Hoe onderscheid je een radicale moslim van een gematigde, vredelievende moslim?

Play

Wat denken ex-moslims over het verschil tussen radicale en gematigde, vredelievende moslims. Wel, vandaag horen jullie hoe Simi Rahman, een ex-moslima dit verschil ervaart.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 20 december 2015, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 253ste aflevering van deze podcast.
Na de laatste aanslagen in Parijs, wordt er weer overal gediscuteerd hoe jongeren zover kunnen komen om zulke verschrikkelijke dingen te doen. Je kan opnieuw het aantal keren tellen dat politici zeggen dat dit niets met de islam te maken heeft. Je kan ook overal commentatoren lezen die nog eens belijden hoe schuldig het westen zelf is aan deze gebeurtenissen.
Ondertussen hebben we ook de aanslagen in Californië gehad. En Simi Raman schreef daar een stuk over en heeft het op haar facebookpagina geplaatst en wij mochten het vertalen en inspreken.
Simi Rahman MD is kinderarts, medisch opvoeder en schrijfster in Los Angeles. Ze werd geboren in Bangladesh, groeide op in de Verenigde Arabische Emiraten, volgde geneeskunde in Pakistan en woonde in New York in september 2001. Haar werk omvat klinisch onderwijs, onderwijstechnologie, medische menswetenschappen en narratieve geneeskunde.
Hoe onderscheid je een radicale moslim van een gematigde, vredelievende moslim?
Elke moslim-humanist stelt zich vandaag de vraag die ik me voor het eerst stelde in september 2001:
“Hoe onderscheid je een radicale moslim van een gematigde, vredelievende moslim?”
Hier is mijn idee erover.
De kapers van 9-11 deden me denken aan de jongens waar ik in de jaren 80 en 90 in Dubai mee op school had gezeten. Ze waren even oud, met dezelfde achtergrond en modern genoeg om naar jaren 80-popmuziek te luisteren en achter de meisjes aan te zitten. Ik bedoel dat wij, net als de meeste jongeren in de islamitische wereld, niet al te religieus waren.
Daarom dacht ik dat ik misschien de verschillen tussen hen en mij kon vinden, en een duidelijke discrepantie tussen hen en mij kon identificeren. Iets dat zij deden en ik nooit zou doen. Het kostte me een tijdje om me te realiseren, en zeker nu met de schietpartijen in Californië, dat je inderdaad met geen mogelijkheid een radicale moslim van een gematigde kan onderscheiden.
Voor ze de trekker overhalen kan je echt niet zeggen wie gematigd en wie jihadistisch is. Tashfeen heeft onze gematigde ruggengraat gebroken, door de onthulling dat ze onopgemerkt een normaal leven onder ons leidde, het moederschap ervoer, opgenomen was in onze veilige gemeenschap… en toch radicaliseerde.
En dat is het probleem: dat er vele anderen zijn zoals zij met precies dezelfde overtuigingen, misschien nog niet aangestoken door een radicale geestelijke, maar als de gelegenheid zich voordeed, zouden ze volgen. Ze zijn als een slapende staaf dynamiet, wachtend op ontsteking. De TNT is er al.
Wat is de drijfveer? Niet de 5 pijlers van geloof, liefdadigheid, gebed, vasten en bedevaart. Niet de woorden van de profeet over hoe je een goed en rechtvaardig leven kan leiden. Niet de viering van Eid ul Fitr.
Het schemert misschien door in de loyaliteit die Allah eist tijdens het Eid ul Adha-feest, waar Abrahams bereidheid om zijn zoon te offeren als teken van zijn superieur geloof wordt herdacht. Dit offer en viering lijken erg veel op het Amerikaanse Thanksgiving, met familiesamenkomst en eten. Maar zonder voetbal. En, o ja, ook met de door God verhinderde kindermoord.
Het is daar in de stilte die je tijdens het gebed moet bewaren omdat het anders ongeldig zou zijn. Het is daar in de ernst waarmee de hijab wordt gedragen. Geen enkel haar mag je laten zien. Het is daar in de geforceerde scheiding van mannen en vrouwen op sociale bijeenkomsten.
Het is aanwezig in iedere handeling die ons uitsluit van alles wat gewoon is. Het is aanwezig in het concept van Wij tegen Zij. Omdat de enige manier waarop we Wij kunnen blijven, is door Hen af te wijzen. De enige manier om een voorbeeldige Wij te zijn, is verwestersing waar het maar kan tegen te gaan. Halal is een schertsvertoning, uitgaande van het idee dat vlees op een bepaalde manier moet versneden worden. Het is hetzelfde vlees. Toch zullen mensen in alle ernst menen dat er een magisch verschil is.
Ik verhuisde naar de diepe Midwest, droeg er een jaar lang een hijab en verbleef er 8 jaar. In die tijd woonde ik ISNA (Islamic Society of North America) bijeenkomsten bij en ontmoette opgeleide, professionele mensen die zich net dezelfde vragen als ik stelden. Ze waren op zoek naar antwoorden in hun geloof. Er waren zeker pogingen om de islam te moderniseren, maar ze waren oppervlakkig. Het lukte ons niet. Het lukte niet, want er zit een logisch dilemma in de kern van de islam: de Koran is het laatste woord van God, het is perfect en onveranderlijk. Zoiets zelfs maar suggereren, komt neer op godslastering en afvalligheid.
Om de gematigde geest te begrijpen, moet je je een continuüm van radicaal tot gemiddeld voorstellen, maar als je dichter je bij het vrijdenken komt, stuit je op een muur. Hij doemt voor je op in de veroordeling van homoseksualiteit, in de ongelijke behandeling en de onderdrukking van vrouwen, maar hij is er. Ze durven niet over deze muur kijken uit angst voor verdoemenis en het hellevuur, maar het antwoord ligt daar. Als gematigde moslim is het dezer dagen alsof je een parcours moet afleggen met een bal en ketting aan je voeten. Een handicap. Tenzij je je de wereld buiten die muur kunt voorstellen, valt het niet mee om er je weg te vinden. Als je zo bang bent van godslastering dat je weigert eroverheen te kijken zit je voor altijd vast. Vlak tegen die muur. En achter je zit de jihadistische horde, die aanspraak maken op de echte islam, hem beoefenend tot in de perfectie, zoals vastgelegd in de Koran. Vastgeketend aan een harde rots. Ik begrijp je pijn. Ik ben daar geweest. En het was onhoudbaar.
Ik las, discussieerde en debatteerde op internetfora met vele goede moslimjongeren uit alle hoeken van de wereld. We probeerden op onze manier naar een oplossing te zoeken, net zoals nu op de sociale media. Ik wist dat ik de homofobie en de onderdrukking van vrouwen verwierp. Het bleef allemaal theorie totdat ik het in de praktijk zag in de woonkamers van de professionele gematigde moslims uit het Midwesten. Er werd gediscussieerd over de vraag of het Koranvers dat een man toelaat om zijn vrouw te slaan, eigenlijk betekent dat hij haar moet slaan met een pluim. Als arts ben ik op de eerste plaats een humanist. Daarom vond ik de flagrante homofobie irrationeel, gevaarlijk en iets wat ik beleefd afwees. Ik zag in de moskee video’s over de Palestijnse gebieden. Ze waren speciaal gemaakt om de verontwaardiging van iedereen op te wekken.
En toen begon ik de absurditeit ervan goed in te zien. Waar waren we mee bezig? We leerden onze kinderen om zich zonder twijfel aan gezag te onderwerpen. We geloofden dat het hen zou behoeden tegen het kwaad van het westerse denken. Dus gingen de kinderen van de gemeenschap naar de zondagsschool, droegen de hijab, werd er gebeden en gevast. Ze werden in een islamitische identiteit gestoken die helemaal anders was dan alles wat ik tot dan toe had meegemaakt. Ik ben opgegroeid in een islamitisch land in het Midden-Oosten en religie was iets wat we een plaats gaven, ergens na school, voetbal en cartoons. Hier had je te maken met een meer gedestilleerde, zuivere en, nog het gevaarlijkst, contextvrije islam. We hadden hier geen grootmoeders om ons wijselijk te vertellen voor welke delen van de Koran we een oogje dicht mochten knijpen. Er waren hier geen oudere neven die het vrijdaggebed oversloegen en zich in plaats daarvan met hun vrienden gingen amuseren. O nee. Dit was de islam gestoofd in een saus van ‘Midwesternse’ oprechtheid en ingekookt tot zijn donkere, geconcentreerde essentie. Deze islam was gevaarlijk.
Naarmate mijn kinderen ouder werden, werd ik banger. Ik kon ermee leven dat hun vader hen naar de zondagsschool stuurde, waar ze meestal speelden en een paar soera’s leerden. Maar als ze ouder werden, wist ik dat dat zou veranderen. Een bepaald soort oprechtheid zou in hun blik kruipen, hun tienerrebellie zou erop neerkomen dat ze hun minder religieuze ouders vonden tekortschieten. Ze zouden ze minderwaardig gaan vinden. Slechte moslims. Hoeveel jongeren zijn niet vóór hun eigen moeders de hijab beginnen dragen? Ik ben de tel kwijt. Moeders met dit dilemma kozen ervoor om hun kind maar te volgen. Ze gingen zich ook bedekken om hun kinderen het idee te geven dat het niet zo’n vaart liep met die ideologie.
Maar ik maakte me toch zorgen omdat radicale wervers zich via het internet als vrienden zouden voordoen en in onze ongevormde kinderen een bereidwillige en kneedbare klei zouden vinden. Want we hielden ze ongevormd. We wilden ze weghouden van westerse invloeden om ze te beschermen, maar veroorzaakten alleen een kloof die als aangrijpingspunt kon worden benut. In feite maakten we onze kinderen kwetsbaar voor radicalisering.
En dat is precies wat er is gebeurd. De jonge meisjes die uit Europa en de VS naar Syrië zijn afgereisd om zich bij ISIS aan te sluiten, deden dat omdat ze net als alle tieners op zoek waren naar een gevoel van identiteit, om zich te onderscheiden van hun ouders en een eigen identiteit te vinden, en de sensatie van rebellie, avontuur. Ze mochten geen afspraakjes maken, niet drinken of dansen, dan maar naar Da’esh.
Deze gedachte deed me die muur beklimmen. Ik stopte met bidden en me daarover schuldig te voelen. Ik dronk alcohol, met mate zoals de meeste mensen in het westen, ik veranderde niet op slag in een alcoholist. Ik bedekte mijn enkels en polsen niet meer en ging gewone kleren dragen. Spek. Ja, spek. Ik hoef niet uit te leggen hoe lekker het was. Ik bekeek de muur van de andere kant, en het was … een opluchting. Een opluchting om niet meer te vrezen voor afvalligheid. Om te beseffen dat zoiets alleen maar in mijn gedachten bestond. De ideeën die diep in mijn gedachten verzonken waren, de schuld, de angst, de zelfgeseling van een slechte moslim te zijn: het was allemaal weg.
Als ik in mijn achteruitkijkspiegel kijk, kan ik me niet meer herinneren hoe het voelde. Ik kan me niet meer herinneren hoe geloven aanvoelde, want ik mis het niet. Nee, in plaats daarvan kwam een vollediger begrip van wat humaniteit, filosofie, geschiedenis, de menselijke natuur en ja, zelfs religie betekenen.
Een besef dat de toekomst alles is. Er is geen hemel of hel. Of liever gezegd, we hebben niet langer een hemel en hel nodig om ons moreel gedrag te sturen. We zijn geëvolueerd. We weten meer van het universum, te veel om er nog bang voor te zijn. We weten meer van deze aarde, en we weten dat iedereen van precies hetzelfde materiaal is gemaakt. Er is geen Wij, geen Zij. Er is alleen maar Wij Allemaal. We moeten verder gaan. We moeten ons bevrijden. We moeten over die muur, zodat we de krachten die erop uit zijn geest en lichaam van onze kinderen te roven, kunnen neutraliseren. We moeten ze beschermen, we moeten onze eigen intelligentie durven aanspreken in plaats van ons te onderwerpen aan een archaïsche structuur van overtuigingen die in deze tijd zinloos zijn.
We moeten de ketens in onze eigen geest verbreken om dit te doen. En het is eng. Vooral als je je hele leven geloofde in het concept van godslastering. Zeker als je weet dat er openlijk voor uitkomen en deze overtuigingen verwerpen, kan neerkomen op vervreemding, op worden uitgestoten en belasterd, afgewezen en vereenzaamd. En in veel gevallen ook met gevaar voor je eigen persoon.
Misschien is het daar dat we moeten beginnen. Door moslims te stimuleren om een veilige ruimte te creëren waar de logische drogredenen en inconsistenties kunnen worden bekritiseerd, niet tussen de ene vertaling en een andere, maar tussen de islam en de moderne wereld.
Peter Janecki, die een machine maakte om uit afvalwater schoon drinkwater en energie te winnen, merkte in zijn TEDMED-talk onlangs op dat hij moest uitzoomen en het niet bekijken als een afvalprobleem, maar als een energieprobleem. Hij moest het probleem opblazen om er een oplossing voor te vinden.
Ik denk dat het hetzelfde is met de islam. We moeten het probleem groter maken. In plaats van het te minimaliseren, moeten we het opblazen en onderzoeken en het idee dat een heilige tekst onveranderlijk of onbetwistbaar is, loslaten. We moeten het in plaats daarvan bekijken als een humanistisch probleem. Is de islam, in de manier waarop hij wordt beoefend en gepredikt, humaan genoeg? Respecteert de islam de persoonlijkheid van een mens genoeg, en als dat niet zo is, wat kunnen we er dan aan doen?
We moeten mensen toelaten de islam te verlaten. We moeten uit deze kast durven komen en in het volle licht treden. Omdat niemand van ons meer veilig is. De oude verbanden gaan niet langer volstaan om een bloedbad te voorkomen. Een bloedbad dat we alleen aan onszelf te wijten zullen hebben.

Simi Rahman, MD

Het citaat
Het citaat van vandaag komt uit het boek “Illusies voor gevorderden” van Maarten Boudry, van wie jullie vorige week een stukje hoorden.
zei:

De illusies over bovennatuurlijk geloof […] kun je op hun beurt als een soort metareligie beschouwen, met weer haar eigen onwrikbare geloofsregels en dogma’s. De apologeten zowel gelovigen als ongelovigen […] zijn haar profeten en dit is hun geloofsbelijdenis:
1. Alle religies zijn goedaardig
2. Alle religies zijn aan elkaar gelijk
3. Gij zult geen religieuze gevoeligheden tarten
4. Gij zult te allen tijde respect opbrengen voor wat mensen in naam van hun religie doen (behalve indien geen ‘ware’ religie)
5. Gij zult God niet afnemen van de mensen
6. Elke religie is als een ras (en gij zult geen racist zijn)
7. Heilige boeken kunnen eender wat betekenen (behalve wat er letterlijk staat)
8. Niemand neemt goddelijke openbaringen echt serieus.
9. ‘Ware’ religie kan geen haat zaaien
10. ‘Ware” religie leeft in harmonie met wetenschap

Bronnen

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *