Geschiedenis van de skeptische filosofie (2)

Play

P1010399_cropIs wetenschap bestand tegen de postmoderne kritiek? Wat hebben filosofen als Popper, Kuhn en Feyerabend hierover te zeggen? Gooit de stelling van Gödel geen roet in het eten? Is het eigenlijk wel mogelijk om betrouwbare informatie op te bouwen?

Goeiedag, het is vandaag zondag 2 juni 2013, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 164ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet, de muziek is van Niek Lucassen en Emile Dingemans verzorgt de website.

We hebben gewonnen!
P1010413_cropHet is zover, vorige week onvingen we onze trofee van de European podcast awards. Dank aan iedereen die voor ons stemde. Op de website vinden jullie enkele foto’s. En deze aflevering heb ik met de nieuwe recorder opgenomen. Als het resultaat beter is, zal ik heb blijven gebruiken, anders horen jullie de volgende keer weer een opname met mijn oude recorder.
Geschiedenis van de skeptische filosofie
Vorige keer hebben we de filosofische problemen besproken om tot betrouwbare informatie te komen. Maar bestaan hier ook oplossingen voor? In het tweede deel van de tekst van Jon Blumenfeld gaan we daar verder op in.

Geschiedenis van de skeptische filosofie

http://www.theness.com/index.php/a-history-of-skeptical-philosophy/
April 1998 door Jon Blumenfeld

DEEL II

We eindigden deel I met grote bezwaren tegen de wetenschappelijke methode en de opkomst van het relativisme. We vroegen wat de gevolgen van het relativisme waren en of we de wetenschappelijke methode konden behouden.

Ten eerste: de gevolgen. Een nieuwe soort filosofie zag het daglicht rond het idee van het relativisme, en een nieuw soort filosofen waren de vaandeldragers van postmodernisme, deconstructivisme, radicaal multiculturalisme, sociaal constructivisme, kritische rassentheorie en radicaal feminisme, om er maar een paar op te noemen. Ze zijn allemaal gebaseerd op één centraal thema: ofwel is er geen objectieve werkelijkheid of we kunnen ze niet objectief waarnemen. Dus zijn begrippen als waarheid, rede en rationaliteit slechts sociale constructies, meestal zo ontworpen dat ze de status quo handhaven. Een status quo die meestal in het voordeel speelt van blanke (of Europese) mannen.

In praktische termen: waarover gaat dit? Dit artikel zou onvolledig zijn zonder enkele grappige, maar in de grond huiveringwekkende citaten. Hier komen ze:

Afdelingshoofd Engels van Duke University en professor Recht Stanley Fish stelt: “Net als ‘rechtvaardigheid’, ‘verdienste’ en ‘vrijheid van meningsuiting’ is ‘rede’ een politieke entiteit, een ‘ideologisch geladen’ product met een ‘uitgesproken politieke agenda’.” Hij heeft ook gewoon gezegd dat “zoiets als intrinsieke verdienste niet bestaat.”

Professor Houston Baker, Jr., van de Universiteit van Pennsylvania (in 1991 verkozen tot president van de Modern Language Association) heeft geschreven dat “lezen en schrijven alleen maar beheersingstechnologieën zijn, oorlogswetten in een academisch kleedje.”

Radicale feministe Andrea Dworkin definieert het huwelijk als een wettelijk contract dat verkrachting een legale basis geeft. Deze denkers verwerpen vaak de normale normen van kritiek op hun werk. In de woorden van een andere radicale feministe, Catherine MacKinnon:

“Als feminisme een kritiek is op het objectieve standpunt als mannelijk, dan verloochenen wij ook de standaard wetenschappelijke normen als toereikende criteria voor onze theorie, omdat het objectieve standpunt dat we bekritiseren het standpunt van de wetenschap is. Met andere woorden, onze kritiek op het objectieve standpunt als mannelijk is een kritiek op de wetenschap als een specifiek mannelijke benadering van kennis. Daarom verwerpen wij mannelijke criteria voor verificatie.”

De waarheid is subjectief en politiek, de deur staat open voor ieders favoriete soort irrationalisme: van alternatieve geneeskunde tot New Age spiritualisme, van ‘no-context’ literatuur naar wetenschap als politiek.

DE UITWEG

Inductie

Hoe geraken we hier verdorie uit? Kunnen we een antwoord geven op de bezwaren tegen de wetenschappelijke methode en misschien ons concept herstellen dat er een objectief universum bestaat, een dat we kunnen meten en met modellen kunnen benaderen?

David_HumeLaten we teruggaan en de problemen met de wetenschappelijke methode opnieuw bekijken. Het eerste was het probleem met inductie, dat is het logische proces dat we willen gebruiken om algemene wetten uit onze waarnemingen af te leiden. We herinneren eraan dat David Hume, de Schotse filosoof, ons vertelde dat we niet kunnen aannemen dat een gebeurtenis een andere veroorzaakt, alleen maar omdat we de ene altijd voorafgegaan zien door de andere, zelfs als de tweede altijd volgt op de eerste – dit is slechts onze ervaring van de gebeurtenissen, en daarin ligt het probleem. Hume zegt ons dat we alleen maar een verslag hebben over voorbije sequenties van gebeurtenissen, maar we kunnen niet bewijzen dat het altijd op die manier zal gebeuren.

Harvard filosoof Nelson Goodman gaat ons hieruit helpen. Als antwoord op Hume stelt hij nog een vraag: wat moet inductie voor ons doen? Deductie, het andere soort bewijs, werkt door de wetten die we gebruiken om ze te definiëren. De logische en verzamelingtheoretische wetten leiden ons van axioma’s tot conclusies waar geen speld is tussen te krijgen: dat is deductie. Goodman zegt dat dit niet méér is dan een definitie van deductie. Natuurlijk dat het werkt, want we hebben het zo gedefinieerd. In het geval van inductie vragen wij te veel als we bewijzen van het axiomatische type willen. We moeten onze definitie controleren. Als we dat doen, zien we dat inductie moet werken om precies die verzameling waarnemingen te generaliseren die we de hele tijd hebben proberen te bewijzen, want dat is de definitie van inductie. Nu kan dit een cirkelredenering lijken, en Goodman is zich daar terdege van bewust. Uiteindelijk moeten, zoals bij logica en verzamelingenleer in het geval van deductie, de onderliggende regels onderzocht en gecodificeerd worden. Het probleem nu, dat Goodman ‘Het Nieuwe Raadsel van Inductie’ noemt, is het bepalen van die onderliggende regels. Die gaan ons vertellen welke soorten waarnemingen kunnen worden gegeneraliseerd, en dat blijkt helemaal niet zo triviaal te zijn. Goodman begint met te zeggen dat het probleem er nu een is van bevestiging, of het vinden van de waarnemingen die het bevestigen of bewijsmateriaal leveren voor die hypothesen.

Goodman komt met een theorie van bevestiging en ‘projectibiliteit’ die ons vertelt welke soort hypothesen kunnen worden geformuleerd en welke bewijzen nodig zijn om deze hypotheses te bevestigen. Het proces is er een van het vergaren en testen van bewijsmateriaal, zoeken naar herhaalbaarheid en algemeenheid, waarin het bewijs voor een hypothese wordt opgebouwd over vele waarnemingen … Hola! Wacht even! Is dat niet de wetenschappelijke methode zelf? Dus inductie en de wetenschappelijke methode werken wanneer we ons realiseren dat we niet vragen om axiomatische bewijzen maar eerder om een opeenstapeling van bewijsmateriaal om onze hypothesen te bevestigen.

 

Onvolledigheid

 

In Gödels onvolledigheidstheorema staat dat geen enkel axiomatisch systeem kan worden vertrouwd om tot elke ware uitspraak te komen. Ook kan niet worden bewezen dat altijd ware uitspraken worden voortgebracht. Dat was het tweede grote bezwaar tegen de wetenschappelijke methode.

Wat we moeten onthouden is dat het toepassen van Gödels theorema niet de waarheidswaarde van de in een systeem afgeleide uitspraken elimineert – de waarheid is nog steeds de waarheid, ook al zijn onze systemen niet in staat om alle waarheden te bewijzen.

Bovendien geeft het onvolledigheidstheorema niemand het recht om zelf uit te maken wat waar is. Zeg dat het waar is dat je kan vliegen en probeer dan (bij wijze van spreken) te vliegen vanaf de hoogste bol van het Atomium. Let er dan eens op hoelang je ‘waarheid’ geldig blijft. Het onvolledigheidstheorema stelt grenzen aan het soort problemen die systematisch kunnen worden opgelost, maar dat is iets heel anders dan het relativistische ‘alles kan’ van de postmodernisten.

 

Sociale Constructie

 

Aan de andere kant slepen wetenschappers allerlei culturele bagage mee en maken ze modellen van de wereld die gekleurd zijn door hun vooroordelen. Daarbij is wetenschap befaamd als zijnde conservatief: hoe lang duurde het om de wereld ervan te overtuigen dat de aarde rond de zon draait of dat bacteriën (of zelfs meteoren) bestaan? Het is duidelijk dat we sociale wezens zijn die leven in een wereld van sociale constructen. We hebben onze opvattingen over wat wetenschappelijk waar is door de jaren heen voortdurend aangepast. Van platte naar bolvormige aarde, van geocentrisch naar heliocentrisch, van klassiek Newtoniaans naar de moderne relativiteitstheorie/kwantummechanica dualiteit. En we staan klaar om ook die laatste te laten vallen (of te versterken) ten gunste van de geünificeerde veldentheorie.

Laten we het proces waarbij de ‘waarheid’ zogenaamd verandert eens nader bekijken. Jacques Derrida heeft gezegd dat we in de meeste gevallen gebruik maken van rationele processen, maar dat we af en toe ‘uit onze rationaliteit treden’ en een irrationele aanpassing van ons wereldbeeld maken. Net zoals Kuhns paradigmaverschuivingen. Is dit proces echt extra-rationeel? Als we de waarheid konden hermaken zodat ze voldeed aan onze sociale vooroordelen, waarom zouden we dan ooit een dergelijke verschuiving nodig hebben? Zou het niet makkelijker zijn in onze oude vertrouwde wereld met onze vertrouwde oude veronderstellingen te blijven en nooit de nieuwe uitdaging moeten aangaan? Het veranderingsproces moet rationeel zijn, waarin onze natuurlijke neiging om conservatief bij het oude te blijven’ eindelijk gedwongen wordt plaats te maken voor een rationele analyse van het onweerlegbare, onveranderlijke bewijsmateriaal dat zich ophoopt. Als onze sociale constructen in conflict komen met onze waarnemingen, zijn het de sociale constructen die moeten veranderen, niet de waarheid. We kunnen nu toegeven dat zelfs onze wetenschappelijke theorieën sociale constructies zijn, maar ze zijn ook onderworpen aan de regels van bevestiging door bewijsmateriaal en ze moeten veranderen als gevolg van nieuw bewijsmateriaal. Maar het bewijsmateriaal zelf kunnen ze niet veranderen. Deze opeenstapeling van bewijsmateriaal en bevestiging geeft het antwoord op de tegenwerping van Kuhn dat van geen paradigma kan worden aangetoond dat het dichter bij de ‘waarheid’ zit dan enig ander. Het oude paradigma had ook zijn bewijsmateriaal, maar het nieuwe moet niet alleen een verklaring geven voor het oude bewijsmateriaal, maar ook voor nieuw bewijsmateriaal. Het moet, per definitie, meer verklaren dan het oude paradigma. Deze verschuivingen brengen ons niet van de ene ‘wereld’ naar de andere, ze creëren geen onoverbrugbare kloof waardoor we, gevangen in een ander paradigma, niet meer in staat zijn te communiceren om met de ‘oude’ wereld – het is gewoon de natuurlijke progressie van de wetenschap, het veranderen van de modellen waarmee we de wereld die we zien proberen uit te leggen. De wereld zelf blijft echter onveranderd.

We kunnen zelfs nog verder gaan als we dat willen. Als wetenschappelijke theorieën sociale constructies zijn, onderworpen aan toetsing door waarnemingen, waarom zijn onze andere sociale constructies dan niet onderworpen aan hetzelfde soort analyse? Kan het zijn dat onze zogenaamd irrationele (of extrarationele) ideeën, die onze sociale interacties beheersen, kunnen gezien worden als wetenschappelijke theorieën die getoetst moeten worden aan waarnemingen van de echte wereld? We zijn bereid om toe te geven dat een bepaalde theorie een element van culturele vooronderstelling bevat, maar ze moet voldoen aan een opeenstapeling van bewijsmateriaal om niet door de mand te vallen. Passen we hetzelfde proces niet toe op onze sociale interacties? Neem slavernij bijvoorbeeld. De ‘aanvaarde’ zienswijze (voor Europeanen dan toch) van 300 jaar geleden was dat zwarte mensen zielloze dieren waren. De superieure Europeanen konden hen gebruiken zoals runderen of paarden. Met dat doel had God hen geschapen. In de loop van de tijd stapelde zich het onverbiddelijke bewijsmateriaal op totdat deze sociale constructie van Afrikaanse minderwaardigheid niet meer houdbaar was. Vandaag is de ‘aanvaarde’ visie dat huidskleur of geografische oorsprong niet relevant zijn voor aangeboren menselijkheid. Het is dus de sociale constructie die veranderd is, niet de objectieve waarheid.

Zitten we nu dichter bij een geloof dat de objectieve wereld van goed en kwaad weerspiegelt? Absoluut. Onze sociale constructies zijn net als wetenschappelijke theorieën en elke dag worden we geconfronteerd met bewijsmateriaal voor of tegen die theorieën. Zoals het jaren duurde voordat conservatieve denkers de relativiteitstheorie aanvaardden, hebben wij de drang om de status quo te handhaven, maar uiteindelijk kunnen we de onderliggende waarheid niet veranderen om onze vooroordelen te ondersteunen. Af en toe zijn we achteruit gegaan, zoals in de schandelijke periode van eugenetica en sociaal-darwinisme van de eerste jaren van de twintigste eeuw, ideeën die leidden tot de verschrikking van de holocaust, maar weer kwam rationaliteit ons ter hulp en werden deze ideeën verlaten. Goed en Kwaad, recht en onrecht, wetenschap en pseudowetenschap – uiteindelijk gaat het allemaal de goede kant op in de richting van de waarheid via de rationele toepassing van de rede.

Het Citaat
Het citaat van vandaag komt van Richard Feynman. Feynman zei:

Onze verbeelding wordt tot het uiterste gedwongen – niet zoals bij fictie om ons dingen in te beelden die er niet echt zijn – maar juist om de werkelijkheid te begrijpen.

Tot de volgende keer.

Bronnen
De originele tekst
Nelson Goodman op WikipediA
Referenties:
1) Feyerabend, Paul, ‘Against Method’, third edition, Verso, New York, 1993.
2) Feyerabend, Paul, ‘Killing Time, The Autobiography of Paul Feyer abend’, The University of Chicago Press, Chicago, 1995.
3) Goodman, Nelson, ‘Fact, Fiction, and Forecast’, fourth edition, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1983.
4) Hofstadter, Douglas, ‘Gödel, Escher, Bach, An Eternal Golden Braid’, Vintage Books, New York, 1980.
5) Hume, David, ‘On Human Nature and the Understanding’, edited, with a new introduction, by Antony Flew, Collier Books, New York, 1962.
6) Quoted in Farber, Daniel A. and Suzanna Sherry, Beyond All Reason, The Radical Assault on Truth in American Law, Oxford University Press, New York, 1997, p. 25
7) Quoted in Beard, Henry, and Christopher Cerf, The Official Politically Correct Handbook and Dictionary, Villard Books, New York, 1992, p. 10 Quoted in ibid, p. 108
9) Quoted in Farber, p. 26
10) Goodman, Nelson, Fact, Fiction, and Forecast, Fourth Edition, Harvard University Press, Cambridge, Massachusetts, 1983.
11) Hofstaeder, Douglas, Godel, Escher, Bach, An Eternal Golden Braid, Vintage Books, New York, 1980.
12) Collins, Jeff, and Bill Mayblin, edited by Richard Appignanesi, Introducing Derrida, Totem Books, New York, 1996.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *