Ben je een soldaat of een verkenner?

Play

Waarom denk je dat je gelijk hebt, zelfs als je het fout hebt? Wat is de beste strategie om te ontdekken wat waar is? Julia Galef vergelijkt het met een soldaat en een verkenner. De ene wil winnen, de andere wil weten.

Inleiding

Goeiedag, het is vandaag zondag 26 februari 2017, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 311de aflevering van deze podcast.
Waarom denk je dat je gelijk hebt, zelfs als je het fout hebt? Wat is de beste strategie om te ontdekken wat waar is? Julia Galef vergelijkt het met een soldaat en een verkenner. De ene wil winnen, de andere wil weten. Rik Delaet maakte de vertaling van deze TED-talk.

Ben je een soldaat of een verkenner?

Beeld je even in dat je een soldaat bent in het heetst van de strijd. Misschien ben je een Romeins infanterist of een middeleeuwse boogschutter of misschien een Zoeloekrijger. Sommige dingen zie je altijd en overal opnieuw. Je adrenaline is verhoogd en diep ingeslepen reflexen bepalen je handelen, reflexen geworteld in de behoefte om jezelf en jouw groep te beschermen en de vijand te verslaan.
Maar nu wil ik dat je je in een heel andere rol denkt, namelijk die van verkenner. Zijn opdracht bestaat niet uit aanvallen of verdedigen. De taak van de verkenner is begrijpen. De verkenner gaat erop uit, brengt het terrein in kaart en identificeert mogelijke hindernissen. En de verkenner hoopt bijvoorbeeld een brug te vinden op een geschikte plaats over een rivier. Maar bovenal wil hij weten wat er allemaal echt is, en wel zo nauwkeurig mogelijk. In een echt leger zijn zowel de verkenner als de soldaat belangrijk. Maar je kan elk van deze rollen ook zien als een ingesteldheid — een metafoor voor de wijze waarop wij informatie en ideeën in ons dagelijks leven verwerken. Ik wil vandaag aantonen dat een goed oordeel, het maken van juiste voorspellingen en goede beslissingen vooral afhangt van je ingesteldheid.
Om dit te illustreren, neem ik je mee terug naar Frankrijk in de 19de eeuw, waar een onschuldig lijkend stukje papier een van de grootste politieke schandalen ooit veroorzaakte. Het werd in 1894 gevonden door officieren van de Franse generale staf. Ze vonden snippers in een prullenbak maar toen ze ze terug aan elkaar plakten, ontdekten ze dat iemand van hen militaire geheimen aan Duitsland had verkocht.
Ze startten een groot onderzoek en algauw concentreerde alle verdenking zich op een zekere [Alfred] Dreyfus. Hij had een onbesproken reputatie, geen crimineel verleden en geen enkel bekend motief. Maar Dreyfus was de enige Joodse officier met deze rang in het leger en spijtig genoeg was in die tijd het Franse leger erg antisemitisch. Ze vergeleken Dreyfus’ handschrift met dat op het briefje en besloten dat het ermee overeenkwam, zelfs al hadden onafhankelijke professionele experts hun twijfel geuit over de gelijkenis, maar dat deed niet ter zake. Ze onderzochten Dreyfus’ appartement op zoek naar bewijzen voor spionage. Ze onderzochten zijn papieren, maar konden niets vinden. Dat overtuigde hen dat Dreyfus niet alleen schuldig was, maar ook geniepig, omdat hij elk bewijs had laten verdwijnen voordat ze het konden vinden.
Dan gingen ze zijn persoonlijke geschiedenis navlooien op zoek naar belastend materiaal. Ze spraken met zijn leraars, ze vonden dat hij op school vreemde talen had geleerd, wat weer zijn neiging aantoonde om later met vreemde regeringen te gaan samenwerken. Zijn leraars zegden ook dat Dreyfus bekend stond om zijn goed geheugen. Verdacht, toch? Omdat een spion nu eenmaal een hoop dingen moet onthouden.
Er kwam een gerechtszaak en Dreyfus werd schuldig bevonden. Later namen ze hem mee naar een openbare plaats waar op rituele wijze de kentekenen van zijn uniform werden gerukt en zijn zwaard in tweeën gebroken. Dit werd bekend als ‘De degradatie van Dreyfus’. Hij kreeg levenslang op het gepast genaamde Duivelseiland, een onvruchtbare rots bij de kust van Zuid-Amerika. Daar ging hij naartoe en bracht er zijn dagen door, alleen, met het schrijven van hopen brieven naar de Franse regering met de wanhopige vraag om zijn zaak te herbekijken. Maar meestal beschouwde Frankrijk het als een afgedane zaak.
Wat me echt boeit aan de Dreyfusaffaire is de kwestie waarom de officiers zo overtuigd waren dat Dreyfus schuldig was. Ik bedoel, je zou kunnen denken dat ze hem erin wilden luizen, dat ze hem zochten. Maar geschiedkundigen zien het anders. Voor zover we weten, geloofden de officiers oprecht dat de zaak tegen Dreyfus waterdicht was. Dan vraag je je af: wat zegt het over de menselijke geest dat we zo’n armzalig bewijs overtuigend genoeg vinden om een man te veroordelen?
Wel, dat is wat wetenschappers ‘gemotiveerd redeneren’ noemen. Het is het verschijnsel waardoor onze onbewuste motivaties, onze verlangens en angsten bepalen hoe we informatie interpreteren. Bepaalde informatie, bepaalde ideeën lijken wel onze bondgenoten. We willen dat zij het halen. We willen ze verdedigen. En andere informatie of ideeën zijn dan de vijand, en die willen we afschieten. Daarom noem ik gemotiveerd redeneren de ‘soldaat-ingesteldheid’.
Waarschijnlijk heeft niemand van jullie ooit een Frans-Joodse officier vervolgd wegens hoogverraad, veronderstel ik, maar misschien heb je wel de sport of de politiek gevolgd en opgemerkt dat als de scheidsrechter jouw team bijvoorbeeld op een fout betrapte, je erg gemotiveerd was om hem terecht te wijzen. Maar als hij oordeelde dat het andere team in fout was — super! — dan was het terecht, niet te nauw kijken! Of misschien las je een artikel of studie over een of ander controversieel standpunt als de doodstraf. Onderzoekers hebben aangetoond dat als je voor de doodstraf bent en de studie aantoont dat ze niet effectief is, je zeer gemotiveerd bent om allerlei redenen te zoeken om aan te tonen dat er wat aan het onderzoek schortte. Maar als ze aantoont dat de doodstraf werkt, is het een goede studie. En omgekeerd: als je niet voor de doodstraf bent, van hetzelfde.
Ons oordeel wordt onbewust sterk beïnvloed door wie we graag zien winnen. En dat is algemeen. Dat bepaalt hoe dat we denken over onze gezondheid, onze relaties, hoe we stemmen, wat we rechtvaardig of ethisch vinden. Wat me het meest beangstigt aan het gemotiveerd redeneren of de soldaat-ingesteldheid, is hoe onbewust dat gaat. We kunnen onszelf objectief en rechtvaardig vinden, en er toch toe komen het leven van een onschuldige man te ruïneren.
Maar gelukkig voor Dreyfus is daarmee de kous niet af. Kolonel Picquart, ook officier van hoge rang in het Franse leger, nam zoals bijna iedereen aan dat Dreyfus schuldig was. Zoals de meeste mensen in het leger was hij ook een beetje antisemitisch. Maar op een bepaald ogenblik begon Picquart te denken: “Wat als we nu eens allemaal fout zijn over Dreyfus?” Hij had namelijk ontdekt dat het spioneren voor Duitsland was blijven doorgaan, ook toen Dreyfus gevangen zat. En hij had gevonden dat het handschrift van een andere officier perfect overeenkwam met dat op het briefje, veel beter dan het handschrift van Dreyfus. Hij deelde wat hij gevonden had met zijn oversten, maar tot zijn ontsteltenis negeerden ze het ofwel kwamen ze af met vergezochte rationalisaties voor zijn ontdekking. Zoals: “Wat je eigenlijk hebt aangetoond, Picquart, is dat er een andere spion is die het handschrift van Dreyfus heeft leren nabootsen en de fakkel van het spioneren overnam na Dreyfus’ vertrek. Maar Dreyfus blijft schuldig.” Uiteindelijk slaagde Picquart erin om Dreyfus vrij te pleiten. Het kostte hem 10 jaar, en een deel van die tijd zat hij zelf in de gevangenis wegens ontrouw aan het leger.
Veel mensen vinden dat Picquart eigenlijk niet de held van dit verhaal mag zijn omdat hij antisemiet was, en ik geef toe dat dat niet goed is. Maar persoonlijk vind ik dat het feit dat Picquart een antisemiet was zijn verdienste alleen maar groter maakt. Hij had dezelfde vooroordelen, dezelfde redenen om bevooroordeeld te zijn als zijn medeofficieren, maar zijn motivatie om de waarheid te vinden en uit te brengen, overtroefde dat allemaal.
Daarom is Picquart voor mij een voorbeeld van wat ik de ‘verkenner-ingesteldheid’ noem. Zijn drang om niet het ene idee te laten winnen ten koste van het andere, maar om te willen zien wat er echt aan de hand was en wel zo eerlijk en nauwkeurig als mogelijk, zelfs als het niet mooi is, goed uitkomt of prettig is. Dit soort ingesteldheid is mijn favoriet. Ik ben er de laatste paar jaar mee bezig geweest om uit te vissen wat je tot een ‘verkenner’ maakt. Waarom kunnen sommige personen, tenminste af en toe, hun eigen vooroordelen en motivaties doorbreken en proberen de feiten en het bewijsmateriaal zo objectief mogelijk te bekijken?
Het antwoord is ‘emotie’. Zoals de soldaat-ingesteldheid geworteld is in emoties als defensief zijn of een ‘eigen volk eerst’-mentaliteit, is de verkenner-ingesteldheid dat ook. Alleen gaat het om verschillende emoties. Zo zijn verkenners nieuwsgierig. Ze zullen verrukt zijn door het vinden van nieuwe informatie of graag raadsels oplossen. Ze zullen geïntrigeerd zijn als ze iets tegenkomen dat hun verwachtingen tegenspreekt. Ook hun waarden zijn anders. Ze zullen het deugdzaam vinden hun eigen overtuigingen te testen en zullen niet zo vlug beweren dat iemand die van mening verandert, zwak lijkt. Bovenal houden verkenners beide voeten op de grond, wat betekent dat hun eigenwaarde als persoon niet gebonden is aan gelijk of ongelijk hebben over wat dan ook. Ze kunnen dus geloven dat de doodstraf werkt. Als onderzoek echter hun ongelijk aantoont, kunnen ze zeggen: “Ha, het lijkt erop dat ik het verkeerd voorhad. Dat betekent niet dat ik slecht of dom ben.”
Van dit soort trekken hebben onderzoekers ontdekt — en ik af en toe ook — dat het een goed oordeel voorspelt. Het voornaamste dat jullie zouden moeten onthouden, is dat het in de eerste plaats niet gaat om hoe slim je bent of over hoeveel je weet. In feite correleert het helemaal niet goed met je IQ. Het gaat erom hoe je je voelt. Ik kom altijd weer met dit citaat van Saint-Exupéry, de schrijver van ‘De kleine prins’. Hij zei: “Als je een boot wil maken, jaag dan je mannen niet op om hout te halen, bevelen te geven en het werk te organiseren. Leer ze in plaats daarvan te verlangen naar de uitgestrekte, eindeloze zee.”
Met andere woorden: ik beweer dat als we ons oordeel als individuen en als gemeenschappen willen verbeteren, we in de eerste plaats niet méér onderwijs in logica of welsprekendheid, kansrekenen of economie moeten hebben zelfs al zijn die dingen zeer waardevol. Wat we het meest nodig hebben om die principes te gebruiken, is de verkenner-ingesteldheid. We moeten veranderen hoe we voelen. We moeten leren om trots te zijn in plaats van beschaamd als we merken dat we het fout hadden. We moeten leren geïntrigeerd te zijn in plaats van in de verdediging te gaan als we informatie tegenkomen die onze overtuiging tegenspreekt.
Mijn slotvraag is deze: “Waar verlang je het meest naar? Verlang je ernaar om je overtuiging te verdedigen? Of wil je een zo helder mogelijke blik op de wereld hebben?”

Het citaat
Het citaat van vandaag is van Coert Visser die we vorige keer geïnterviewd hebben.
Visser zei:

En natuurlijk kan de wetenschappelijke methode gecorrumpeerd worden (bijvoorbeeld door commercie), maar dat maakt niet de wetenschappelijke methode slecht, maar datgene wat haar corrumpeert.

Bronnen
De originele TED:
Hieruit komt het citaat.

2 Comments

  1. De Graeve Freddy said:

    De beredenering is natuurlijk juist, maar is het ook niet zo dat de opleiding en opvoeding alsook de woonplaats een essentieel element zijn in het beoordelen als soldaat of verkenner?
    Vele zaken worden gewoon niet in vraag gesteld.
    Een gelovige zal bijna nooit de vraag stellen of zijn god bestaat. Daarentegen zal een atheïst dat wel doen.
    Bewijs bestaat daar niet voor omdat het een geloof is dat door een merendeel van de wereldbevolking aanvaard wordt. En dan komt de gekende spreuk: “wie ben ik om dit in vraag te stellen als miljoenen mensen het aanvaarden?”
    Kan ik een verkenner zijn om bijvoorbeeld regeringszaken te beoordelen, die achter gesloten deuren gehouden worden?
    Ik denk dat iedereen graag wil weten hoe het vork in de steel zit, maar niet altijd de mogelijkheid heeft om het te weten.

    14 maart 2017
    Reply
    • Jozef said:

      Klopt. Dat wordt in deze tekst toch ook niet ontkent?
      Deze lezing is natuurlijk net een pleidooi om zaken wél in vraag te stellen.
      Als je geen toegang hebt tot bepaalde informatie kan je daar ook geen kritisch oordeel over vellen. Dat is net het voordeel om in een democratie te leven en waarom we die modellen moeten verdedigen.
      Maar soms moet, ook in een democratie, bepaalde informatie geheim gehouden worden (bvb: omdat mensen in gevaar kunnen komen, of omdat onze vijand meeluistert) en dan is het nodig om vertrouwenspersonen te hebben die in de plaats van ons kunnen oordelen. Maar liefst zo weinig mogelijk.

      15 maart 2017
      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *