Is religie goed of slecht?

Christopher Hitchens leest voor uit zijn boek Hitch22
Christopher Hitchens leest voor uit zijn boek Hitch22

Het onderstaande stukje verscheen in The Independent naar aanleiding van een debat over goed of kwaad van religie tussen Tony Blair en Christopher Hitchens. Dit debat is te vinden op YouTube.Gedeeltelijke vertaling van Blair vs Hitchens: The dress rehearsal. 26 November 2010.

Christina Patterson: Het argument van Hitchens

Je kan het ons echt niet kwalijk nemen. Vanaf het moment dat we uit het primordiale slib te voorschijn glibberden, uit een rib tot leven werden gewekt of rechtop gingen lopen, onze haren van onze buiken, armen en benen zagen vallen en geconfronteerd werden met een planeet vol voedsel, waarvan het meeste in een vorm die weg galoppeerde als we in de buurt kwamen, en ons werd verteld onze plan te trekken, was het duidelijk dat het moeilijk zou worden. Niemand legde ons uit waarom we zo dringend stukjes van onszelf in stukjes van andere wezens zoals onszelf wilden steken, of waarom, wanneer wij dat deden, kleine, schreeuwende versies van onszelf te voorschijn kwamen die ook aanspraak maakten op een stukje mammoet, terwijl het al verdomd moeilijk was om ons eigen stukje vast te krijgen. Niemand legde uit waarom die kleine wezentjes soms doodgingen evenals die wezens waar we zo nodig stukjes van onszelf instaken, wat leek te suggereren dat dat ons ook ooit zou kunnen overkomen.

Niemand vertelde ons iets. Wat kan verklaren waarom, eenmaal de dingen een beetje rustiger werden, en we mammoeten vangen wat beter onder de knie kregen, we rond een kampvuur gingen zitten en besloten (een behoorlijk lange tijd voordat New Labour politici hetzelfde besloten) dat het tijd was om een “verhaal” te krijgen. We begonnen er heel geleidelijk aan, met tekeningen van bizons in grotten, en vervolgens met het assembleren van stenen in cirkels en kijken naar de manier waarop de zon er achteruit kwam piepen, wat erg leuk was, hoewel de stenen nogal zwaar waren, maar dan besloot iemand dat het nodig was om nieuwe denkpistes in te slaan, en dus kregen we te horen dat we wat oude ideeën moesten zien te liquideren zonder daar beschaamd over hoeven te zijn en dus deden we dat maar. En voordat we het wisten hadden we legers van goden, sommigen met hopen wapens, sommigen met dierenpoten en dito hoofden, sommigen in stallen uit maagden geboren en anderen weer die alleen maar geesten waren.

Van die eersten hebben we niks opgeschreven, want we konden toen nog niet schrijven, maar hoe meer we die godenverhalen doorvertelden, des te beter ze gingen klinken en toen we ze begonnen op te schrijven, of liever gezegd toen iemand de dingen, die hier en daar op kleine stukjes papier geschreven rondslingerden, begon te verzamelen, en we ernaar keken, kregen we een raar buikgevoel want opeens dachten we dat we dat misschien niet zelf hadden verzonnen. Misschien was het wel waar.

Dus dachten we dat we maar beter konden beginnen met het volgen van al die regels die we voor de grap hadden bedacht, al was het een beetje aanmodderen, maar omdat al onze buren ze ook volgden, vonden we het toch OK. Het was goed om te voelen dat we niet alleen waren in het universum, al waren we dat wel, en het was goed te voelen dat het hele gedoe geen afschuwelijk toeval was, al zag het er soms wel zo uit en het was ook goed om samen te komen met de buren, al was het alleen maar om samen die regels te volgen. En het was fijn om te kunnen zeggen dat, wanneer iemand gestorven was, ze niet echt overleden waren, al leken ze zeker dood.

Het was goed om getroost te worden en om daar allemaal aan mee te doen maar de meesten van ons, om eerlijk te zijn, waren niet zo geïnteresseerd in al die regels. Wat we echt wilden was eten en drinken en onderdak en knuffels. Het was pas toen we mensen tegenkwamen die verschillende regels en verschillende goden hadden, dat het scheef begon te lopen. Sommigen van onze eigen mensen, die het leuk vonden om wat baas over ons te spelen, zeiden dat het heel erg belangrijk was om te laten zien dat ónze goden en onze regels beter waren dan hún goden en hún regels, net zoals het erg belangrijk was dat wij die mammoet kregen en zij niet. Deze mensen dachten dat de regels het waard waren om ervoor te doden, waard om ervoor te sterven zelfs. Ze leken te weten waar ze het over hadden, ze waren de baas, dus als ze ons vertelden om te vechten, te doden, te marcheren, te folteren, te verbranden, dan deden we dat.

Je kunt het ons niet echt kwalijk nemen dat we in deze rotzooi zijn beland, maar een puinhoop is het. Religie, zoals de meeste dingen door de mens gemaakt en uitgevaardigd, heeft de macht om te kalmeren, te stimuleren en mensen te inspireren tot daden van grote zelfopoffering en vriendelijkheid. Maar ze heeft ook het vermogen om ons te doen ontvlammen, ons te verdrukken en mensen aan te zetten tot daden van grote agressie en grote wreedheid. Intelligente mensen bezig met oude teksten op een bedachtzame, intelligente manier kunnen hun religie als een kracht ten goede voorstellen. Ze kunnen zelfs proberen om er een kracht ten goede van te maken. Domme mensen die die oude teksten op een domme, letterlijke manier lezen, kunnen ook proberen om hun godsdienst als een kracht ten goede voor te stellen, maar ze zullen altijd falen.

In toenemende mate wordt onze wereld gerund door mensen die slechts één boek hebben gelezen. In sommige gevallen is dat een boek dat wordt gekozen om te suggereren dat de gigantische kloof tussen arm en rijk door een godheid wordt gewild. In andere gevallen is het een boek dat is gekozen om te suggereren dat het massaal afslachten van mensen, die een kijk op de wereld, die zich ontwikkelde na de zevende eeuw, onderschrijven, een uitstekend paspoort naar het paradijs is. Geen van beiden suggereert een overmatig gebruik van Woody Allen’s tweede favoriete orgaan, de hersenen.

Religie, zei Marx, is het opium van de massa. Opiaten, zoals iedereen die ooit een pijnlijke operatie onderging u kan vertellen, hebben hun plaats, maar persoonlijk zou ik graag zoveel mogelijk van mijn leven wakker doorbrengen.

Christina Patterson is columniste voor ‘The Independent’

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *