Hoe maak je een terrorist?

Play

Terroristen ontstaan niet zomaar. Het is een fabeltje dat die op enkele weken gevormd worden. In werkelijkheid is er een heel proces aan voorafgegaan. Gauher Aftap legt dit haarfijn uit in zijn TED-talk die hij in Lahore hield. Hij vertelt ons ook hoe zij er iets aan deden met hun Paasbanproject.

Inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 23 oktober 2016, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 293ste aflevering van deze podcast.
Vandaag horen jullie een TEDxtalk van Gauher Aftab over hoe terrorisme ontstaat. De vertaling is van Rik Delaet.
Mededelingen
De opnames van de vorige reeks waren van mindere kwaliteit. Mijn excuses daarvoor. De oorzaak zat eigenlijk in de instelling van de geluidsinstallatie van de ruimte waar de lezing doorging en eigenlijk buiten mijn invloed lag. Ik weet nu dat ik in het vervolg meer moet aandringen met mijn eigen inzichten rond de locale geluidsinstellingen.
Gedurende enkele maanden heeft ons contactformulier op de website niet gewerkt. Bijgevolg heb ik veel berichten gemist. De boodschappen zijn niet verloren gegaan, dus ga ik ze nu allemaal doorlopen en indien nodig beantwoorden. Ik heb nu het contactformulier verwijderd en vervangen door een Captcha die mijn emailadres zichtbaar maakt. Je kan mij altijd contacteren via jozef punt van punt giel at gmail punt com.
Hoe maak je een terrorist?
Making a terrorist | Gauher Aftab | TEDxLahore

Ik kom hier praten over gewelddadig extremisme en de dreiging die ervan uitgaat voor onze manier van leven, in Pakistan of waar ook ter wereld.
Ik hoorde dat de meerderheid van ons publiek ongeveer 25 is, grofweg dezelfde leeftijdscategorie als waar ikzelf toe behoor. Mijn eerste boodschap aan jullie is dat de wereld waarin de meesten van ons zijn opgegroeid en waarvan we dachten te weten hoe hij werkte niet langer bestaat. Die wereld is weg en zal nooit meer terugkomen. We moeten dit erkennen om te kunnen begrijpen wat het betekent wereldburgers te zijn in de 21e eeuw. Een van de belangrijkste uitdagingen waar we voor staan, is de opkomst van gewelddadig extremisme, zowel in religieuze context als nu in een etnische context in het Westen.
Laten we dus eerst eens kijken hoe we hier kwamen. Om te beginnen, wanneer de wortels van gewelddadig extremisme moeten worden onderzocht, verzinnen we allerlei gekke definities of rationalisaties voor deze dingen. We zeggen: “Arme mensen worden terroristen.” En: “Mensen die de islam niet begrijpen, volgen hem op de verkeerde manier.” Moslims zeggen dat deze mensen geen moslims zijn, dat dit niet de islam is. Dit zijn halve waarheden die het probleem niet oplossen, want we hebben als mondiale beschaving zelfs niet geprobeerd om het probleem te definiëren. Als ik dit 10 jaar geleden op een podium had gezegd, toen de oorlog tegen terreur nieuw was en de kolossale mislukking ervan nog niet duidelijk was, zouden ze mij een paniekzaaier hebben genoemd. Mensen zoals ik zouden alarmisten zijn genoemd. Toch leven we nu in een wereld waar de aanvallen in Parijs, in Californië en zelfs in Peshawar alledaags zijn geworden, waar namen van groepen als de Taliban, Al Qaida en ISIS in onze dagelijkse gesprekken opduiken, zodat zelfs zesjarigen weten wie deze mensen zijn. Onze kinderen gaan naar school in angst te worden aangevallen en gedood. Dit is de wereld waarin we leven.
En tegelijkertijd zien we nu een wereld waar het aanvaardbaar wordt om simpelweg aan populistische ideeën in het Westen toe te geven, om te praten over draconisch beleid tegen moslims en de islam, alleen maar om stemmen te krijgen. Dit is nu aanvaardbaar. We bevinden ons op de plaats waar we dat schisma hebben gecreëerd, waar we echt bij de afgrond staan, die laatste stap voor een regelrechte oorlog. En ik wil duidelijk maken hoe dicht we er bij zijn en hoe we er allemaal iets aan moeten doen. Laten we ons dus eens in de situatie plaatsen waarin miljoenen kinderen over de hele wereld zich bevinden wanneer ze geconfronteerd worden met radicale ideologieën zonder er enig verweer tegen te hebben. Ga eens in hun schoenen staan, vergeet het hier en nu even en zie je zelf als een veertienjarige, een twaalfjarige, een tienjarige, of zelfs een achtjarige.
Fase één van radicalisering. De eerste fase is het overnemen van de volledige en absolute religieuze en morele autoriteit door de radicaliseerder. Zet je reis verder en zie jezelf als iemand die in zijn vroege tienerjaren geconfronteerd wordt met iemand die er echt speciaal uitziet, iemand met een golvende baard, met smetteloos witte kleren, die verzen uit de Koran kan citeren die je niet eens begrijpt en die alles wat hij zegt, kan staven met verzen. Wanneer zo iemand een klaslokaal binnenloopt en tegen de 20 of 30 kinderen zegt: “Weet je, alles wat je geleerd hebt over de islam is verkeerd. Absoluut iedereen die jij geloofde, als het ging over religie of je moraal, had het fout. Het zijn allemaal mensen die al in dienst staan van het kwaad. Er is maar één islam die ik als radicale prediker vertegenwoordig. Er is maar één absolute waarheid en die moet je volgen.” Een kind in deze situatie kijkt naar die persoon en zegt: “Weet je wat? Deze man ziet er echt uit, hij zal wel weten waar hij het over heeft, want ik heb als twaalfjarige geen idee waar de islam over gaat, omdat mijn enige invloed tot nu toe kwam van mijn vrienden of misschien wel mijn ouders, en die zijn zeker, je weet wel, niet goed wijs. Dus laten we gewoon deze persoon geloven.” De eerste fase is bijna voor iedereen hetzelfde. De meeste kinderen zullen niet lang twijfelen als ze zo iemand tegenkomen en hem aanvaarden als absolute autoriteit op het gebied van religie en moraal. En dat is zo gevaarlijk.
Maar het wordt nog erger. In de tweede fase worden de verhalen over geweld goedgepraat. Een wereldwijd verhaal van slachtofferschap, een verhaal van historisch slachtofferschap door toedoen van ‘het Westen’, of wat veel moslimpropaganda of islamitische propaganda weergeeft als christenen en joden en hun ‘rijk van het kwaad’. Mensen worden omschreven met dit soort woorden, wat uiteraard leidt tot een soort ontmenselijking. Er is nog erger: er wordt een historisch verband gelegd in de vorm van een profetie waarin sprake is van een onvermijdelijke botsing tussen de Westerse wereld en de moslimwereld, al duizenden jaren lang. Dat idee lijkt te kloppen als je kijkt naar de islamitische conflictgebieden in de afgelopen duizend jaar, die letterlijk teruggaan tot de kruistochten, maar ook in heel de moderne geschiedenis. Conflicten in Bosnië, Kosovo, Tsjetsjenië, Kasjmir en Palestina worden steeds maar weer aangehaald en er komen er ook steeds meer. We hebben nu Syrië, Tunesië, Libië, brandhaarden over de hele wereld. Irak en Afghanistan zijn nog steeds open wonden voor de wereld.
Deze kinderen wordt bijgebracht dat deze voorvallen allemaal gerelateerd zijn en behoren tot een ‘doden of gedood worden’-scenario. Je kunt gedood worden, je kunt rustig blijven zitten, terwijl je familie wordt uitgemoord, je huis verwoest, je kinderen gedood, je ouders vermoord. Of je kunt voor jezelf opkomen en actie ondernemen. En die actie is uiteraard gewelddadig. Stel je de impact voor die dit verhaal heeft op een jonge geest, die niet weet waar Bosnië ligt of wat er gaande is in Kasjmir en waarschijnlijk zijn hele leven nooit uit zijn stad is weggeweest. Dit kind denkt: “Ach God, wie zijn toch deze onmensen, deze ‘Westerlingen’, die mijn land vernietigen, mijn volk onderwerpen en een hele beschaving tot slaaf maken? Wie zijn deze mensen die onschuldigen doden? Hoe durven ze?” En de meer emotionele kinderen op die leeftijd zeggen: “Als het zo zit, dan hebben ze erom gevraagd. Ik word soldaat, ik ga ze bestrijden.” En hij neemt letterlijk al een stap, een zeer grote stap, om terrorist te worden.
Wat is de derde fase? In de derde fase beschrijft de radicale prediker de oneindige oceaan van liefde, acceptatie, vergeving en roem, die het martelaarschap is, de verheerlijking van de dood. Door dit te doen of terwijl hij dit doet, herinterpreteert de radicalist een zeer fundamenteel islamitisch begrip waarmee moslims elke dag opstaan, naar hun werk gaan en proberen hun best te doen. Het heet ‘jihad’. Jihad is in de moderne samenleving verworden tot een vies woord. Moslims vrezen het woord jihad door wat het nu betekent in de volkscultuur. Jihad is een woord dat nu synoniem is met een wereldwijde doodscultus, terwijl het eigenlijk een levensfilosofie is, zoals vroeger gepresenteerd door islamitische filosofen. Dat idee wordt nu aan een kind gepresenteerd als iets waarin alles wat ze zich kunnen voorstellen al is gebundeld en het wordt hen voorgehouden als slechts een kleine stap: je geeft je leven op en je bereikt dat allemaal. Een kind dat dat allemaal hoort, zegt bij zichzelf: “Ach God, deze man is briljant, hij is een genie. Hij beschrijft alles wat ik in mijn hele leven zou kunnen willen.” En natuurlijk is dat voor een 14-jarige zo goed als ‘game, set en match’. Je hebt hem alles gegeven en je hebt zijn offer herleid tot een dienst aan God.
De meesten van ons denken dat dàt het moment is waarop het kind volledig geradicaliseerd is en terrorist kan worden. Maar helaas komt dat moment veel eerder dan gedacht. Dat moment komt als ze nog niet eens doorhebben tot welke organisatie ze gaan toetreden. Ze hebben zelfs nog geen missie. Ze zijn nog niet aangesloten, maar ze zijn er klaar voor. Ze worden soldaten en ze zijn bereid om te gaan sterven. Op dat moment maakt het onderzoek dat we hebben gedaan — ons Paasban-project, dat zoveel van deze concepten voor mij heeft verduidelijkt — ons werk veel moeilijker en het maakt ons ook bevreesd.
Ik denk dat iedereen die het probleem begrijpt ook bang moet zijn, want als we inzien hoe dit proces werkt, moeten we ook evalueren hoe slecht de zaken er op dit moment voorstaan. De meesten van ons denken nog steeds dat we veilig zijn. Wij denken dat ons geld ons zal redden, we denken dat onze huizen ons zullen beschermen. Wij denken dat onze invloed ons indien nodig zal helpen. Dit zijn allemaal constructies die helemaal niet helpen.
Wat we weten, is dat als we in de dorpen met kinderen gaan praten, we zien dat een meerderheid al twee of drie principes van radicalisme in zich draagt, zonder ooit te zijn benaderd door een radicaliseerder. Tweederde van de gehele ondervraagde groep, een groep in de leeftijd van 10 tot 18 jaar, gelooft al in de absolute religieuze en morele autoriteit van een religieuze leider. Ze zijn al gehersenspoeld voordat het zelfs begonnen is.
Fase twee komt eraan. Vijftig procent van deze groep gelooft dat geweld een gerechtvaardigd middel is om hun mening op te leggen. Het radicaliseren is al gebeurd. Wie heeft dit gedaan? Ze zijn nog niet bij ons thuis geweest. Wij zijn het, dit is onze nalatigheid, dit is onze apathie, onze onwil om mee te praten in een debat dat letterlijk zal beslissen of we zullen overleven als mondiale beschaving. We hebben 36 jaar aan de zijlijn gestaan. We hebben toegestaan dat onze kinderen door deze mensen werden ingepalmd voor hun verborgen agenda. Wij, moslims over de hele wereld hebben dat toegestaan. We hebben toegestaan dat ons geloof werd ingepalmd, verdraaid en misbruikt. En niet-moslims over de hele wereld zijn medeplichtig doordat dat ze het probleem niet konden begrijpen en niet in staat zijn om hun regeringen ter verantwoording te roepen voor hun rol daarin. Niet-moslims moeten hun regeringen ook ter verantwoording roepen, zij maken even goed deel uit van het probleem, net als moslims; het is een wereldwijd probleem.
Om je een idee te geven hoe slecht de zaken er voorstaan. Volgens een overheidsrapport van twee maanden geleden zijn er meer dan 35.000 madrassa’s in Pakistan. Natuurlijk zijn niet alle madrassa’s radicaal, maar je kan je wel indenken welk percentage van dit aantal, welk percentage van deze 3,5 miljoen kinderen die elk jaar door het madrassa-systeem gaan, geradicaliseerd worden of openstaan voor radicale ideologieën.
Een op de zes ISIS-rekruten uit het Westen was een nieuwe bekeerling tot de islam. Wat betekent dat? Betekent dat dat de islam of moderne of kwaadaardige herinterpretaties ervan het probleem zijn? Nee. Het is een direct gevolg van de Westerse beschavingen die lijden en chaos creëren terwijl ze hun rijk uitbreiden. Het is een direct gevolg van burgers in Westerse landen die zich rechteloos voelen, die vinden dat niemand om hen geeft en dat de maatschappij hen tekort doet. Ze zijn op zoek naar islamitisch radicalisme. Ik haat het om het woord te gebruiken, maar zo zeggen we het nu eenmaal. Ze denken dat deze vorm van gewelddadig extremisme hun oproep tot rebellie is, hun oproep tot revolutie. Ze associëren zich ermee om zijn vermogen, zijn bewezen vermogen om terug te slaan naar dat ‘rijk van het kwaad’. Dit is weer hun terminologie. Zo slecht is de situatie dus. Er zijn niet-islamieten die meegaan in dit discours om hun gram te halen. Er zijn mensen bij ons thuis met kinderen jonger dan 10 jaar die onderbewust al geradicaliseerd zijn. En miljoenen kinderen volgen een onderwijssysteem waarop absoluut geen enkele controle wordt uitgeoefend.
Wat is hieraan te doen? Uiteraard lost het Paasban-project dit niet allemaal op. We staan nog maar aan het begin. Maar wat we wel weten, is dat er iets aan kan worden gedaan, dat er niets is dat niet kan worden hersteld. Niets van dit alles dwingt ons tot de wraakzuchtige mentale toestand die we hebben aangenomen, waarbij we denken dat het doden van terroristen de enige manier is. Dat is absoluut het tegenovergestelde van wat we moeten doen. Dit project, hoe minimalistisch ook, alleen een probeersel eigenlijk, kon harten en gedachten veranderen en de houding over extremisme veranderen in slechts één maand. Het geeft mensen zoals ik veel hoop dat die 50% van de mensen die geloofden dat geweld een manier was om hun mening op te dringen, van gedachten konden veranderen, en dat die 50% van de mensen die geloofden in de absolute autoriteit van een religieuze leider achteraf zeiden: ‘Weet je wat? Ik denk er nog eens over na.” Dit zijn grote stappen gezet door minimale inspanningen van mensen zoals ik.
Het is nu de verantwoordelijkheid van elk individu in deze wereldwijde beschaving. De reden dat wij deze statistieken laten zien, is niet om te zeggen dat onze manier de juiste is. Wij staan helemaal aan het begin, waar mensen zoals ik proberen ruimte in de samenleving te creëren om deze zeer cruciale gesprekken te voeren, om dat inzicht te ontwikkelen bij Westerlingen, bij moslims en bij niet-moslims, over hoe we hier terecht kwamen en hoe we hier weer weg kunnen geraken. En hoe wij jullie en ons allemaal als een mondiale beschaving naar de eindstreep voortstuwen, voordat we onszelf en elkaar vernietigen in het proces. Deze profetie van de botsing der beschavingen, het onvermijdelijke ‘doden of gedood worden’, maakt zichzelf in deze generatie vanzelf waar als we niet handelen. Dit probleem is niet langer het domein van de lidstaten en hun organen. Ze hebben geen enkele macht om te beïnvloeden wat er in jullie huizen of in jullie harten omgaat. Dit is onze strijd, ons gevecht, en als we dit niet elke dag bevechten, staan we voor de afgrond en zullen we het in de komende generaties niet kunnen herstellen. Ik smeek jullie allen, ik doe een beroep op jullie allen: laat je apathie, je angst, je houding van laat-maar-waaien, je paniek niet toe om in dit aas te bijten. We moeten allemaal een duit in het zakje doen. Ik hoop dat jullie dit onthouden.

Het citaat
Het citaat van vandaag komt van Benjamin Franklin.
Franklin zei

Zij die een fundamentele vrijheid opgeven voor meer tijdelijke veiligheid verdienen noch vrijheid noch veiligheid

Bronnen

2 Comments

  1. gerda sterk said:

    dit is de meest heldere ontleding van hoe een terrorist gevormd wordt, die ik al gehoord heb

    23 oktober 2016
    Reply
    • Jozef said:

      Bedankt.

      24 oktober 2016
      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *