Ad Ignorantum, Afwezigheid van bewijs en persoonlijk ongeloof

Dit artikel is deel 8 uit de 12-delige serie Drogredenen
Play

Hier is de transscript:

Goeiedag, ik ben Jozef Van Giel en dit is de podcast “kritisch denken”.
Het is vandaag 12 april 2009 en dit is de achtste aflevering van deze podcast.
Deze aflevering is ook het achtste deel van een reeks die gaat over logische misvattingen.

De tekst van deze reeks is gebaseerd op een vertaling van een tekst van Steven Novella van “The Skeptics guide to the Universe”. De originele tekst heet “Logical fallacies” en je kan het vinden op hun website. Vanaf mijn website kan je een link vinden naar dat document.
Met dank aan Rik Delaet die de teksten nalas.

In de vorige aflevering besprak ik Ad hoc redeneren, tu quoque en de ad hominem misvatting. Vandaag hebben we het over een aantal misvattingen die gebruikt worden wanneer men het niet meer weet.

Ad ignorantum

Dat is Latijn voor “uit onwetendheid”. Dit argument komt erop neer dat een geloofspunt waar is omdat we niet weten dat het niet waar is. Verdedigers van extrasensorische waarnemingen (ESP), bijvoorbeeld, benadrukken dikwijls hoeveel we nog niet weten over het menselijk brein. Daarom beweren zij dat het mogelijk is dat het brein in staat is om signalen te verzenden over een afstand.
UFO voorstanders zijn misschien wel de frequentste schenders van deze misvatting. Bijna elke UFO getuigenis is uiteindelijk een argument van onwetendheid – lichten of objecten die aan de hemel gezien worden zijn onbekend en dus zijn het ruimteschepen van buitenaardse wezens.
Intelligent design is bijna volledig gebaseerd op deze misvatting. Het kernargument voor intelligent design is net dat er in de natuur dingen bestaan die nog niet volledig verklaard zijn door de evolutietheorie. Daarom besluiten ze dat een machtige intelligente designer ze gecreëerd moet hebben.

Als atheïst krijg je dikwijls het verwijt te horen dat het zeer arrogant is om er als mens van uit te gaan dat er geen God bestaat omdat de mens niet alles kan weten. Het feit dat we niet kunnen weten dat er geen God bestaat, betekent niet dat die wel bestaat.

Afwezigheid van bewijs verwarren met bewijs van afwezigheid

Deze misvatting snijdt aan beide kanten. Met andere woorden, men kan veronderstellen dat de afwezigheid van bewijs aantoont dat een bewering of feit niet klopt. Aan de andere kant, zou men de afwezigheid van bewijs kunnen afdoen als betekenisloos – dat het dus helemaal niet betekent dat iets niet waar is.
In feite moet je afwegen hoe grondig er naar bewijs gezocht werd, en of de gebruikte instrumenten en technieken in staat zijn om bewijzen te vinden. Bijvoorbeeld, als je de bodem van de zee bevist met netten met gaten van 2 cm, om het leven in die zee te bestuderen, zal je waarschijnlijk je geen schepsels vinden die kleiner zijn dan 2 centimeter. Het zou onlogisch zijn om daaruit te besluiten dat er geen vissen in die zee leven die kleiner zijn dan 2 centimeter.
Deze misvatting is centraal in het Bigfoot debat. Bigfoot zou een soort grote aap zijn die in de Amerikaanse bossen zou leven. Een gelijkaardig geloof bestaat ook in de Himalaya met de grote sneeuwman of Jeti. Gelovers in Bigfoot beweren dat de afwezigheid van hard bewijs over het bestaan van Bigfoot geen bewijs is dat Bigfoot niet bestaat. Sceptici, echter, argumenteren dat een populatie van grote zoogdieren die in Noord Amerika leven toch enige sporen zou moeten nalaten, zoals een occasioneel kadaver.

Gelovigen maken gebruik van deze misvatting om te argumenteren dat de kans dat God bestaat 50% is. Bertrand Russell maakte hieromtrent de vergelijking met de vliegende theepot. Hij postuleerde dat er ergens tussen Mars en Jupiter een theepot in een baan rond de zon draait. Het is onmogelijk om te bewijzen dat dit niet waar is. Toch kan je moeilijk zeggen dat de bewering van Russell een waarschijnlijkheid heeft van 50%.
Deze misvatting raakt trouwens aan één van de fundamenten van het wetenschappelijk denken. Volgens de wetenschapsfilosoof Karl Popper, moet een goede wetenschappelijke theorie falsifieerbaar zijn. Dat betekent dat je een test kan bedenken die aantoont dat de theorie niet klopt. Zo kan je de theorie van de zwaartekracht falsifiëren als je kan aantonen dat twee lichamen mekaar in bepaalde omstandigheden afstoten, of op een andere manier aantrekken. De evolutietheorie zou je kunnen falsifiëren als je het geraamte van een paard zou vinden in de aardlagen van het Jura zou vinden. De theorie van de theepot van Russell is niet falsifieerbaar. Het bestaan van een abstracte God is ook niet falsifieerbaar. Van zodra die God zich echter met de wereld gaat bezighouden, zoals bijvoorbeeld de God uit de bijbel of de koran, dan is hij wel falsifieerbaar omdat je zijn interactie met de mens of de wereld kan testen.

Argumentatie van persoonlijk ongeloof

Ik kan dit niet uitleggen, inbeelden of begrijpen, dus kan het niet waar zijn. Nochtans is de realiteit niet beperkt door onze mogelijkheden om het te begrijpen, of door waar we ons goed bij voelen. Creationisten zeggen soms dat evolutie niet juist kan zijn omdat ze zich niet kunnen inbeelden dat iets dat zo complex is als het leven, het resultaat zou zijn van een natuurlijk blind proces. Maar dat betekent natuurlijk niet dat het leven niet evolueerde.

Er zijn nochtans heel interessante proeven die aantonen dat het intuïtief inzicht dat een mens heeft soms zeer bedrieglijk kan zijn. Een heel bekend voorbeeld daarvan is het Monty Hall probleem uit de waarschijnlijkheidsleer. Monty Hall was een bekende quizmaster in Amerika. Dat gaat zo:
Een televisiequiz. Bij de finale plaatst de quizmaster de winnaar voor drie gesloten kastjes. In één van de kastjes zitten de autosleutels van de hoofdprijs. Als hij die raad mag hij de wagen hebben. De kandidaat duidt een deur aan. De quizmaster wil de spanning erin houden en gaat naar de kastjes en opent één van de kastjes die de kandidaat NIET had aangeduid. Dat kastje is natuurlijk leeg. Dan zegt de quizmaster aan de kandidaat dat hij nog van gedacht mag veranderen en eventueel de andere deur kiezen.
De vraag is nu: Wat kan je best doen? Bij je eerste gedacht blijven? De andere deur kiezen dan deze die je eerst aangeduid had? Of maakt het allemaal geen verschil?
Bijna alle mensen antwoorden op dit vraagstuk dat het helemaal geen verschil maakt. Nochtans is het juiste antwoord dat je van keuze moet veranderen.
Wanneer je aan mensen dit juiste antwoord geeft, dan geloven ze het niet. Je kan het nochtans wiskundig uitrekenen, of, gewoon samen met iemand anders verschillende keren proberen en dan zal je vaststellen dat als je van keuze verandert, in 2/3 van de keren prijs hebt, terwijl je slechts in 1/3 van de keren prijs hebt als je niet verandert. Op WikipediA kan je een uitgebreide uitleg vinden door te zoeken naar het Driedeurenprobleem.. http://nl.wikipedia.org/wiki/Driedeurenprobleem

Subtype: Zich beroepen op het bespottelijke

Deze vorm van argumentatie van persoonlijk ongeloof betoogt dat een bewering fout is omdat ze bespottelijk lijkt. Natuurlijk zijn er beweringen die bespottelijk zijn en dan is het verantwoord om tot zo’n besluit te komen na een zorgvuldig onderzoek van de logica en de bewijzen. Maar het is een misvatting om een bewering à priori af te wijzen door het eenvoudigweg bespottelijk of absurd te noemen. Veel ideeën die oorspronkelijk ver gezocht leken, zoals de notie dat ziekten veroorzaakt worden door onzichtbaar kleine organismen, of ruimte en tijd die relatief zijn, werden later wetenschappelijk bevonden.

De fosburyflop (of kortweg flop) is de naam voor een springtechniek die gebruikt wordt bij het hoogspringen. De techniek is op de Olympische Zomerspelen van 1968 in Mexico-stad geïntroduceerd door de Amerikaanse atleet Dick Fosbury. Overigens is Fosbury niet de uitvinder van de nieuwe techniek. Reeds in 1912 gebruikte zijn landgenoot Clinton Larson een vergelijkbare sprongtechniek. Fosbury werd toen door het publiek met hoongelach onthaald voor zijn belachelijke sprong. Dat gelach was snel verstomd toen hij op het hoogste schavotje stond en het wereldrecord verpulverd had. Nu gebruiken de hoogspringers alleen nog deze techniek. Meer informatie over deze sprong kan je vinden op WikipediA. http://nl.wikipedia.org/wiki/Fosburyflop

Het citaat van de week komt van Ben Goldacre. Ben Goldacre is een Britse wetenschapsjournalist die in The Guardian een wekelijkse column had genaamd “Bad Science” of “slechte wetenschap”, dat gaat over pseudowetenschappelijke zaken.
Goldacre zegt:
“Onderzoek kan soms resultaten produceren die onze vooroordelen uitdagen. Vandaar dat wetenschap zoveel interessanter is dan gewoon je neus volgen.”
Tot de volgende keer.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *