Brief van Christopher Hitchens

Play
Christopher Hitchens (foto door Andrew Rusk, 2010, cc-by 2.0)
Christopher Hitchens (foto door Andrew Rusk, 2010, cc-by 2.0)

Christopher Hitchens is zwaar ziek waardoor hij niet aanwezig kon zijn op het atheïstisch congres in Dublin. Daarom heeft hij een brief geschreven.

inleiding
Goeiedag, het is vandaag zondag 10 juli 2011, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 92ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet. De muziek is van Niek Lucassen.
Brief van Christopher Hitchens

Het thema van deze aflevering is Christopher Hitchens. Hitchens is één van die prominente atheïsten, die een aantal invloedrijke boeken geschreven heeft. Waarschijnlijk is “God is not great. How religion poisons everything” het meest controversiële. Hij staat ook bekend als één van de “4 horsemen”. Deze film verwijst naar de 4 ruiters van de Apocalyps, maar is een gesprek tussen de 4 meest invloedrijke atheïsten ter wereld: Daniel Dennett, Richard Dawkins, Sam Harris en Christopher Hitchens. De film kan je op DVD kopen, en de opbrengst gaat integraal naar het fonds dat instaat voor de veiligheid van Ayaan Hirsi Ali. Ondertussen lijdt Christopher Hitchens aan een terminale kanker. Bijgevolg was hij niet in staat om de atheïstische conferentie in Dublin bij te wonen, waarover ik in aflevering 90 al sprak. Ondanks zijn zware ziekte blijft Christopher Hitchens nog altijd zeer strijdvaardig. Door zijn afwezigheid in Dublin heeft Hitchens dus een brief naar het congres geschreven. Rik heeft deze natuurlijk weer vertaald. Hier komt het:

Brief van Christopher Hitchens

Beste medeongelovigen,

Niets zou me hebben weerhouden bij jullie te zijn behalve dan het verlies van mijn stem (althans mijn spreekstem) die op zijn beurt te wijten is aan een lange discussie die ik momenteel voer met het spook van de dood. Niemand wint ooit dit debat maar er kunnen, terwijl de discussie doorgaat, een aantal punten op een rij worden gezet. Ik heb gemerkt dat, nu de vijand steeds meer in zicht komt, al dat gepleit voor redding, verlossing en bovennatuurlijke bevrijding mij nog holler en kunstmatiger in de oren klinkt dan het dat al deed. Ik hoop deze lessen nog vele jaren te mogen helpen verdedigen en doorgeven maar voor het moment heb ik gevonden dat ik mijn vertrouwen beter kan plaatsen in twee zaken: de expertise en principes van de geavanceerde medische wetenschap en de kameraadschap van talloze vrienden en familie, allemaal immuun voor de valse troost van de religie. Het zijn onder andere deze krachten die de dag dichterbij brengen dat de mensheid zich zal bevrijden van de geestelijke boeien van slaafsheid en superstitie. Het is onze aangeboren solidariteit, en niet een despotisme van de hemel, die de bron is van onze moraal en ons gevoel voor fatsoen.

Dat essentiële gevoel voor fatsoen wordt elke dag weer geweld aangedaan. Onze theocratische vijand staat voor ons. Kameleontisch strekt hij zich uit van de openlijke dreiging van nucleair bewapende moellahs tot de verraderlijke campagnes voor het onderwijzen van geestdodende pseudowetenschap op Amerikaanse scholen. Maar in de voorbije jaren duiken er bemoedigende tekenen op van een echte en spontane weerstand tegen deze sinistere onzin: een weerstand die het recht van bullebakken en tirannen op de absurde bewering dat zij god aan hun zijde hebben, verwerpt. Mijn kleine aandeel in dit verzet is de grootste eer van mijn leven: het patroon en de blauwdruk van alle dictatuur is de overgave van de rede aan het absolutisme en het afzweren van het kritische, objectieve onderzoek. De goedkope naam voor deze dodelijke misvatting is religie en we moeten nieuwe manieren vinden om ze te bestrijden in de publieke sfeer, net zoals we geleerd hebben om onszelf er van te bevrijden in de privésfeer.

Onze wapens zijn de ironische geest tegen de letterlijke: de open geest tegen de goedgelovige, de moedige zoektocht naar de waarheid tegen de angstige en verachtelijke krachten die onderzoek zouden inperken (en die domweg beweren dat we reeds over alle waarheid beschikken die we nodig hebben). Misschien bevestigen wij bovenal het leven boven de cultussen van dood en mensenoffers en zijn bang, niet van de onvermijdelijke dood, maar eerder van een menselijk leven dat verkrampt en vervalst is door de zielige noodzaak tot hersenloze aanbidding of de triestige overtuiging dat de wetten van de natuur toegeven aan geweeklaag en bezweringen.

Als erfgenamen van een seculiere revolutie hebben de Amerikaanse atheïsten een speciale verantwoordelijkheid om op te komen voor de Grondwet, die de grenzen tussen kerk en staat vastlegt. Ook dit is een eer en een voorrecht. Geloof me als ik zeg dat ik bij jullie aanwezig ben, zelfs als het niet lichamelijk (en alleen figuurlijk in de geest …) is. Neem u voor Mr. Jeffersons scheidingsmuur op te bouwen. En laat het geloof vallen.

Met oprechte groeten,

Christopher Hitchens

Het argument van Hitchens

Deze satirische tekst is geschreven door Christina Patterson naar aanleiding van een aangekondigde discussie tussen Christopher Hitchens en Tony Blair over religie. Dat debat zelf is een prachtige illustratie van Britse retoriek! Ondanks zijn vergevorderde ziekte is de tong van Hitchens in dat debat nog altijd vlijmscherp. Dat debat kan je op YouTube terugvinden [Hier]. Het gaat zo ver dat hij Blair bijna doet toegeven dat hij al die religieuze onzin ook niet gelooft.

De tekst die nu komt, is afkomstig van “The Independent”.

Christina Patterson:

Je kan het ons echt niet kwalijk nemen. Vanaf het moment dat we uit het primordiale slib te voorschijn glibberden, uit een rib tot leven werden gewekt of rechtop gingen lopen, de haren van onze buiken, armen en benen zagen vallen en geconfronteerd werden met een planeet vol voedsel, het meeste in een vorm die hard weg galoppeerde als we in de buurt kwamen, en ons werd verteld onze plan te trekken, was het duidelijk dat het moeilijk zou worden. Niemand legde ons uit waarom we zo dringend stukjes van onszelf in stukjes van andere wezens zoals onszelf wilden steken, of waarom, wanneer wij dat deden, er kleine, schreeuwende versies van onszelf te voorschijn kwamen. En die ook aanspraak maakten op een stukje mammoet terwijl het al verdomd moeilijk was om ons eigen stukje vast te krijgen. Niemand legde uit waarom die kleine wezentjes soms doodgingen evenals die wezens waar we zo nodig stukjes van onszelf instaken wat leek te suggereren dat dat ons ook ooit zou kunnen overkomen.

Niemand vertelde ons iets. Wat kan verklaren waarom, toen eenmaal de dingen een beetje rustiger werden en we het mammoetenvangen wat beter onder de knie kregen, we rond een kampvuur gingen zitten en besloten (een behoorlijk lange tijd voordat New Labour politici hetzelfde besloten) dat we een “verhaal” moesten hebben. We begonnen er heel geleidelijk aan, met tekeningen van bizons in grotten, en vervolgens met het assembleren van stenen in cirkels en kijken naar de manier waarop de zon er achteruit kwam piepen. Wat erg leuk was, hoewel die stenen nogal zwaar waren. Maar dan besloot iemand dat het nodig was om nieuwe denkpistes in te slaan, en dus kregen we te horen dat we wat oude ideeën moesten zien te liquideren zonder daar beschaamd over hoeven te zijn en dus deden we dat maar. En voordat we het wisten hadden we legers van goden, sommigen met hopen wapens, sommigen met dierenpoten en dito hoofden, sommigen in stallen uit maagden geboren en anderen weer die alleen maar geesten waren.

Van die eersten hebben we niks opgeschreven, want we konden toen nog niet schrijven, maar hoe meer we die godenverhalen doorvertelden, des te beter ze gingen klinken en toen we ze begonnen op te schrijven, of liever gezegd toen iemand de dingen die hier en daar op kleine stukjes papier waren neergekrabbeld, begon te verzamelen en we ernaar keken, kregen we een raar buikgevoel. Want opeens dachten we dat we dat misschien niet eens zelf hadden verzonnen. Misschien was het wel écht waar.

Dus dachten we dat we maar beter konden beginnen al die regels die we voor de grap hadden bedacht te volgen. Al was het een beetje aanmodderen maar omdat al onze buren ze ook volgden, vonden we het toch OK. Het was goed om te voelen dat we niet alleen waren in het universum, al waren we dat wel, en het was goed te voelen dat het hele gedoe geen afschuwelijk toeval was, al zag het er soms wel zo uit. En het was ook goed om samen te komen met de buren, al was het alleen maar om samen die regels te volgen. En het was fijn om te kunnen zeggen dat, wanneer iemand gestorven was, ze niet echt overleden waren, al leken ze zeker dood.

Het was goed om getroost te worden en om daar allemaal aan mee te doen. Maar de meesten van ons, om eerlijk te zijn, waren niet zo geïnteresseerd in al die regels. Wat we echt wilden was eten en drinken en onderdak en wat geknuffel. Het was pas toen we mensen tegenkwamen die andere regels en andere goden hadden, dat het scheef begon te lopen. Sommigen van onze eigen mensen die het leuk vonden om wat de baas over ons te spelen, zeiden dat het heel erg belangrijk was om te laten zien dat ónze goden en ónze regels beter waren dan hún goden en hún regels. Net zoals het ook erg belangrijk was dat wij die ene mammoet te stekken kregen en zij niet. Deze mensen vonden dat de regels het waard waren om ervoor te doden, waard om ervoor te sterven zelfs. Ze leken te weten waar ze het over hadden, ze waren de baas. Dus als ze ons vertelden om te vechten, te doden, op te marcheren, te folteren, in brand te steken enzovoort, dan deden we dat.

Je kunt het ons niet echt kwalijk nemen dat we in deze rotzooi zijn beland, maar een puinhoop is het. Religie, zoals de meeste dingen door de mens gemaakt en uitgevaardigd, heeft de macht om te kalmeren, te stimuleren en mensen te inspireren tot daden van grote zelfopoffering en vriendelijkheid. Maar ze heeft ook het vermogen om ons te doen ontvlammen, ons te verdrukken en mensen aan te zetten tot daden van grote agressie en grote wreedheid. Intelligente mensen, bezig met oude teksten op een bedachtzame, intelligente manier, kunnen hun religie als een kracht ten goede voorstellen. Ze kunnen zelfs proberen om er een kracht ten goede van te maken. Domme mensen die die oude teksten op een domme, letterlijke manier lezen, zullen ook proberen om hun godsdienst als een kracht ten goede voor te stellen, maar ze zullen altijd falen.

In toenemende mate wordt onze wereld gedirigeerd door mensen die slechts één boek hebben gelezen. In sommige gevallen is dat een boek dat wordt gekozen om uit te leggen dat de gigantische kloof tussen arm en rijk door een godheid wordt gewild. In andere gevallen is het een boek dat is gekozen om te suggereren dat het massaal afslachten van mensen, die een kijk op de wereld onderschrijven die zich ontwikkelde na de zevende eeuw, een uitstekend paspoort naar het paradijs is. Geen van beiden geven blijk van een overmatig gebruik van Woody Allen’s tweede favoriete orgaan, de hersenen.

Religie, zei Marx, is het opium van de massa. Opiaten, zoals iedereen die ooit een pijnlijke operatie onderging u kan vertellen, hebben hun nut, maar persoonlijk zou ik graag zoveel mogelijk van mijn leven wakker doorbrengen.

Christina Patterson is een columnist voor ‘The Independent’

Citaat

Ook het citaat is vandaag van Christopher Hitchens. Christopher Hitchens zei:

Goedgelovigheid en naïviteit worden als ongewenste kwaliteiten gezien in elk aspect van het menselijke leven. Behalve in religie.

Tot de volgende keer.

Bronnen

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *