Het autoriteitsargument en appelleren aan emotie

Dit artikel is deel 4 uit de 12-delige serie Drogredenen
Play
autoriteit
“Jongeren hebben geen respect voor autoriteit tegenwoordig”.
Foto door Alexandre Dulaunoy
Introductie
Goeiedag, ik ben Jozef Van Giel en dit is de podcast “kritisch denken”. Het is vandaag 15 Maart 2009 en dit is de vierde aflevering van deze podcast. Deze aflevering is ook het vierde deel van een reeks die gaat over logische misvattingen.De tekst van deze reeks is gebaseerd op een vertaling van een tekst van Steven Novella van “The Skeptics guide to the Universe”. De originele tekst heet “Logical fallacies” en je kan het vinden op hun website. Vanaf mijn website kan je een link vinden naar dat document.In deze aflevering, behandelen we de veel voorkomende misvatting “het autoriteitsargument” en het appelleren aan emotie. Van het autoriteitsargument bestaan er veel subtypes. Deze misvatting komt in zoveel vormen voor dat we er bijna een volledige aflevering aan spenderen.
Autoriteitsargument
De basisstructuur van zulke argumenten is als volgt: Professor X gelooft A, Professor X spreekt met autoriteit, dus is A waar. Heel dikwijls wordt dit bekrachtigd door de vele jaren ervaring, of door de vele onderscheidingen van het individu dat de concrete bewering maakt. Soms wordt ook het inverse van dit argument gebruikt, namelijk dat iemand de autoriteit niet bezit zodat zijn bewering foutief moet zijn. (Dit geval kan ook aanzien worden als een ad-hominem logische misvatting – dat we in een latere aflevering zullen bespreken.)

In de praktijk kan dit een logische misvatting zijn die complex is om mee om te gaan. Het is namelijk verantwoord om iemands ervaring en opleiding in rekening te brengen wanneer je zijn beweringen onderzoekt. Ook een consensus op een wetenschappelijk standpunt draagt enige verantwoorde autoriteit. Bovendien is het onmogelijk om alle onderwerpen persoonlijk te onderzoeken. Maar het is nog altijd mogelijk dat hoog opgeleide individuen fouten maken en dat een brede consensus uiteindelijk toch fout blijkt te zijn – spreken vanuit een autoriteitsstandpunt maakt een bewering nog niet waar.
Deze logische misvatting doet zich ook in een meer subtiele vorm voor. Bijvoorbeeld, UFO voorstanders betogen dat UFO waarnemingen door luchtvaart piloten als geldig beschouwd zouden moeten worden omdat piloten opgeleide waarnemers zijn, betrouwbare karakters zijn, en getraind zijn om niet te panikeren in noodsituaties. In essentie betogen ze dat we de piloten zouden moeten vertrouwen als ooggetuige.

Een historisch voorbeeld van het autoriteitsargument vinden we bij orthomoleculaire therapie. De uitvinder van deze therapie was Linus Pauling. Hij is twee keer Nobelprijswinnaar en de enige persoon die de Nobelprijs ooit won in twee totaal verschillende disciplines. Hij onderzocht de werking van vitamines en ontdekte het belang ervan in de werking van het lichaam. Van daaruit ontwikkelde hij de theorie van de orthomoleculaire therapieën die er, vereenvoudigd, op neer komen dat je grote hoeveelheden vitamines moet nemen om allerlei kwalen te genezen of te vermijden. Vooral vitamine C was zeer in trek. Latere onderzoeken hebben aangetoond dat deze therapieën helemaal niet werken en dat een teveel aan bepaalde vitamines zelfs schadelijk kan zijn. Pauling heeft zich echter nooit neergelegd bij de resultaten van deze onderzoeken. Orthomoleculaire therapie wordt nog altijd door sommige mensen als werkend aangezien en Pauling wordt natuurlijk als het autoriteitsargument voorgesteld.

Een ander interessant historisch voorbeeld van het autoriteitsargument is Einstein en de kwantummechanica. Einstein is altijd een zeer groot tegenstander geweest van deze theorie die gebaseerd is op waarschijnlijkheidsverdelingen en zeer onintuïtief is. Einstein was een determinist en een beroemde uitspraak van hem op dat vlak was: “God speelt niet met dobbelstenen”. Deze uitspraak wordt dikwijls verkeerdelijk gebruikt door gelovigen om aan te tonen dat Einstein in gelovig was. Dat is op zich ook een autoriteitsargument. Het feit dat Einstein gelovig zou zijn maakt het geloof niet geldig. Anderzijds is dit ook een verkeerd autoriteitsargument omdat de uitspraak van Einstein volledig uit zijn context getrokken is. God wordt hier enkel allegorisch gebruikt. Hij maakte deze uitspraak tijdens een discussie over kwantummechanica en bedoelde ermee dat de wereld deterministisch opgebouwd is. Dat betekent dat alles ofwel het een ofwel het ander doet. Kwantummechanica maakt gebruik van kansen. Volgens de kwantummechanica, bevindt een deeltje zich op een bepaald ogenblik in een bepaalde positie dat bepaald wordt door een gebied met een zekere waarschijnlijkheid. Tot daar is niets mis. Klassiek begrijpen we daaruit dat het deeltje ongeveer in dat gebied zit, maar we weten niet heel zeker waar precies omdat we het niet nauwkeurig kunnen meten en daarom geven we aan op welke plaats we het meest denken dat het ligt en dan plaatsen er rond, waar het zich ook wel zou kunnen bevinden, maar minder waarschijnlijk. Volgens de klassieke fysica is die waarschijnlijkheid het gevolg van het feit dat we niet oneindig nauwkeurig kunnen meten, maar de werkelijkheid is dat het deeltje zich wel degelijk slechts op één plaats bevindt. Volgens de kwantummechanica is dat niet zo. Volgens de kwantummechanica bevindt het deeltje zich werkelijk overal in de waarschijnlijkheidsruimte tegelijkertijd, wat betekent dat de natuur niet zeker is over waar een fysisch deeltje zich op een bepaald ogenblik bevindt. Het is dus niet het gevolg van onnauwkeurige meting, maar een fundamentele eigenschap van de materie. Deze stelling wordt geïllustreerd met de kat van Schrödinger die in een doos zit en zowel dood als levend is. Einstein was het daar dus niet mee eens alhoewel hij eigenlijk zelf mee aan de basis van de kwantummechanica stond door zijn deeltjestheorie van licht.
Uiteindelijk heeft de wetenschap de kwantummechanica omarmd. Goede wetenschap volgt met andere woorden het autoriteitsargument niet. Zelfs niet als deze autoriteit één van de grootste wetenschappers ooit is. Grote wetenschappers hebben er dan ook geen probleem mee dat men hem niet op zijn autoriteit gelooft. Ik kom hier straks op terug.

Het autoriteitsargument, of beroep doen op autoriteit, heeft veel subtypes, welke allemaal autoriteit inroepen op een specifieke groep of situatie. In de breedste zin veronderstelt deze logische misvatting dat, aangezien een persoon of groep een bepaalde positieve eigenschap bezit (zoals autoriteit), hun beweringen waar zijn. Hieronder vind je een aantal voorbeelden van verschillende types van positieve kwaliteiten die de moeite waard zijn om te vermelden.

Subtype: Appelleren aan het algemene geloof

Deze misvatting is het argument dat een bewering waar moet zijn omdat er veel mensen in geloven. Het veronachtzaamt de mogelijkheid, die dikwijls doorheen de geschiedenis werd aangetoond, dat de meerderheid het volledig verkeerd voor kan hebben. De populariteit van een idee of bewering is dikwijls gebaseerd op andere kenmerken dan logica en bewijsvoering.
In de wetenschappen is de theorie die het haalt niet deze die ondersteund wordt door heel veel mensen, maar wel de theorie die de sterkste argumenten kan aanbrengen.

De wet Colla had als doelstelling om de alternatieve geneeswijzen te regulariseren. De bedoeling was om de echte genezers van de charlatans te kunnen onderscheiden. Uiteindelijk heeft de wetgever beslist om een regularisatie uit de werken voor 4 alternatieve geneeswijzen, namelijk de homeopathie, acupunctuur, osteopathie en chiropraxie. De argumentatie die gebruikt is om deze 4 alternatieve geneeswijzen te regulariseren was dat dit de populairste alternatieve geneeswijzen zijn in België. Dat is natuurlijk een logische misvatting die appelleert aan het algemene geloof. In feit bestaat er maar één criterium om alternatieve geneeswijzen te regulariseren en dat is via een procedure van bewijsvoering van zijn effectiviteit. Het probleem is echter dat een alternatieve geneeswijze waarvan zijn effectiviteit bewezen wordt op dat moment ophoudt om een alternatieve geneeswijze te zijn omdat het op dat moment per definitie een reguliere geneeswijze is geworden. In dat geval wordt dus een wet zoals de wet Colla een overbodige wet omdat ze precies dezelfde criteria hanteert als de wet voor de registratie van reguliere geneeswijzen.

Einstein maakte ooit de fout om de kosmologische constante in zijn algemene relativiteitstheorie te voeren omdat hij vaststelde dat als hij dat niet deed, het heelal moest uitdijen of in elkaar storten. Hij ging er echter van uit dat het heelal constant was, zoals het in die tijd ook algemeen aanvaard werd. Maar snel werden er feiten verzameld die aantoonden dat het heelal uitdijde. Het was uiteindelijk de Leuvense professor en priester Lemaître die de basis legde voor de theorie van de Big Bang, of het uitdijend heelal. De kosmologische constante was niet meer nodig. Einstein had de kosmologische constante niet ingevoerd omdat er empirische feiten waren die deze noodzakelijk maken, of als gevolg van wiskundige afleidingen. Hij had die ingevoerd om zijn theorie consistent te maken met een algemeen aanvaard feit. Einstein heeft vrij snel zijn fout ingezien en had er dan ook geen problemen mee om zijn vergissing toe te geven. Hij heeft later de kosmologische constante de grootste vergissing uit zijn leven genoemd. Dit toont aan dat grote wetenschappers er geen probleem mee hebben dat ze niet geloofd worden op hun autoriteit en hun mening herzien als er belangrijke argumenten opgegeven worden.

Subtype: Zich beroepen op de naderende aanvaarding

Ik aanzie deze als een subtype van het gezagsargument omdat het neigt zich te wenden naar de autoriteit van een toekomstig geloof op een aanvaarding. Veel pseudowetenschappen, zoals creationisme, ESP en UFOlogie beweren dat een algemene aanvaarding eraan staat te komen. Dit is een logische misvatting (het gezagsargument) gekoppeld met een veronderstelde premisse (die van de toekomstige aanvaarding).

In veel pseudowetenschappen wordt gretig gebruik gemaakt van mogelijke gaten in de kennis om dit argument in te roepen. Zo maken gelovers in telepathie gebruik van het feit dat de mens maar 10% van zijn hersenen gebruikt en stelt dan stilzwijgend dat die andere 90% wel eens voor telepathie kan gebruikt worden. Dit is niet alleen een misvatting van de naderende aanvaarding, maar bovendien klopt het verhaal van die 10% niet. Het 10% feit is een misvatting van algemeen geloof dat volgt uit een foutieve citaat van een oude studie dat bovendien ondertussen al lang weerlegd is door nieuwe inzichten.

Subtype: Zich beroepen op verdienste of oprechtheid

Dit is het argument waarbij een persoon of groep een bepaalde verdienste heeft waardoor hun beweringen wel waar moeten zijn. Bijvoorbeeld: voorstanders van alternatieve geneeswijzen citeren soms dat een welbepaalde beoefenaar zeer oprecht en zorgzaam is, en dus moeten zijn beweringen rond de effectiviteit van hun behandeling geloofd worden. Een lichtgelovige geestenjager argumenteerde ooit tegen mij dat een ooggetuige die beweerde iemand te hebben gezien die een meter boven zijn bed leviteerde, geloofd moet worden want “waarom zou ze liegen?”

Een argument dat ik dikwijls hoor over de waarachtigheid van een welbepaalde helderziende, of astroloog is dat hij het niet voor het geld doet. Deze zin moet argumenteren dat de betrokken mensen geen bedriegers zijn die er alleen maar op uit zijn om er geld mee te verdienen. Wat in deze argumentatie vergeten wordt is dat er ook zoiets als zelfbedrog bestaat. Het is niet omdat een helderziende oprecht overtuigd is van zijn gave dat hij ook echt helderziende is. In een latere aflevering zullen we bespreken op welke manier je wel betrouwbaar kan nagaan of een helderziende echt helderziend is.

Subtype: Argument van samenzwering of anti-autoriteit

Dit is het omgekeerde van het autoriteitsargument en zegt in feite dat een bewering fout is omdat het komt of gesteund word door een autoriteit. Dit komt dikwijls voor in een context waarbij het officiële standpunt van de regering wel verkeerd moet zijn omdat dat het officiële standpunt van de regering is. Deze misvatting wordt dikwijls aanzien als een subtype van de ad-hominem misvatting, door te beweren dat de regering wel verkeerd moet zijn omdat ze gewoonlijk liegen of zich engageren in doofpotoperaties.

Dit is een geliefkoosd argument van alternatieve genezers die menen dat de reguliere artsen hen niet aanvaarden omdat ze de concurrentie niet dulden. Ook de farmaceutische industrie wordt dikwijls verweten niet te willen weten van de alternatieve geneeswijzen omdat ze alleen maar zoveel mogelijk winst willen maken. Dat het hoofddoel van de meeste farmaceutische bedrijven is om winst te maken is natuurlijk waar, maar het bovenste argument houdt natuurlijk geen steek omdat het gemakkelijker is om veel winst te maken door geschud water te verkopen dan om reguliere geneesmiddelen te verkopen die enorm duur zijn in onderzoek en ongeveer 10 jaar nodig hebben om goedgekeurd te worden. Over dat geschud water spreek ik nog in een latere aflevering.

Appelleren aan emotie

Deze misvatting is gelijk aan het autoriteitsargument, maar ik vind dat ze een aparte vermelding verdient. In essentie gaat het over elke argumentatie die beweert dat iets waar is omdat het leidt tot, of geassocieerd wordt met positieve emoties, of omgekeerd, dat de bewering fout moet zijn omdat het geassocieerd wordt met negatieve emoties. Een algemeen gebruik van deze misvatting bestaat erin om het geloof in God te verantwoorden. Velen argumenteren dat God wel moet bestaan omdat God het leven een waarde geeft, of ten minste zorgt voor geluk en tevredenheid. Mensen betogen soms ook dat ze geloven in het leven na de dood omdat ze niet kunnen omgaan met het alternatief dat de dood het einde is.

Nog een argument dat dikwijls gebruikt wordt om het bestaan van een God te verantwoorden is dat zonder godsdienst de mens immoreel zou worden. Dat argument maakt het bestaan van een God nog niet waar en bovendien klopt de argumentatie niet maar ook daarover zal ik uitgebreid spreken in een volgende aflevering.

Het Citaat
Dat was het weer voor deze aflevering. Het enige wat ons nog rest is het citaat van de week. Deze keer geef ik er twee. Het eerste komt van Albert Einstein.

“Blind geloof in autoriteit is de grootste vijand van de waarheid.”

De tweede komt van George Carlin. George Carlin is een Amerikaanse stand-up comedian die nogal graag de draak stak met de gevestigde orde. Hij is vorig jaar overleden. Je moet eens op YouTube gaan en George Carlin intypen als zoekterm. Hij is werkelijk ongelofelijk als cabaretier. Op mijn blog waar ik deze aflevering zal posten, zal ik ook enkele van mijn favoriete YouTube filmpjes van Carlin posten. George Carlin zei:

“Ik heb evenveel autoriteit als de paus. Er zijn alleen niet zoveel mensen die het geloven.”

Tot volgende week

Filmpjes George Carlin


Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *