Evolutie in een notendop

Play

Dit is de vijfentwintigste aflevering van deze podcast. Vandaag bespreken we de Evolutietheorie.

Transcript
Goeiedag, het is vandaag zondag 23 augustus 2009, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 25ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet.Vandaag bespreken we de Evolutietheorie.
Het zou onvergefelijk zijn als we in deze podcast waarin we wetenschappelijk denken promoten tijdens dit Darwin jaar niet zouden spreken over de Evolutietheorie.Zoals iedereen die het nieuws volgt ondertussen zou moeten weten is dit jaar de 200ste verjaardag van Charles Darwin, en tegelijkertijd ook de 150ste verjaardag van de evolutietheorie. De ontdekking van de evolutietheorie wordt meestal gelegd op de datum van de publicatie van het boek “Over het ontstaan van soorten, door middel van natuurlijke selectie of het behoud van bevoordeelde rassen in de strijd om het leven.”

In een vorige aflevering heb ik al aangehaald dat er vijf theorieën zijn in de wetenschap waarop de rest van onze kennis steunt en die ondertussen al zo dikwijls aangetoond zijn dat deze theorieën op de schaal van de Twijfelbenadering van mij een 99 en vijf negens na de komma zouden krijgen. De reden daarvoor is dat er zoveel afgeleide wetenschappen van deze 5 theorieën afhangen dat een nieuwe theorie die één van deze vijf theorieën weerlegt in staat zijn moet om alle waarnemingen en modellen die gebaseerd zijn op deze theorieën minstens even goed moeten verklaren en daarbovenop liefst ook verklaringen moeten geven voor verschijnselen die door deze theorie niet wordt verklaard.

De eerste theorie die ik bedoel, zijn de wetten van Newton over de werking van krachten en bewegingen en over de aantrekkingskracht van massa’s. Telkens je in je wagen stapt bevestig je de geldigheid van deze wetten.

De tweede theorie zijn de wetten van Maxwell over het elektromagnetisme. Telkens je een mixer gebruikt, magneetjes op een ijskast kleeft of naar de radio luistert, bevestig je de geldigheid van deze wetten.

De derde theorie is de kwantummechanica over het gedrag van elementaire deeltjes. Telkens je een blog op je computer leest, bevestig je deze wetten.
De vierde theorie is de relativiteitstheorie over het gedrag van zware lichamen en hoge snelheden. Telkens je een GPS gebruikt, toets je deze theorie.

En de vijfde theorie is de Evolutietheorie over het ontstaan van de biodiversiteit. Elke nieuwe griepuitbraak, forensisch onderzoek op DNA… al deze zaken bevestigen de evolutietheorie. Maar we gaan daar allemaal straks dieper op in gaan.

Het is dus eigenlijk indrukwekkend dat er nog zoveel mensen zijn die twijfelen aan de geldigheid van de evolutietheorie. Bovendien vermindert het aantal twijfelaars niet naarmate er meer bewijsmateriaal naar boven komt. De reden is dat de evolutietheorie de mens met de neus op de feiten legt wat betreft de godhypothese. Eigenlijk doen die andere vier wetten dat even goed, maar evolutie maakt ook direct komaf met de gedachte dat de mens specialer zou zijn dan andere diersoorten. Maar wetenschap probeert niet om argumenten te zoeken die onze vooringenomenheid bevestigen. Het probeert te zoeken naar wat juist en betrouwbaar is, en het heeft bijgevolg ons daarentegen gedwongen om ons wereldbeeld grondig te herzien.

1. De Evolutietheorie in een notendop

1.1. De wetten van de evolutie

Het is indrukwekkend om vast te stellen hoeveel mensen er zijn die nog altijd niet goed begrijpen hoe de evolutietheorie eigenlijk in elkaar zit. Dat zegt iets over ons onderwijs. Eigenlijk zou het boek “over de oorsprong der soorten” verplichte literatuur moeten zijn in de humaniora. Ik loop met de gedachte rond om het ooit voor te lezen voor Librivox. Misschien vind ik daar ooit nog tijd voor.

De principes van de evolutietheorie zijn nochtans verrassend eenvoudig! De gevolgen van die theorie zijn enorm complex. De theorie baseert zich op 3 wetten die intuïtief zo voor de hand liggend lijken te zijn dat je je afvraagt hoe het mogelijk is dat er nog steeds mensen zijn die er niet in geloven en ook hoe het mogelijk is dat men er niet vóór Darwin aan gedacht heeft. Dit zijn de drie wetten:

  1. Een soort maakt zeer veel nakomelingen. Veel meer nakomelingen dan nodig is om de soort in stand te houden. Soorten hebben eigenschappen die ze doorgeven aan hun nakomelingen.
  2. Binnen een soort bestaat variatie. De nakomeling van één ouderpaar zijn niet allemaal identiek.
  3. Door natuurlijke selectie kunnen individuen met beter aangepaste eigenschappen zich beter verder voortplanten. Daardoor evolueert de soort in de richting van de beste eigenschappen.

Door de eerste wet ontstaat er snel een overbevolking waardoor de verschillende individuen van de soort elkaar gaan beconcurreren. Dat beconcurreren kan op veel manieren gebeuren. De belangrijkste zijn: Beter in staat zijn om voedsel te vinden en niet van honger te sterven. Beter vijanden vermijden en er zo voor zorgen dat je niet wordt opgegeten. Gemakkelijker nakomelingen produceren die op hun beurt erin slagen om de daaropvolgende generatie te produceren.
Eigenlijk draait het allemaal om dat laatste. Deze die het best aangepast is om zijn jeugd te overleven en zich uiteindelijk voort te planten zal zijn eigenschappen gemakkelijker doorgeven aan de volgende generatie. Zo, daarmee hebben we het principe van de evolutietheorie uitgelegd. Simpel toch? Je moet toch geen groot licht zijn om die zaken in te zien?

Neem de eerste wet: Een soort maakt veel nakomelingen. Elk tuinier weet dat heel goed. Kijk maar hoe snel de netels in je eigen tuin terug komen. Of mensen die poezen of honden hebben thuis en ze niet steriliseren, zitten binnen de kortste keren met een groot probleem. Kijk naar de mensheid zolang ze geen anticonceptiva gebruikt. Achter mijn huis was tot voor kort een maïsveld. Op een zeker najaar was het zo’n slecht weer dat de boer er nooit in geslaagd is om die maïs te oogsten, zodat die een ganse winter is blijven staan. Tegen half maart krioelde het daar van de ratten die zich in die overvloed aan voedsel snel hadden kunnen vermenigvuldigen.

En de tweede wet: Kijk maar eens hoe verschillend de kinderen van één gezin zijn, of de poesjes uit eenzelfde nest.

Tenslotte de derde wet: Elke kweker van planten en dieren weet dat je de soort kan veredelen door verder te kweken met de individuen die eigenschappen hebben die meer gewenst zijn. Elke paardenliefhebber weet dat een kwakje van een toppaard heel duur is. Op die manier zijn mensen erin geslaagd om zeer diverse planten en diersoorten te kweken die voor hem nuttig zijn, maar die in de natuur onmogelijk kunnen bestaan.

1.2. De mens is niet het doel
Merk op dat de wetten van de evolutie er nergens melding van maken dat de sterkste wint of dat de volgende generatie steeds slimmer wordt. Deze wetten zeggen helemaal niet dat evolutie streeft naar grotere complexiteit. Het is een wijdverbreid misverstand dat de mens met zijn grote intelligentie het summum van de evolutie is. Mensen stellen zich evolutie voor als een boom met een ferme stam en helemaal bovenaan de kruin staat de mensheid. Maar zo zit het helemaal niet in elkaar. De evolutie is veel meer zoals een struikgewas met heel veel vertakkingen en de mens is eigenlijk een minuscule zijtak waarvan we eigenlijk nog niet weten of ze nog lang zal uitlopen. Richard Dawkins maakte een prachtige illustratie van hoe je je de evolutie van de soorten in de tijd moet voorstellen. Hij maakt volgende vergelijking: Strek je beide armen uit. Dan is het topje van je linkerarm het begin van het leven op aarde, zo’n 4 miljard jaar geleden. Over je ganse linkerarm, bestaan er alleen primitieve eencellige prokaryoten. Ter hoogte van je linker schouder, zo’n 2,6 miljard jaar geleden komen voor het eerst eencellige eukaryoten tevoorschijn. Halverwege je borstkas beginnen voor het eerst primitieve algen aan fotosynthese te doen. Pas op dat moment ontstaat er dus zuurstof in de atmosfeer. Ergens ter hoogte van je rechter elleboog heb je de cambrische explosie. Plots ontstaan er meercellige soorten in de meest bizarre vormen. De natuur begint te experimenteren, en daar ontstaat de eerste voorvader van de gewervelde diersoorten. Het woord ‘plots’ in deze zin moet je wel met een korreltje zout nemen. Sommige creationisten beweren dat de cambrische explosie een bewijs is van de schepping omdat er plots allerlei diersoorten ontstaan die ervoor niet bestaan. Maar het woord plots moet je bekijken in de context van geologische periodes en die plotse explosie heeft dus wel tientallen miljoenen jaren geduurd. Dat is plots ten opzichte van die 4 miljard jaar, maar lang genoeg om consistent te zijn met de evolutie. Bovendien gooien die creationisten daar hun eigen ruiten in, want met dat argument geven ze toe dat het leven toch wel minstens 500 miljoen jaar bestaat, en ook dat het fossiel archief wel degelijk een betrouwbare bron van informatie is.

Halverwege je voorarm komen de eerste reptielen tevoorschijn en ter hoogte van je polsgewricht, komen de dinosauriërs en primitieve zoogdieren op het toneel. Veel mensen, en lange tijd ook ik, denken dat de zoogdieren uit de dinosaurussen ontstaan zijn, maar dat klopt niet. Beide families zijn geëvolueerd uit de reptielen. Vogels op hun beurt zijn uit de dinosaurussen geëvolueerd.

Ter hoogte van je kneukels stort er een grote meteoriet neer ter hoogte van de golf van Mexico en bijgevolg sterven de dino’s uit. Voorbij je eerste vingerkootje komen de eerste aapachtigen op het toneel. De eerste mensachtige verschijnt halverwege je vingernagel. Als je nu een nagelvijltje neemt, dan heb je met één keer te strijken de volledige culturele geschiedenis van de mens verwijderd. Als je je nagels kort knipt heb je de homo sapiens weggeveegd.
Een andere manier om de nietigheid van de mens te bekijken ten opzichte van het volledige leven, is door te kijken naar uitgebreidheid van de soorten op aarde.
Om te beginnen, is het interessant om te weten dat je lichaam 10 keer meer cellen van bacteriën bevat dan eigen lichaamscellen. Men schat dat ze ongeveer 10 procent van je volledige lichaamsgewicht vertegenwoordigen. Deze bacteriën bevatten 100 keer meer DNA-code dan je eigen lichaamscellen. Heel veel van deze bacteriën heb je absoluut nodig om te kunnen leven. Je bent afhankelijk van die bacteriën. Het bacterieel leven is echter niet afhankelijk van meercellige wezens.

Het leven op aarde wordt opgedeeld in 26 onderverdelingen waarvan er één is voor de planten, één voor de dieren en één voor fungi (schimmels, zwammen en gisten). De andere 23 worden allemaal ingenomen door verschillende onderverdelingen van bacteriën. Met andere woorden, het DNA van een protobacterie en een Entamoeba verschillen meer van elkaar dan een mens en een tulp.

Binnen die ene onderverdeling van de dieren wordt het grootste deel van de soorten vertegenwoordigd door ongewervelde dieren waarvan de insecten alleen al enkele miljoenen soorten vertegenwoordigen en daarbinnen zijn er al zo’n 500 duizend keversoorten.

Er zijn zo’n 4500 soorten zoogdieren waarvan de mens er eentje is. Als je thuis een tuintje hebt, dan mag je ervan uitgaan dat er in je tuin meer gewicht aan insecten zit dan totale gewicht van de leden van je gezin.

1.3. Een achterliggend mechanisme

Zoals we tijdens aflevering 17 zeiden, moet een goede wetenschappelijke theorie voorspellingen kunnen maken. De wetten van de evolutietheorie vereisen dat er biologische mechanismen bestaan dat twee dingen tot stand brengen: Overerving en variatie.

Darwin had geen idee van mechanismen die dit zouden kunnen aansturen. De noodzaak voor het bestaan van die mechanismen was dus een voorspelling. De geldigheid van de theorie kon dus worden getoetst op basis van de ontdekking van zulke mechanismen. Niet zo veel later zijn de wetten van Mendel bekend geraakt die uitleggen hoe overerving in zijn werk gaat. Tenslotte heeft de ontdekking van het DNA voor beide problemen een oplossing aangebracht. Het DNA kan zichzelf kopiëren en zich dus zo voortplanten, maar dat kopiëren gebeurt niet perfect waardoor er fouten optreden, mutaties. Deze laatste zorgen voor de variatie.

1.4. Doelloos en blind maar niet random.

Als je nog eens goed kijkt naar de 3 wetten van de evolutie, dan stel je vast dat er helemaal geen doel in zit. Het is eigenlijk een blind proces. Het is geen proces dat gaat in de richting van een ideale levensvorm of zo. Nee, het is gewoon… die soorten die er het best in slagen om hun genen door te geven, evolueren verder. Richard Dawkins gaat in zijn boek “De zelfzuchtige genen” zelfs nog een stap verder. Hij beweert dat evolutie niet om de soorten gaat, maar om de genen. Met andere woorden, het zijn de genen die zich proberen voort te planten. De soorten zijn alleen maar vehikels die door de genen gebruikt worden om zich te kunnen voortplanten.

Zoals ik al zei, streeft de evolutie niet naar complexiteit of intelligentie of wat dan ook. Het is gewoon een mechanisme waarbij de levensvormen die het best gedijen in een bepaalde omgeving, het meest succesvol zijn in de voortplanting en bijgevolg gaan domineren. Dikwijls gaat dit zelfs zo ver dat het concurrerende soorten doet uitsterven.

Een interessant voorbeeld daarvan is het eilandsyndroom. Diersoorten die door overstromingen of wat dan ook op een eiland terecht komen, gaan evolueren naar kleinere soorten die ook minder hersenen en dus minder intelligent zijn. De reden daarvoor is dat er op die eilanden minder voedsel ter beschikking is waardoor klein zijn een voordeel biedt. Tegelijk hebben kleinere hersenen ook een voordeel omdat hersenweefsel ongeveer 10 keer meer energie verbruikt dan andere weefsels. Op dat eiland hebben die beesten dan dikwijls ook niet meer te vrezen van roofdieren zodat die hersenen ook niet meer nodig zijn.

Zee-egels bijvoorbeeld hebben tijdens hun evolutie hun volledige centrale zenuwstelsel verloren want ze hadden die niet meer nodig.

Een veel gehoorde repliek vanuit creationistische hoek is dat het onmogelijk is dat iets zo complex als een levend wezen kan ontstaan zijn door puur toeval. Maar geen enkele evolutiebioloog heeft ooit beweerd dat het leven evolueert door toeval. Laten we daarvoor de 3 wetten nog eens bekijken. Voortplanting op zich is geen toevallig proces. Variatie, of, zoals we nu weten, mutatie, is wel een toevallig proces, maar die wordt gestuurd door de derde wet, namelijk de natuurlijke selectie.

Als een levensvorm zich voortplant, dan gebeuren er allerlei fouten, of mutaties, bij het kopiëren van het DNA. Meer dan 99% van al die fouten zijn onbruikbaar, of slecht. Wat gebeurt daarmee? De natuurlijke selectie zorgt ervoor dat al deze slechte kopieën verdwijnen omdat ze het individu dat ze draagt in het nadeel stelt om zich verder te vermenigvuldigen. Maar als er één individu tussen zit die toevallig een mutatie krijgt die hem in staat stelt om beter te lopen, meer eieren te leggen of wat dan ook dat hem in het voordeel stelt ten opzichte van zijn soortgenoten om meer nakomelingen te maken, al gebeurt dat maar bij één individu op één miljoen dan zal deze eigenschap zich snel door de populatie verspreiden en de minder gunstige eigenschap wegconcurreren. Zo’n wijziging kan zich in slechts tientallen generaties over bijna de ganse populatie manifesteren. Dat weten kwekers van bloemen, maïs, paarden, honden en duiven maar al te goed. Als je daar bovenop rekent dat voor de natuur 10.000 jaar een flits is, dan is het niet moeilijk om te begrijpen dat de cumulatie van veel zo’n stappen kan leiden tot nieuwe soorten.
Zoals je ziet zit er inderdaad een toevalsfactor in de evolutie, maar is evolutie op zich geen toevallig proces. Kris Verburgh maakt een interessante vergelijking in zijn boek “Fantastisch” met het raden van getallen.

Stel dat ik je vraag om een getal te raden tussen 1 en 100 miljard en ik zeg alleen “ja” als je het geraden hebt. Dan begin je met willekeurig getallen te zeggen zoals dat door puur toeval zou gebeuren. Dat is zo goed als onmogelijk. Als je elke seconde een willekeurig getal zou zeggen dan zal je er gemiddeld zo’n 3000 jaar over doen om het juiste getal te raden. Maar als we de strategie veranderen en je mag cijfer per cijfer raden, dan krijg je een heel ander beeld. Voor elk cijfer zal je gemiddeld 10 keer moeten raden tot ik “ja” zeg. Dat betekent dat je het volledige getal zal geraden hebben in 2 minuten.

Op een YouTube filmpje zag ik een andere interessante vergelijking waarbij men probeerde om met 12 dobbelstenen allemaal zes ogen te hebben. Als je altijd maar probeert, zal het bijna onmogelijk lukken. Het duurt meer dan 60 jaar als je elke seconde gooit. Maar als je na elke worp de stenen die zes ogen tonen opzij legt en enkel verder gooit met de andere stenen, gaat het veel sneller. Ik zal het opnieuw opzoeken en plaats een link op mijn site.

De natuurlijke selectie is het mechanisme dat “ja” zegt als er een goede mutatie langs komt. De individuen die slechte mutaties erven sterven uit terwijl deze die de goede mutatie krijgen zich nog beter voortplanten.

De mechanismen zijn nog complexer omdat genen ook gekopieerd kunnen worden, waardoor de kans op goede mutaties groter wordt en zo, maar daar ga ik in een andere aflevering nog dieper op in.

1.5. Scheiding van soorten en afstamming.

Toen ik “over de oorsprong van soorten” las, was ik eigenlijk vooral verrast over één specifiek inzicht dat Darwin beschrijft en essentieel is in het volledige verhaal.
Waarom zien we in de huidige natuur vooral duidelijk afgescheiden soorten en geen tussenvormen? Bijvoorbeeld, waarom bestaan er mensen en chimpansees en niet een hele resem van dieren die qua eigenschappen een beetje tussen de twee zitten. De ene wat dichter bij de chimpansee en de andere wat dichter bij de mens.
De reden daarvoor is dat op het moment dat een bepaalde groep een eigenschap krijgt dat voordelig is ten opzichte van de eigenschappen van zijn voorouders, dan zal hij zijn voorouders wegconcurreren. In dat verband heb ik Johan Braeckman in een toespraak een mooie illustratie horen vertellen dat een belangrijk misverstand duidelijk maakt. Een konijn, moet, om te overleven niet sneller kunnen lopen dan de vos. Dat lukt toch niet. Het enige wat hij moet kunnen is sneller lopen dan zijn soortgenoten, want eenmaal de vos één van die soortgenoten gepakt heeft, zal hij niet verder jagen. Het is dus een misverstand dat in de bekende uitspraak “struggle for life” of “de strijd om het leven” de competitie bestaat tussen het roofdier en de prooi. Nee de competitie is er binnen de soort! Johan Braeckman merkte op dat hij om die reden altijd op safari gaat samen met zijn vriend dat niet meer zo goed te been is.

Maar dit betekent dus dat de vossen op lange termijn alle konijnen zullen pakken die iets minder kunnen lopen. Als er nu twee eigenschappen in een populatie ontstaan die interessant zijn om te overleven, en om één of andere reden hebben de dragers van deze eigenschappen niet de mogelijkheid om met elkaar te copuleren, doordat ze bijvoorbeeld geografisch van elkaar geïsoleerd geraakten, dan zullen beide groepen de oorspronkelijke groep wegconcurreren en elk geleidelijk aan in een eigen richting evolueren. Op de duur zullen ze zo erg van elkaar verschillen dat ze zich niet meer samen kunnen voortplanten en zijn het verschillende soorten geworden. Darwin illustreert dit feit met de enige tekening die in het volledige boek te vinden is. Ik zal deze tekening op mijn website zetten.
Het is dus een direct gevolg van de evolutietheorie dat voorouderlijke soorten niet meer bestaan! De mens is niet uit de primaten geëvolueerd. Nee, beiden hebben een gemeenschappelijke voorouder die uitgestorven is.

Ik had nog willen spreken over kunstmatige selectie en artificiële evolutie, over de geografische spreiding van soorten, over de gigantische hoeveelheid bewijsmateriaal dat er bestaat die de evolutietheorie bevestigt, over de moeilijk te overschatten impact dat de evolutietheorie op andere wetenschappelijke disciplines heeft, zoals psychologie, epidemiologie, artificiële intelligentie, economie… maar mijn tijd is op.

Maar niet getreurd, het komt zeker aan bod in een latere aflevering.
Wie zo lang niet kan wachten moet maar eens naar de website “daarom evolutie” gaan. Je vindt een link op mijn website. DaaromEvolutie/

Citaat

Het citaat

Het citaat van vandaag is een tekst uit de blog van PZ MyersPZ Myers is een professor biologie aan de universiteit van Minnesota in de Verenigde Staten. Hij onderhoud een zeer interessante weblog genaamd “Pharyngula”, waarin hij veel wetenschappelijk nieuws geeft, maar zich vooral graag bezig houdt met de draak te steken met intelligent design. Ons citaat komt uit Pharyngula. Hij heeft ook meegewerkt aan de website Talk Origins die over evolutietheorie handelt.

Een leuk wapenfeit van PZ Myers is het volgende. Een invloedrijke creationistische beweging had eens een webmeeting georkestreerd waarin gediscuteerd werd over de gebreken van de evolutietheorie. Georkestreerd is het juiste woord omdat in een webmeeting normaal gezien iedereen kan mee discuteren, maar in dit geval hadden deze mensen aan de vertrouwelingen een paswoord gegeven zodat alleen zij konden discuteren terwijl de andere deelnemers alleen konden luisteren. PZ Myers is er echter in geslaagd om dat paswoord te weten te komen en heeft daar alle tegenargumenten waaraan de organisatoren zich niet verwacht hadden op tafel kunnen gooien.

In deze tekst, steekt PZ Myers de draak met de vele kritiek die, vooral door gelovigen, gegeven wordt aan Richard Dawkins naar aanleiding van de publicatie van zijn boek ‘God Als Misvatting’. Ik heb dat boek trouwens ook gelezen en zou het willen aanraden aan iedereen, vooral aan de ietsisten. Er komt ooit nog een aflevering van deze podcast over wat “ietsisme” is. Zo zie je maar dat ik nog niet van plan ben om te stoppen.
Het Antwoord van de Hoveling
PZ Myers origineel artikel.

Er is een steeds terugkerend refrein in de kritieken op Dawkins’ God als Misvatting. Ik heb er mijn eigen titel voor bedacht om het te categoriseren. En het komt zo vaak voor dat ik besloten heb het jullie mee te delen, samen met een verhaaltje om de benaming wat te verduidelijken. Ik noem het Het Antwoord van de Hoveling. Het refereert naar de betekenis van een fabel.

De schaamteloze beschuldigingen van Mr. Dawkins hebben mij met groeiende ergernis over zijn gebrek aan scholing vervuld. Het is maar al te duidelijk dat hij geen weet heeft van de gedetailleerde redeneringen van Graaf Roderigo van Sevilla over de exquise en exotische aard van het leer van ’s Keizers laarzen, noch neemt hij de tijd om even stil te staan bij Bellini’s meesterwerk, Over de Uitstraling van des Keizers Gevederde Hoed. Er zijn hele scholen die zich bezig houden met het schrijven van geleerde verhandelingen over de pracht van de gewaden van de Keizer, en in elke krant vind je een katern gewijd aan keizerlijke mode; op hooghartige wijze legt Dawkins ze allemaal naast zich neer. Hij lacht zelfs met de zeer populaire en overtuigende argumenten van zijn landgenoot de heer D. T. Zoetschrijvelaar, die ons er allemaal kon van overtuigen dat de Keizer nooit iets van gewoon katoen, noch van oncomfortabel polyester aan heeft, maar integendeel ondergoed van de fijnste zijde moet, ik zeg moet, dragen.

Arrogant ignoreert Dawkins deze diepgaande filosofische overwegingen om de Keizer vlakaf van naaktheid te beschuldigen. Persoonlijk heb ik een vermoeden dat de Keizer misschien wel niet helemaal aangekleed is – hoe verklaar je anders de vadsigheid van het personeel van de keizerlijke wasserij – maar ja, iedereen heeft het voortdurend over de kleren van de keizer en deze Dawkins is zo’n oneerbiedige parvenu, met een volledig gebrek aan kennis van mijn elegante dissertaties, dat ik, terwijl het mij niet mogelijk is de essentie van zijn beschuldigingen te weerleggen, hem tenminste op het matje moet roepen over zijn wel heel rudimentaire aanpak.

Pas nadat Dawkins een opleiding heeft genoten in de modehuizen van Parijs en Milaan, pas nadat hij het verschil tussen een geplooide kraag en een pofbroek heeft leren kennen, moeten we allemaal maar doen alsof hij nog niets zinnigs heeft gezegd over de smaak van de Keizer. Zijn opleiding in de biologie geeft hem misschien wel de vaardigheid om bengelende genitalia op zicht te herkennen, maar heeft hem zeker niet geleerd Imaginair Textiel naar waarde te schatten.

Ik vrees dat toen ik H. Allen Orr’s criticism of The God Delusion in the NY Review of Books las, het enige dat mij te binnenschoot ‘Het Antwoord van de Hoveling’ was. Je zou ervan versteld staan hoeveel van de anti-Dawkins argumenten in deze categorie zijn onder te brengen. Dat is alles dat je uit Orr’s aanklacht kan opmaken- het is maar weer eens Het Antwoord van de Hoveling. Als je het artikel wat gedetailleerder wil geanalyseerd zien lees dan de tekst van Jason Rosenhouse.

Tot de volgende keer.

Bekijk deel 2 van deze serie

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *