Hoe feiten terugslaan

Play

Onderzoekers ontdekken een verrassende bedreiging voor de democratie: onze hersenen. Vandaag bespreken we: Hoe feiten terugslaan.

Transcript
Goeiedag, het is vandaag zondag 6 november 2011, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 107de aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet. De muziek is van Niek Lucassen. Vandaag bespreken we: Hoe feiten terugslaan.

Onderzoekers ontdekken een verrassende bedreiging voor de democratie: onze hersenenDoor Joe Keohane | 07.11.2010

Het is een van de grote uitgangspunten van de moderne democratie dat een geïnformeerde burgerij te verkiezen is boven een onervaren. “Wanneer de mensen goed geïnformeerd zijn, zullen ze ook de juiste regering kiezen”, schreef Thomas Jefferson in 1789. Dit begrip, uitgevoerd door de jaren heen, is de grondslag van alles, gaande van nederige politieke pamfletten over presidentiële debatten tot aan het hele idee van een vrije pers. De mensheid mag dan van krom hout zijn, zoals Kant het uitdrukte, uniek gevoelig voor onwetendheid en verkeerde informatie, maar het is een geloofsartikel dat kennis de beste remedie is. Als mensen zijn voorgelicht met de feiten, zullen ze helderdere denkers en betere burgers zijn. Als zij onwetend zijn, zullen de feiten hen verlichten. Als ze zich vergissen, zullen feiten hun denken bijsturen.

Op het einde zal de waarheid zegevieren. Of niet?

Misschien niet. Recent hebben een paar politieke wetenschappers ontdekt dat er een menselijke neiging bestaat die diep ontmoedigend is voor iedereen met geloof in de kracht van informatie. Het is dit: feiten hebben niet per se de macht om onze gedachten te veranderen. In feite precies het tegenovergestelde. In een reeks van studies in 2005 en 2006, van onderzoekers van de Universiteit van Michigan bleek dat wanneer fout geïnformeerde mensen, in het bijzonder politieke medestanders, werden geconfronteerd met gecorrigeerde feiten in nieuwsverhalen, ze zelden van gedacht veranderden. Erger nog, ze werden vaak nog volhardender in hun geloof. Feiten, vonden de onderzoekers, verhielpen desinformatie niet. Net als ondermaatse antibiotica een ziekte erger kunnen maken kunnen feiten daadwerkelijk de desinformatie nog versterken.

Dit voorspelt weinig goeds voor de democratie, omdat de meeste stemmers – de mensen die beslissen hoe het land bestuurd wordt – geen onbeschreven blad zijn. Zij hebben al overtuigingen en een hoop feiten zit al verankerd in hun gedachten. Het probleem is dat de dingen die zij denken objectief te zijn, soms bewijsbaar onjuist zijn. En bij confrontatie met de juiste informatie, reageren deze mensen heel, heel anders dan de louter ongeïnformeerden. In plaats van de juiste informatie in zich op te nemen, kunnen ze zich nog dieper verschansen in hun vooroordelen.

“Het algemene idee is dat het absoluut bedreigend is om toe te geven dat je ongelijk hebt”, zegt politiek wetenschapper Brendan Nyhan, de hoofdonderzoeker van de Michigan studie. Het fenomeen – bekend als “terugslaan” – is “een natuurlijk afweermechanisme om cognitieve dissonantie te voorkomen.”

Deze bevindingen openen een langlopende discussie over de politieke onwetendheid van de Amerikaanse burgers over de bredere vragen van het samenspel tussen de aard van de menselijke intelligentie en onze democratische idealen. De meesten onder ons geloven graag dat onze meningen langzaamaan zijn gevormd door een zorgvuldige, rationele afweging van feiten en ideeën, en dat de beslissingen op basis van die opinies daarom degelijk en intelligent lijken. In werkelijkheid baseren we onze meningen vaak op onze overtuigingen, die een ongemakkelijke relatie met de feiten kunnen hebben. En in plaats van dat feiten overtuigingen aansturen, kunnen onze overtuigingen de feiten bepalen die wij verkiezen te accepteren. Ze kunnen ons aanzetten om feiten te verdraaien, zodat ze beter passen bij onze vooroordelen. Het ergste van alles, kunnen ze ons ertoe aanzetten om kritiekloos slechte informatie te aanvaarden, alleen al omdat ons dat in onze overtuiging sterkt. Deze versterking geeft ons meer vertrouwen dat we het bij het rechte eind hebben, en maakt ons minder geneigd om te luisteren naar eventuele nieuwe informatie. En dan gaan we stemmen.

Dit effect wordt alleen maar versterkt door de informatie-overvloed. Die biedt – naast een ongekende hoeveelheid goede informatie – ook een stroom van eindeloze geruchten, verkeerde informatie en twijfelachtige variaties op de waarheid. Met andere woorden: het was nog nooit zo makkelijk voor mensen om verkeerd zijn, en zich tegelijkertijd zekerder te voelen van hun eigen gelijk.

“Hartstochtelijke Verdediger Van Wat Hij Denkt De Grondwet Te Zijn”, was een recente Onion kop. Net als de beste satire, ontlokt dit smerige juweeltje een lach, die vervolgens direct wordt gedempt door een raar gevoel van herkenning. De laatste vijf decennia van de politieke wetenschap werd definitief vastgesteld dat de meeste hedendaagse Amerikanen zelfs geen basiskennis meer hebben van de manier waarop hun land werkt. In 1996 stelde Larry M. Bartels van Princeton University, “de politieke onwetendheid van de Amerikaanse kiezers is een van de best gedocumenteerde gegevens in de politieke wetenschap.”

Op zichzelf zou dat geen probleem hoeven te zijn: onwetende mensen zouden ervoor kunnen kiezen om niet te gaan stemmen. Maar in plaats daarvan lijkt het erop dat de slechtst geïnformeerde mensen vaak de sterkste politieke meningen hebben. Een opvallend recent voorbeeld is een studie gedaan in het jaar 2000, geleid door James Kuklinski van de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign. Hij leidde een invloedrijk experiment waarbij aan meer dan 1.000 inwoners van Illinois vragen over welzijnszorg werden gesteld: over het percentage van de federale begroting besteed aan welzijnszorg, het aantal personen ingeschreven bij het programma, het percentage van zwarte steuntrekkers en de gemiddelde uitbetaling. Meer dan de helft gaf aan dat zij ervan overtuigd waren dat hun antwoorden juist waren – maar in feite had slechts 3 procent van de mensen meer dan de helft van de vragen goed. Misschien nog verontrustender is dat degenen, die er het zekerst van waren dat ze gelijk hadden, diegenen waren die over het algemeen het minst over het onderwerp wisten. (De meeste van deze deelnemers waren erg bevooroordeeld over welzijnszorg in de zin dat ze ertegen waren.)

Studies van andere onderzoekers hebben soortgelijke verschijnselen waargenomen bij de aanpak van het onderwijs, hervorming van de gezondheidszorg, immigratie, positieve actie, wapenbezit, en andere kwesties die de neiging hebben sterk partijpolitieke opinies uit te lokken. Kuklinski noemt dit soort reactie het “Ik weet dat ik gelijk heb”-syndroom, en beschouwt het als een “potentieel geducht probleem” in een democratisch systeem. “Het betekent niet alleen dat de meeste mensen zich zullen verzetten tegen rechtzetting van hun feitelijke overtuigingen,” schreef hij,” maar ook dat de mensen die die correctie het meest nodig hebben dat het minst vaak zullen doen.”

Wat is er aan de hand? Hoe kunnen we dingen zo verkeerd zien en tegelijkertijd er zo zeker van zijn dat we gelijk hebben? Een deel van het antwoord ligt in de manier waarop onze hersenen zijn bedraad. Over het algemeen hebben mensen de neiging om samenhang te zoeken. Er is een aanzienlijke hoeveelheid psychologisch onderzoek waaruit blijkt dat mensen de neiging hebben om informatie zo te interpreteren dat dat hun al bestaande opvattingen versterkt. Als we iets geloven over de wereld, hebben we meer kans om alle informatie die onze overtuigingen bevestigt passief als waarheid te aanvaarden, en informatie die dat niet doet actief te ontkennen. Dit staat bekend als “gemotiveerd redeneren.” Of de consistente informatie al dan niet juist is, kunnen we accepteren als een feit, als een bevestiging van onze overtuigingen. Dit geeft ons meer vertrouwen in de genoemde overtuigingen, en minder neiging om feiten die ermee in tegenspraak zijn serieus te nemen.

Nieuw onderzoek, vorige maand gepubliceerd in het tijdschrift Political Behavior, blijkt dat zodra deze feiten – of “feiten(?)” – eigen zijn gemaakt, ze zeer moeilijk zijn te veranderen. In 2005, te midden van de schrille roep voor een betere feitencontrole in de media in de nasleep van de oorlog in Irak, bedachten Michigan Nyhan en een collega een experiment, waarin de deelnemers verzonnen nieuwsverhalen kregen te horen, die elk een bewijsbaar onjuiste bewering door een politieke figuur bevatten, nochtans op grote schaal verspreid: dat er massavernietigingswapens in Irak waren gevonden (er waren er geen), dat de belastingverlagingen van Bush de overheidsinkomsten deden stijgen (in feite verminderden ze), en dat de regering Bush een totaal verbod op stamcelonderzoek had opgelegd (alleen een bepaalde federale financiering werd beperkt). Nyhan voegde een duidelijke, directe correctie na elk stuk van verkeerde informatie toe, en vervolgens ging de studie na of de correctie aansloeg bij de deelnemers.

Voor het grootste deel niet. De deelnemers die zichzelf identificeerden als conservatieven geloofden zelfs nog sterker in de verkeerde informatie over massavernietigingswapens en belastingen nadat de correctie werd gegeven. Voor deze twee gevallen was het zo dat hoe sterker de deelnemer om het onderwerp gaf – een factor die bekend staat als ‘salience’ – hoe sterker de terugslag was. Het effect was iets anders bij mensen die zich als liberaal identificeerden: als ze de gecorrigeerde verhalen lazen over stamcellen, sloegen de correcties aan, maar de lezers ontkenden nog steeds het storende feit dat de beperkingen van de regering Bush niet volledig waren.

Het is onduidelijk wat het gedrag stuurt – het kan variëren van een eenvoudige verdedigende houding tot mensen die harder werkten om hun initiële overtuigingen te verdedigen – maar zoals Nyhan het droogjes uitdrukte, “Het is moeilijk om optimistisch te zijn over de effectiviteit van feitencontrole.”

Het zou geruststellend zijn om te denken dat politieke wetenschappers en psychologen een manier vonden om dit probleem tegen te gaan, maar dan zouden we onszelf voorbijlopen. Het voortbestaan van de politieke misvattingen blijft een jong onderzoeksveld. “Het is het onderwerp van de dag”, zegt Nyhan.

Maar de onderzoekers werken er aan. Een goede aanzet kan het gevoel van eigenwaarde zijn. Nyhan werkte aan een studie waarin hij liet zien dat mensen, die een zelfbevestigingsoefening hadden doorlopen, meer geneigd waren om nieuwe informatie te verwerken dan mensen die dat niet hadden. Met andere woorden, als je je goed voelt over jezelf, zal je luisteren – en als je je onzeker of bedreigd voelt, niet. Dit zou ook verklaren waarom demagogen profiteren van het ongerust houden van mensen. Hoe meer mensen zich bedreigd voelen, hoe kleiner de kans dat ze bereid zijn om te luisteren naar afwijkende meningen, en hoe gemakkelijker ze te controleren zullen zijn.

Er zijn ook enkele gevallen waarin directheid werkt. Kuklinski’s studie over welzijnszorg suggereert dat mensen daadwerkelijk hun overtuigingen herzien als je ze “tussen de ogen” raakt met botweg gepresenteerde, objectieve feiten die hun vooropgezette ideeën tegenspreken. Hij vroeg een groep van deelnemers welk percentage van de begroting zij dachten dat de federale overheid besteedde aan welzijnszorg, en welk percentage zij vonden dat de overheid eraan zou moeten besteden. Een andere groep kreeg dezelfde vragen, maar de tweede groep werd onmiddellijk verteld wat het juiste percentage was dat de overheid besteedt aan welzijnszorg (1 procent). Hun werd vervolgens gevraagd hoeveel, met dat in gedachten, de overheid zou moeten besteden. Ongeacht hoe fout ze waren vóór de ontvangst van de informatie, paste de tweede groep wel degelijk hun antwoord aan aan de juiste gegevens.

Kuklinski’s studie ging echter over mensen die hun informatie op een zeer interactieve manier direct van de onderzoekers kregen. Als Nyhan probeerde om te corrigeren in een real-world situatie, via een nieuwsbericht, viel dat tegen. Zelfs als mensen de nieuwe informatie accepteren blijft ze niet plakken op de lange termijn, of heeft het gewoon geen effect op hun meningen. In 2007 hebben John Sides van de George Washington Universiteit en Jack Citrin van de Universiteit van Californië in Berkeley onderzocht of misleide mensen door hen de juiste informatie te geven over het percentage immigranten in de VS bevolking hun opvattingen over immigratie zouden veranderen. Niet dus.

En als je het idee – populair zowel aan de linker- als aan de rechterzijde – koestert dat de oplossing hiervoor meer onderwijs en een hoger niveau van verfijning van de politieke kiezers zou zijn, dan dat is een begin, maar niet de oplossing. Een studie uit 2006 door Charles Taber en Milton Lodge aan de Stony Brook University toonde aan dat politiek geavanceerde denkers zelfs nog minder openstonden voor nieuwe informatie dan minder verfijnde types. Deze mensen kunnen het bij het juiste eind hebben voor ongeveer 90 procent van de dingen, maar hun vertrouwen maakt het bijna onmogelijk om de 10 procent waar ze helemaal verkeerd zitten, te corrigeren. Taber en Lodge vonden dit verontrustend, omdat die geavanceerde denkers de mensen zijn op wie de democratische theorie het meest steunt.”

In een ideale wereld zouden de burgers in staat moeten zijn om voortdurend waakzaam te blijven, toezicht te houden op zowel de informatie die zij ontvangen als op de manier waarop hun hersenen ze verwerken. Maar het nieuws volgen kost tijd en inspanning. En onafgebroken zichzelf in vraag stellen kan, zoals eeuwen van filosofen hebben aangetoond, uitputtend zijn. Onze hersenen zijn ontworpen om cognitieve snelkoppelingen te maken – afleiding, intuïtie, enzovoort – om precies dat soort ongemak te vermijden bij het omgaan met de storm van informatie die wij dagelijks ontvangen. Zonder deze snelkoppelingen zouden we maar weinig dingen ooit gedaan krijgen. Helaas, daardoor vallen we dan ook gemakkelijk ten prooi aan politieke leugens.

Nyhan beveelt uiteindelijk een aanpak van het nieuwsaanbod aan. In plaats van zich te concentreren op de burgers en consumenten van desinformatie, suggereert hij op zoek te gaan naar de bronnen. Als je de “reputatiekosten” van de dagdagelijkse handel in slechte info verhoogt, zo stelt hij, kun je mensen ervan weerhouden om zich daaraan te bezondigen. “Dus als je op ‘Meet the Press’ verschijnt en je krijgt lik op stuk als je onzin vertelt”, zegt hij, “zou je twee keer nadenken voordat je het weer gaat doen.”

Helaas kan deze op schaamte gebaseerde oplossing even ongeloofwaardig zijn als dat ze verstandig zou zijn. Vlotgebekte politieke experts zijn opgestegen naar het rijk van het zeer lucratieve volksvermaak, terwijl professionele feitencontrole wegkwijnt in de kerkers van de kommaneukerij. Voor een politicus of een expert met een uitgestreken gezicht is betogen dat George W. Bush 9 / 11 had besteld, of dat Barack Obama het resultaat is van een vijftigjarig complot door de regering van Kenia om de Verenigde Staten te vernietigen al te gemakkelijk. Hem zich daarover beschaamd laten voelen is dat niet.

Joe Keohane is een schrijver in New York.

European Podcast Awards

Nu is het alle hens aan dek voor de European Podcast Awards. Je kan nog stemmen tot eind November. Vergeet ook niet dat je meerdere keren kan stemmen. Op mijn website vind je een link naar de stempagina. Alé komaan, ‘t is voor de goede zaak!

Kritisch denken op Twitter

Kritisch Denken heeft nu ook een Twitter account waarin we boodschappen zullen posten die verband houden met de afleveringen. Volg @RussellsTheepot op Twitter. Je kan ook op de “Volgen” knop drukken op de website of de blog.

Citaat

Het citaat

Het citaat van vandaag is van Baruch Spinoza. Het is al een tijdje geleden dat ik nog een citaat van Spinoza gebruikte. Voor wie hem nog niet kende, hij is één van de grootste filosofen uit de Nederlandse geschiedenis. Als Portugese joden is zijn familie naar het vrije Nederland van Erasmus uitgeweken. Daar leerde Spinoza een aantal andere grote denkers kennen zoals René Descartes. De twee belangrijkste werken van Spinoza zijn “Ethica” en “Tractatus theorlico politicus” waaruit dit citaat komt. Spinoza zei:

“Het doel van de politiek is dus in werkelijkheid de vrijheid.” – Tractatus Theologico Politicus, Hoofdstuk 20 [alinea 6]

Tot de volgende keer.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *