Geef de natuur een waarde!

Play

Pavan SukhdevWe gebruiken de grondstoffen die de aarde ons biedt. Tegelijkertijd bevuilen we haar met ons afval. Het heeft een dusdanig invloed op de natuur dat we daarmee leefomgevingen van andere dier- en plantensoorten verstoren en zelfs het klimaat aan het veranderen zijn. Volgens economen veranderen we ons gedrag pas als de natuur op de juiste waarde wordt geschat, een economische waarde. Maar kan je op de natuur wel een prijskaartje plakken? En als we dat doen, betalen we dan wel de eerlijke prijs voor onze producten? We bespreken wat de waarde van de natuur is volgens een kenner op dit gebied, Pavan Sukhdev.

Introductie
Goeiedag, het is vandaag zondag 30 juni 2013, ik ben Jozef Van Giel en dit is de 166ste aflevering van deze podcast. Deze aflevering kwam tot stand mede dankzij Rik Delaet. De muziek is van Niek Lucassen en Emile Dingemans verzorgt de website.
Over Pavan Sukhdev
Pavan Sukhdev is oprichter-CEO van GIST Advisory, een gespecialiseerd adviesbureau dat helpt overheden en bedrijven ontdekken, meten, waarderen, en het beheren van hun impact voor de natuurlijke en menselijk kapitaal. Hij is een Visiting Fellow aan de Universiteit van Yale, waar hij werd bekroond met de 2011 McCluskey Fellowship en schreef zijn boek “Corporation 2020”. Eerder was hij speciaal adviseur en hoofd van UNEP Green Economy Initiative, en hoofdauteur van hun rapport ‘Op weg naar een groene economie‘ (Engelstalig).

Pavan Sukhdev werd in de opdracht van de G8+5 onderzoekshoofd van het project The Economics of Ecosystems and Biodiversity (“TEEB”). Pavan werd aangewezen door de Europese Commissie en Duitsland om TEEB te leiden, en heeft zijn tussentijdse verslag geleverd terwijl hij nog steeds full-time werkte bij Deutsche Bank in 2008. Carrièrebankier Pavan nam vervolgens een ​​sabbatical van de Bank om TEEB & het Green Economy Initiative van het VN-milieuprogramma (UNEP) te leiden. Terwijl hij bij Deutsche Bank werkte, richtte Pavan Global Markets Centre – Bombay op (2006), een toonaangevende front-office offshoring bedrijf en was voorzitter. Pavan was een spreker tijdens de bijeenkomsten van het Wereld Economisch Forum in Davos in 2010 en 2011. Hij dient op de raad van Conservation International en het Stockholm Resilience Centre.

Geef de natuur een waarde!

Vandaag bespreken we de waarde van de natuur. Dit is de vertaling van de TedTalk What’s the Price of Nature, Pavan Sukhdev.

Pavan SukhdevIk ben hier om het met jullie te hebben over de onzichtbare economische waarde van de natuur. Het slechte nieuws is dat de backoffice van moeder natuur nog niet werkt, die facturen worden dus niet verstuurd. Maar we moeten iets aan dit probleem doen. Ik begon als marktanalist. en bleef daarin geïnteresseerd, maar recentelijk ben ik vooral aan het kijken naar de waarde van wat naar mensen komt vanuit de natuur, waarvoor geen prijs wordt berekend door de markten.

In 2007 startte het project TEEB, door een groep milieuministers van de G8+5 en hun inspiratie kwam van een streng rapport van Lord Stern. Zij stelden zichzelf de vraag: als economie zo’n overtuigend middel is voor vroegtijdige actie tegen klimaatverandering, waarom dan niet voor conservering? Kan eenzelfde methode niet ook voor de natuur werken? Het antwoord is: ja, dat kan. Maar het is niet zo eenvoudig. Biodiversiteit, de levende materie van deze planeet, is geen gas. Het bestaat in vele lagen, ecosystemen, soorten en genen langs diverse schalen: internationaal, nationaal, lokaal, buurt. Voor de natuur doen wat Lord Stern en zijn team voor het klimaat hebben gedaan, is niet eenvoudig.

Maar toch zijn we eraan begonnen. We begonnen het project met een voorlopig rapport dat snel werd samengesteld met alle informatie over het onderwerp die door heel veel onderzoekers is verzameld. Onderdeel van deze resultaten was de ontstellende realisatie dat we in feite in een buitengewoon tempo natuurlijk kapitaal verliezen — de voordelen die vanuit de natuur tot ons komen. In feite 2 tot 4 biljoen dollar aan natuurlijk kapitaal. Dit werd bekend in 2008, het jaar waarin de bankencrisis aantoonde dat we financieel kapitaal hadden verloren in de orde van 2,5 biljoen dollar. Een verlies van vergelijkbare grootte dus. Sindsdien zijn we verder gegaan met publicaties voor de internationale gemeenschap, voor overheden, locale overheden en bedrijven en voor mensen, voor jou en voor mij. Een hele stapel rapporten die afgelopen jaar aan de VN werd gepresenteerd over de economische onzichtbaarheid van de natuur en de mogelijkheden om dit op te lossen.

Waar gaat dit over? Een plaatje waar je bekend mee bent: de regenwouden van Amazonas, een enorme opslagplaats van koolstof met een verbazingwekkende biodiversiteit. Maar wat mensen eigenlijk niet weten, is dat het ook een regenfabriek is. Want de noordoostelijke passaatwinden verzamelen waterdamp als zij over Amazonas komen. Ongeveer 20 miljard ton waterdamp per dag wordt door de noordoostelijke passaatwinden opgenomen en slaat uiteindelijk neer in de vorm van regen over de La Plata Delta. Deze regencyclus, deze regenfabriek voedt in Latijns Amerika een landbouweconomie ter waarde van zo’n 240 miljard dollar. Maar het roept een vraag op: hoeveel betalen Uruguay, Paraguay, Argentinië en ook de staat Mato Grosso in Brazilië voor die essentiële bron voor hun economie aan de staat Amazonas, die deze regen produceert? het antwoord is noppes, exact nul. Dat is de economische onzichtbaarheid van de natuur. Dat kan niet zo doorgaan, want economische prikkels en belemmeringen zijn erg krachtig. Economie is de valuta van beleid geworden. Als we met deze onzichtbaarheid geen rekening houden, krijgen we de effecten die we nu zien. Met andere woorden:  geleidelijke degradatie en verlies van deze waardevolle natuurlijke bron.

Het gaat niet alleen om Amazonas, of zelfs niet alleen om regenwouden. Ongeacht het niveau waarop je het bekijkt, of het nu om het ecosysteem of soorten of genetica gaat, we zien telkens opnieuw hetzelfde probleem. Regencycli en waterregulering door regenwouden op ecosysteem-niveau. Op het niveau van soorten wordt geschat dat bestuiving door insecten — bijen die fruit bestuiven en zo — een waarde van zo’n 190 miljard heeft. Dat is zo ongeveer acht procent van de totale opbrengst uit landbouw wereldwijd. Dit blijft volledig buiten beeld. Maar heb je ooit een factuur van een bij gehad? Verder, als je op genetisch niveau kijkt: 60 procent van onze medicijnen zijn ontdekt in een regenwoud of een koraalrif. Opnieuw, het meeste hiervan is onbetaald.

Dat brengt me op een ander aspect hiervan: aan wie zouden we dit moeten betalen? Dat genetische materiaal is waarschijnlijk, als het al van iemand is, van een lokale gemeenschap van arme mensen die de kennis afstonden, die wetenschappers de moleculen deed vinden die vervolgens medicijnen werden. Zij zijn degenen die niet betaald werden. Als je op het niveau van soorten kijkt, dan zie je de situatie rondom vis. Vandaag de dag is de uitputting van de visbestanden in de oceanen zo significant dat ze het vermogen aantast van de arme, ambachtelijke vissers en van hen die vissen voor hun eigen levensonderhoud om hun gezinnen te voeden. Ongeveer een miljard mensen zijn afhankelijk van vis, van de hoeveelheid vis in de oceanen. Een miljard mensen zijn afhankelijk van vis als hun voornaamste bron van dierlijke eiwitten. Het tempo waarin we vis verliezen is een menselijk probleem van enorme dimensies, een gezondheidsprobleem zoals we nog nooit eerder hebben gezien. Tenslotte, op het niveau van het ecosysteem: zij het overstromingspreventie, droogtebescherming door bossen, de mogelijkheid voor arme boeren om bladafval te verzamelen voor hun rundvee en geiten, of de mogelijkheid voor hun vrouwen om brandhout te verzamelen in het bos, het zijn uiteindelijk de armen die het meest van deze diensten van het ecosystem afhankelijk zijn.

In onze studie deden we schattingen voor landen als Brazilië, India en Indonesië. Ecosysteem-voorzieningen, de voordelen die gratis van de natuur naar de mensheid vloeien, zijn niet veel als percentage van het BNP: 2, 4, 8, 10, 15 %. Maar gemeten naar hoeveel ze waard zijn voor de armen, zijn de antwoorden: 45 procent, 75 procent, 90 procent. Dat is het verschil. Dit zijn dus belangrijke voordelen voor de armen. Je kunt geen fatsoenlijk ontwikkelingsmodel maken als je op hetzelfde moment de verwoesting of achteruitgang toestaat van het belangrijkste bezit, noodzakelijk voor je ontwikkeling: de ecologische infrastructuur.

Hoe erg kan het worden? Welnu de MSA meten de totale biomassa van aanwezige soorten. Tijgers, padden enz… de totale biomassa dus. In het pre-industriële tijdperk, zeg maar 1750, kleurden de MSA kaarten bijna helemaal groen. Dat betekent dat de soorten goed vertegenwoordigd waren.

Maar kijk naar de de evolutie in India, China, Europa, Afrika bezuiden de Sahara, terwijl we mondiaal biomassa consumeren in een tempo dat niet vol te houden is. De enige plekken die groen op deze kaarten blijven zijn  helaas plaatsen als de Gobi woestijn, de toendra en de Sahara. Maar dat helpt niet, omdat daar toch al niet veel soorten en biomassa-volume waren. Dit is de uitdaging. De reden daarvan is mijns inziens ons onvermogen om het verschil te zien tussen publieke voordelen en private winsten. We zijn constant geneigd om publieke rijkdom te negeren simpelweg omdat ze zich in ons gemeenschappelijk domein bevindt, het is gemeenschappelijk goed.

In Thailand vonden ze dat de waarde van een mangrovebos niet zo hoog was: ongeveer $600 over de meetperiode van negen jaar vergeleken met haar waarde als garnalenkwekerij, ongeveer $9.600. Daardoor was er een geleidelijke trend om de mangrovebossen te verwijderen en om te vormen tot garnaalkwekerijen. Als je echter goed naar die winsten kijkt, dan blijkt dat bijna 8.000 van die dollars subsidies zijn. Dus als je beide zijden van de medaille vergelijkt, is het eigenlijk $1.200 tegenover $600.

Maar wat als je zou meten hoeveel het zou kosten om het land van de garnalenkwekerij terug productief te maken? Zodra zoutafzetting en chemische afzettingen hun werk hebben gedaan, zal het zo’n $12.000 kosten. Als je de voordelen van de mangroves als bescherming tegen stormen en cyclonen en als vis-kraamkamers, die vis voor de armen opleveren, meeneemt, dan is het antwoord zo’n $11.000. Kijk dus eens door die andere lens. Als je door de lens van de publieke rijkdom kijkt in plaats van door de lens van private winsten, krijg je een heel ander beeld. Dat is dat conservering, en niet vernietiging, duidelijk zinvoller is.

Geldt dit alleen voor Zuid-Thailand? Neen, het is een mondiaal verhaal. TRUCOST heeft berekend wat de milieukosten zijn voor de 3.000 grootste bedrijven. M.a.w., wat zijn de kosten van de gewone gang van zaken? Niets illegaals, gewoon doorgaan zoals nu, klimaatveranderende uitstoot veroorzakend, met economische kosten. Het veroorzaakt verontreinigingen met economische kosten, gezondheidskosten, enzovoort. Het gebruik van zoet water. Vlakbij een dorpsboerderij naar water boren om cola te maken is niet illegaal, maar wel kostbaar voor de gemeenschap.

Kunnen we dit stoppen en zo ja, hoe? Ik denk dat we om te beginnen het bestaan van natuurlijk kapitaal moeten erkennen. Eigenlijk is al het leven natuurlijk kapitaal, en we moeten dat erkennen en opnemen in onze systemen. Als we het bruto nationaal product meten als een graadmeter van de economische prestatie op nationaal niveau, dan vergeten we ons grootste bezit op landelijk niveau. Als we bedrijfsprestaties meten, dan nemen we niet de impact op de natuur mee en wat onze ondernemingen de gemeenschap kosten. Dat moet stoppen. Dat is wat mijn interesse echt wekte in deze fase. Ik startte lang geleden een project genaamd ’Het Groene Boekhoudingsproject‘. Vanaf 2000 ging India helemaal voor BNP-groei als de weg voorwaarts — kijkend naar China met zijn enorme groei van 8, 9, 10% en zich afvragend: “Waarom doen we niet hetzelfde?” Een paar vrienden van mij en ikzelf besloten dat dit onzinnig is. Dit betekent meer kosten en meer verliezen voor de samenleving. Dus besloten we om massa’s berekeningen te maken. We produceerden groene boekhoudingen voor India en haar staten. Dat is hoe mijn interesse begon en naar het TEEB-project ging. Dit berekenen op nationaal niveau is één ding en dat is nu begonnen. De Wereldbank heeft dit ook ingezien en zijn het project WAVES gestart — ‘Rijkdomberekening en waardering van ecosysteem-voorzieningen’.

Maar dit berekenen op het volgende niveau, het niveau van de zakelijke sector, is belangrijk. Dat hebben we gedaan met het TEEB project. We hebben dit voor een heel moeilijke casus gedaan: de ontbossing in China. Belangrijk, omdat in China in 1997 de Gele Rivier negen maanden lang droogstond, wat een enorm verlies van landbouwopbrengst veroorzaakte en pijn en verlies voor de gemeenschap. Nog geen jaar later overstroomde de Yangtze, hetgeen zo’n 5.500 doden veroorzaakte. Er was dus duidelijk een probleem met ontbossing. Het stond grotendeels in verband met de bouwindustrie.

De Chinese overheid reageerde verstandig en vaardigde een kapverbod uit. Veertig jaar terug kijken toont dat als we deze kosten mee in rekening hadden genomen — de kosten van het verlies aan grond, de kosten van het verlies aan waterwegen, verloren productiviteit, verliezen voor locale gemeenschappen als resultaat van deze factoren, woestijnvorming enzovoorts — die kosten bijna twee keer zo hoog waren geweest als de marktprijs van hout. In feite zou de marktprijs van hout in Peking dus driemaal zo hoog moeten zijn om de echte pijn en kosten aan de samenleving van China correct weer te geven. Dit is natuurlijk wijsheid achteraf.

De manier om dit te doen is op bedrijfsniveau, om leiderschap vooruit te helpen, om dat te doen voor zoveel mogelijk sectoren die kosten hebben, en om deze antwoorden boven water te krijgen. Iemand vroeg me ooit: “Wie is beter of slechter, Unilever of P&G als het gaat om hun impact op regenwouden in Indonesië? Ik kon geen antwoord geven omdat geen van beide bedrijven, zo goed en professioneel als ze zijn, hun externe kosten berekenen.

Maar laten we kijken naar bedrijven als PUMA. Jochen Zeitz, hun directeur en voorzitter, heeft mij ooit uitgedaagd tijdens een bijeenkomst. Hij zei dat hij mijn project zou implementeren voor ik ermee klaar was. Ik denk dat we ongeveer tegelijk klaar waren, maar hij deed het wel. Hij heeft alle kosten van PUMA doorgewerkt. PUMA heeft een omzet van 2,7 miljard dollar, 300 miljoen dollar winst, 200 miljoen dollar na belasting, 94 miljoen dollar aan milieukosten. Dat is voor hen geen fijne situatie, maar ze hebben het vertrouwen en de moed om op te staan en te zeggen: “Dit is wat we meten. We meten het omdat we weten dat je niet kunt managen wat je niet meet.”

Dat is een voorbeeld waarnaar we moeten kijken en waaruit we troost kunnen putten. Als meer bedrijven dit deden, en als meer sectoren dit als sector zouden oppakken, konden analisten, bedrijfsanalisten, mensen als wijzelf en consumenten en ngo’s daadwerkelijk het sociale gedrag van bedrijven bekijken en vergelijken. Vandaag kunnen we dat nog niet, maar de route is duidelijk. We kunnen dit. Ik ben verrukt dat het Instituut van registeraccountants in Groot Brittannië reeds een coalitie heeft opgezet om dit te doen. Een internationale coalitie.

De andere favoriete oplossing is voor mij de oprichting van groene-koolstofmarkten. de berekening van externe kosten, en groene-koolstofmarkten. TEEB heeft meer dan een dozijn aparte oplossingsgroepen inclusief evaluatie van beschermde gebieden en betalingen voor ecosysteem-voorzieningen en ecocertificering en noem maar op. Wat is groene koolstof? Vandaag de dag hebben we in essentie een bruine-koolstofmarkt. Het gaat om energie-uitstoot. De E.U.-emissiehandel is de belangrijkste marktplaats. Die doet het niet zo goed. Te veel uitgiftes. Een soort inflatie. Geef te veel valuta uit en je krijgt dalende prijzen. Maar dat gaat allemaal over energie en industrie.

Maar we missen ook een ander soort emissies zoals zwarte koolstof: roet. We missen eveneens blauwe koolstof, wat trouwens de grootste opslagplaats van koolstof is — meer dan 55 procent. Gelukkig is de flux, de stroom aan emissies van de oceaan naar de atmosfeer en andersom min of meer in balans. Wat wordt geabsorbeerd is ongeveer 25 procent van onze emissies, die dan leiden tot verzuring of lagere alkaliteit in de oceanen. Straks meer daarover.

Tenslotte is er de ontbossing en de emissie van methaan door de veeteelt. Groene koolstof, de ontbossing en veeteeltemissies en blauwe koolstof beslaan samen 25 procent van onze emissies. We hebben de middelen reeds in ons bezit, middels een structuur, een mechanisme, genaamd Rood Plus — een schema voor de gereduceerde emissies van ontbossing en bosdegradatie, Noorwegen heeft al een miljard dollar bijgedragen, aan zowel Indonesië als Brazilië om dit Rood Plus-schema te implementeren. We hebben dus wat vooruitgang. Maar we moeten nog veel meer doen.

Gaat economie het probleem oplossen? Ik ben bang van niet. Er is nog een gebied: de oceanen en koraalriffen. Ze lopen over de gehele aardbol van Micronesië via Indonesië, Maleisië, India, Madagascar naar naar het westen van het Caribische gebied. Deze gebieden leveren voedsel en levensonderhoud voor meer dan een half miljard mensen. Dat is dus bijna een achtste van de wereldbevolking. Het verdrietige is dat, terwijl deze koraalriffen verloren gaan — en wetenschappers zeggen dat ieder niveau van koolstofdioxide in de atmosfeer boven 350 deeltjes per miljoen te gevaarlijk is voor de overleving van deze riffen — we niet alleen het uitsterven riskeren van alle warmwaterkoralen en een kwart van alle vissoorten in de oceanen. We riskeren de levens en het levensonderhoud van meer dan 500 miljoen mensen die in de derde wereld in arme landen leven.

Door dus doelen van 450 deeltjes per miljoen te kiezen en door 2 graden te kiezen bij de klimaatonderhandelingen, hebben we een ethische keuze gemaakt. We hebben eigenlijk een soort ethische keuze in onze gemeenschap gemaakt om geen koraalriffen meer te hebben. Laten we daarover nadenken en wat het betekent, maar alsjeblieft, laten we dit niet vaker doen. Want moeder natuur heeft maar zoveel aan ecologische infrastructuur en natuurlijk kapitaal. Ik denk niet dat we ons nog veel van dit soort ethische keuzes kunnen veroorloven.

TedTalk Video
Mededelingen
Vorige week schreef iemand een reactie op de afleveringen van Climategate. Eén van de opmerkingen van deze klimaatontkenner was dat alternatieve energiebronnen zwaar gesubsidieerd zijn. Ik denk dat het met deze aflevering duidelijk mag zijn dat het net de fossiele brandstoffen zijn die zwaar gesubsidieerd zijn. Alleen gebeurt dat op een minder zichtbare manier.

Dan nog dit: Coen De Bruyn en Herman Boel hebben een iPhone en android app gemaakt die allerlei nuttige informatie voor de kritische denker verzamelt. Vanuit deze app kan je naar het woordenboek van de Skepticus, naar deze podcast, en naar het twitteraccount Skapptweet. Een link vinden jullie in de notitiepagina.

Het Citaat
Het citaat van vandaag is van Miguel de Unamuno. Miguel de Unamuno was een Spaanse schrijver en filosoof van het begin van de 20ste eeuw. De Unamuno zei:

De skepticus is niet hij die twijfelt, maar hij die onderzoekt, in tegenstelling tot diegene die louter beweert en denkt dat hij het antwoord heeft gevonden.

Tot de volgende keer.

Wees de eerste om te reageren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *