onze geesten als perfect doorzichtige vensters zijn waardoor we op een objectieve manier naar de wereld kijken en hem beschrijven zoals die zich ontvouwt. En we willen dat iedereen uit hetzelfde venster kijkt en precies hetzelfde ziet. Maar dat is niet zo, en als het wel zo zou zijn zou het leven ongelooflijk saai zijn. Het wonder van je geest is niet zo dat je de wereld ziet zoals hij is. Het is dat je de wereld kan zien zoals hij niet is. We kunnen ons het verleden herinneren, we kunnen nadenken over de toekomst en we kunnen ons voorstellen hoe het is iemand anders op een andere plaats te zijn. We doen dit allemaal een beetje anders, en daarom dat we allemaal kunnen omhoog kijken naar dezelfde sterrenhemel en toch iets anders zien. En ja, dat is ook de reden waarom we er vaak naast zitten.

1.200 jaar vóór Descartes zijn beroemde uitspraak “Ik denk dus ik ben” deed schreef Sint Augustinus “Fallor ergo sum” – “Ik dwaal dus ik ben.” Augustinus begreep dat onze capaciteit om het te verknallen, niet alleen maar een pijnlijk gebrek van het menselijk systeem is, iets dat uit te roeien of te overwinnen valt. Het ligt aan de basis van onze eigenheid. Omdat we, in tegenstelling tot God, niet echt weten wat er aan de hand is. En in tegenstelling tot alle andere dieren, zijn we geobsedeerd door het proberen te begrijpen. Voor mij is deze obsessie de bron en de wortel van al onze productiviteit en creativiteit.

Kathryn Schulz was eens om allerlei redenen aan het luisteren naar een hoop afleveringen van een show van de openbare radio genaamd “This American Life”. Al luisterend kreeg ze het gevoel dat alle verhalen gingen over verkeerd zijn. Haar eerste gedachte was: “Ik ben het kwijt. Ik ben die gekke ‘onjuistheidsmeid’ geworden. Ik zie het overal.” Wat overigens ook zo is. Maar een paar maanden later kreeg ze de gelegenheid om Ira Glass, de gastheer van de show, te interviewen. Ze vertelde hem dit, en hij zei: “Nee, eigenlijk is dat waar. Als team zorgen wij voor de grap dat elke aflevering van onze show hetzelfde verborgen thema bevat. En dat verborgen thema is: ik dacht dat dit zou gaan gebeuren en in plaats daarvan gebeurde er iets anders. “Feit is”, zegt Ira Glass, “dat we dit nodig hebben. We hebben deze momenten van verbazing, op-zijn-kop-zetten en onjuistheid nodig om deze verhalen te laten werken.” En de rest van ons, leden van het publiek, luisteraars, lezers, slikken dit als zoete koek. We houden van dingen als onverwachte plotwendingen, op het verkeerde been gezet worden en verrassende finales. Als het gaat om onze verhalen, houden we ervan het bij het verkeerde eind te hebben.

Maar, weet je, onze verhalen zijn zo omdat onze levens zo zijn. We denken dat dit gaat gebeuren en er gebeurt iets anders in de plaats. George Bush dacht, toen hij Irak ging binnenvallen, een hoop massavernietigingswapens te vinden, de mensen te bevrijden en de democratie naar het Midden-Oosten te brengen. Maar in plaats daarvan gebeurde er iets totaal anders. Hosni Moebarak dacht dictator van Egypte te blijven voor de rest van zijn leven, totdat hij te oud of te ziek zou worden en de teugels van de macht aan zijn zoon kon doorgeven. Maar in plaats daarvan gebeurde er iets anders. Misschien dacht je ooit op te groeien en te trouwen met je liefje van de middelbare school, opnieuw te verhuizen naar je geboortestad en samen een stel kinderen groot te brengen. En gebeurde er in plaats daarvan iets anders.

Ik bedoel, dit is het leven. Ten goede en ten kwade verzinnen we deze ongelooflijke verhalen over de wereld om ons heen, en dan doet de wereld iets anders en verbaast het ons. We hebben het hele dagen over innovaties, ontwikkelingen en verbeteringen, maar weet je waarom we allemaal die innovaties, ontwikkelingen en verbeteringen nodig hebben? Omdat de helft van de spullen van de meest verbijsterende en de wereldveranderende ideeën niet echt werkten? Waar is mijn jetpack?

Dus hier zijn we weer. Zo gaat dat. Wij komen met een ander idee. We vertellen een ander verhaal. We houden een andere conferentie. Voor mij moet je, als je echt de verwondering wil herontdekken, een stap buiten die kleine, doodsbange ruimte van juistheid durven zetten, elkaar aankijken en kijken naar de uitgestrektheid, de complexiteit en het mysterie van het heelal en kunnen zeggen, “Wow, ik weet het niet. Misschien ben ik verkeerd.”

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Johan Cruijff.

Er zijn weinig dingen die me niet interesseren. Eén van die dingen is voetbal. Ik ken daar dus absoluut niets van en ik heb geen flauw idee welke voetballers er bijvoorbeeld in de grote Belgische ploegen spelen. Hier of daar is er wel een naam die dan toch een belletje bij me doet rinkelen. Onder andere Pélé, want, toen ik een klein jongetje was, dan prijkte zijn afbeelding op de pot cacao die elke ochtend op onze ontbijttafel stond. Het schijnt dat hij een indrukwekkende speler was.

De voorbije weken heb ik ook gehoord over de dopingschandalen van Lance Armstrong. Ha nee, dat was een wielrenner zeker? Je ziet, van wielrennen ken ik ook helemaal niets.

Ik kijk liever naar TEDtalks dan naar een voetbalwedstrijd. En die ronde van Frankrijk, daar krijg ik het er helemaal van. Zo saai, wie steekt nu zijn tijd om voortdurend te kijken naar fietsen die al maar verder rijden, km na km?

Lukaku, Van Der Elst, De Sutter, Maradona, Pfaff. Voilà, je hebt net mijn volledige kennis over voetbal gehoord. Vraag me dus niet bij welke ploeg die mannen spelen.

Maar een andere grote voetballer die ik wel van naam ken, is Johan Cruijff. En hij moet wel heel bekend zijn, want zelfs de spellingchecker van Microsoft Word kent hem. Ik ken hem van twee zaken: Soms keer mijn vader naar de voetbal. Ik keek nooit mee, maar als Ajax dan speelde en je passeerde, dan mocht je er zeker van zijn dat hij zei: “Die Cruijff, dat is toch wel een ongelofelijke speler zeg! De beste speler ter wereld”. En dan keek ik even om toch tenminste een gezicht te kunnen plakken op die persoon.

Het tweede was zijn antirook campagne. Ik vond dat één van de beste die ik ooit gezien had. Hij spreekt daar in het Spaans, over zijn vroegere rookgedrag en aan het einde van de spot gooit hij een pakje sigaretten de lucht in en dan geeft hij er een shot op zoals alleen voetballers dat kunnen. De video vertraagt en eindigt in een stilstaand beeld met Cruijff in de achtergrond, nog met zijn stampende voet naar voor, het pakje sigaretten ongeveer een meter ervoor, en een hele straal sigaretten die uit het pakje vooruit schieten.

Ik heb me altijd afgevraagd hoe dikwijls ze die scène hebben moeten opnieuw doen tot het goed was.

Ik vond het raar dat hij Spaans sprak, want ik wist dat hij een Nederlander was. Toen ik om uitleg vroeg aan mijn minder voetbalanalfabetische vrienden, ben ik te weten gekomen dat hij een tijd trainer geweest is van één of andere Spaanse ploeg. Bij het schrijven van deze tekst wist WikipediA mij te vertellen dat het Barcelona was.

Cruijff zei:

Ik geloof niet. In Spanje slaan alle 22 spelers een kruisje voordat ze het veld opkomen. Als het werkte, zou het dus altijd een gelijkspel worden.

Tot de volgende keer.

Video

Bronnen

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *